De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 2 februari 2027. De ondertoezichtstelling was eerder opgelegd vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en het ontbreken van contact met de vader. De vader maakt zich zorgen over het contactverlies en de identiteitsontwikkeling van het kind, terwijl de moeder en het kind zelf de ondertoezichtstelling als belastend ervaren.
Tijdens de zitting op 21 januari 2026 heeft de kinderrechter het kind gehoord, dat duidelijk maakte geen contact met de vader te wensen en behoefte had aan rust. Het verslag van de behandelend therapeut bevestigt dat het gedwongen karakter van de ondertoezichtstelling stress veroorzaakt en de emotionele veiligheid schaadt. De GI wilde verlenging om verder onderzoek te doen naar loyaliteitsconflicten en ouderonthechting, maar de kinderrechter acht voortzetting schadelijk.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling niet te verlengen en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Het kind mag de therapie in een vrijwillig kader voortzetten. De ouders worden aangespoord het kind te ondersteunen en contact met de vader mogelijk te maken zonder dwang. De beslissing is schriftelijk toegelicht aan het kind in een kindbrief.