Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2813

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/16/610611 / KG ZA 26-235
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen Quick Boys tegen KNVB in kort geding

Quick Boys heeft een kort geding aangespannen tegen de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) met diverse vorderingen. De procedure omvatte schriftelijke producties van beide partijen en een mondelinge behandeling op 21 mei 2026, waarbij vertegenwoordigers van beide partijen en hun advocaten aanwezig waren.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. De voorzieningenrechter kondigde aan dat het vonnis verkort, als kopstaartvonnis, zou worden gewezen.

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Quick Boys afgewezen en Quick Boys veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €2.101,00, vermeerderd met eventuele kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is op 22 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen van Quick Boys zijn afgewezen en Quick Boys is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/610611 / KG ZA 26-235
Vonnis in kort geding van 22 mei 2026
in de zaak van
KATWIJKSE VOETBALVERENIGING QUICK BOYS,
te Katwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Quick Boys,
advocaat: mr. I.V. Batelaan te Haarlem,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,
te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: KNVB,
advocaat: mr. M.I. van Dijk te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 april 2026 met producties 1 tot en met 17
- de door KNVB op 19 mei 2026 ingediende producties 1 tot en met 9B
- de door Quick Boys op 20 mei 2026 ingediende producties 18 tot en 21.
1.2.
Op de mondelinge behandeling van 21 mei 2026 zijn namens Quick Boys verschenen:
- mevrouw [A] (portefeuillehouder juridische zaken en secretaris van Quick Boys)
- de heer [B] (voorzitter van Quick Boys)
- de heer [C] (technisch manager van Quick Boys)
- mr. Batelaan
- de heer [D] (jurist bij de KNVB)
- de heer [E] (aanklager bij de KNVB)
- mr. Van Dijk.
Daarnaast zijn circa 10 andere belangstellenden aanwezig geweest.
1.3.
Partijen en hun advocaten hebben een verdere toelichting op de zaak gegeven en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Zowel door de advocaat van Quick Boys als door de advocaat van KNVB zijn spreekaantekeningen overgelegd, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is gezegd.
1.4.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aangekondigd dat heden verkort vonnis (ook wel kop-staartvonnis) zal worden gewezen. De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. De schriftelijke uitwerking van dit vonnis zal volgen op uiterlijk vrijdag 5 juni 2026.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
wijst de vorderingen van Quick Boys af,
2.2.
veroordeelt Quick Boys in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Quick Boys niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
JO/4972