ECLI:NL:RBMNE:2026:2795

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/16/608600 / JL RK 26-177
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens aanhoudende ouderlijke conflicten

De kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 april 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2010 en 2011. De kinderen wonen gescheiden bij hun vader en moeder, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Ondanks positieve ontwikkelingen bij de kinderen, zoals een open houding en goede schoolprestaties, blijft de samenwerking en communicatie tussen de ouders problematisch.

De aanhoudende conflicten tussen de ouders, vooral rondom de verzorging en opvoeding, zorgen voor spanningen die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen. De kinderen ervaren de gevolgen van deze spanningen, ondanks pogingen van de ouders om hen buiten de conflicten te houden. De gecertificeerde instelling heeft daarom verzocht de ondertoezichtstelling met zes maanden te verlengen.

De kinderrechter acht de voorwaarden voor verlenging vervuld en wijst op de inzet van psychomotorische therapie voor de kinderen en ambulante ondersteuning voor de ouders. Moving Up begeleidt de ouders bij het opstellen van een ouderschapsplan met medische afspraken. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De beschikking is openbaar uitgesproken en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd tot 9 november 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/608600 / JL RK 26-177
Datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 maart 2026;
- het bericht van de GI met bijlagen van 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [A] en [B] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 1] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 1] .
2.2.
[minderjarige 1] woont bij zijn vader en [minderjarige 1] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 2 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] verlengd tot 9 mei 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] en voor de duur van zes maanden en legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
In de afgelopen periode hebben de kinderen positieve stappen gezet in hun ontwikkeling. Ze hebben een open houding, zijn sociaal en doen hun best op school. Ondanks de positieve ontwikkelingen zijn er nog steeds omstandigheden die ervoor zorgen dat de ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen onvoldoende is weggenomen. De belangrijkste zorg ligt in de aanhoudende en structureel problematische samenwerking en communicatie tussen de ouders. De ouders hebben verschillende visies op de verzorging en opvoeding, wat regelmatig voor conflicten en spanningen zorgt. Vooral in situaties waarin er zorgen zijn over de gezondheid of het welzijn van de kinderen lopen de spanningen tussen de ouders op. Hoewel de ouders proberen de kinderen buiten de conflicten te houden, ervaren [minderjarige 1] en [minderjarige 1] de gevolgen van deze spanningen wel degelijk.
4.3.
Voor de ontwikkeling van beide kinderen is het van belang dat zij ondersteuning krijgen via Psychomotorische therapie (hierna: PMT), die mogelijk op korte termijn zal starten. Daarnaast is Moving Up ingezet voor ambulante ondersteuning aan de ouders. In de aankomende periode zal Moving Up ouders begeleiden bij het opstellen van een uitgebreider ouderschapsplan, waarin ook medische afspraken worden vastgelegd. Wanneer de hulpverlening voor zowel de kinderen als de ouders goed verloopt en de ouders tot een ouderschapsplan zijn gekomen, zal de GI beoordelen of de hulpverlening kan worden voortgezet in een vrijwillig kader en of er mogelijkheden zijn voor de afsluiting van de ondertoezichtstelling. Beide ouders staan achter het verzoek van de GI. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het de ouders binnen de komende zes maanden lukt om tot goede afspraken te komen, in het belang van de kinderen.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] tot 9 november 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 door
mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Rijs als griffier, en op schrift gesteld op
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.