ECLI:NL:RBMNE:2026:282

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
603769
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens schadelijk effect

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 2 februari 2027. De ondertoezichtstelling was eerder opgelegd vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en het ontbreken van contact met de vader. De vader maakt zich zorgen over het contactverlies en de identiteitsontwikkeling van het kind, terwijl de moeder en het kind zelf de ondertoezichtstelling als belastend ervaren.

Tijdens de zitting op 21 januari 2026 heeft de kinderrechter het kind gehoord, dat duidelijk maakte geen contact met de vader te wensen en behoefte had aan rust. Het verslag van de behandelend therapeut bevestigt dat het gedwongen karakter van de ondertoezichtstelling stress veroorzaakt en de emotionele veiligheid schaadt. De GI wilde verlenging om verder onderzoek te doen naar loyaliteitsconflicten en ouderonthechting, maar de kinderrechter acht voortzetting schadelijk.

De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling niet te verlengen en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Het kind mag de therapie in een vrijwillig kader voortzetten. De ouders worden aangespoord het kind te ondersteunen en contact met de vader mogelijk te maken zonder dwang. De beslissing is schriftelijk toegelicht aan het kind in een kindbrief.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af omdat deze meer schade dan voordeel oplevert en respecteert de wens van het kind om rust en vrijwillige hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/603769 / JE RK 25/1841
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N.J.C. Dorsselaer – Spapen
Dorselaar
[vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in haar beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlage van 9 december 2025;
  • het nagestuurde Plan van Aanpak van de GI van 14 januari 2026;
  • het verweerschrift van de moeder van 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft op 21 januari 2026 hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. [minderjarige] heeft hierbij een brief voorgelezen aan de rechter, die in het dossier is gevoegd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de uitspraak.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 2 februari 2025. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd tot 2 februari 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, dus tot 2 februari 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De vader vindt de situatie pijnlijk en maakt zich grote zorgen over het welzijn en de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Hij ervaart dat hij al jaren buitenspel staat en ziet het ontbreken van contact als (ouder)verstoting. Hij heeft weinig vertrouwen dat de moeder zonder ondertoezichtstelling voldoende zal blijven stimuleren dat [minderjarige] contact met hem krijgt of passende hulp hierbij blijft ontvangen. Hoewel hij de wens van [minderjarige] om rust begrijpt en wil respecteren, vreest de vader dat het stoppen van de ondertoezichtstelling ertoe leidt dat de ‘muur’ definitief hoger wordt en contact verder uit beeld raakt.
4.2.
De moeder ondersteunt de wens van [minderjarige] om de ondertoezichtstelling te beëindigen, omdat deze hem veel stress geeft en meer schaadt dan helpt. Zij stelt dat de noodzakelijke (gespecialiseerde) hulp nu vrijwillig is ingezet bij [organisatie] en goed verloopt. De moeder benadrukt dat zij het contact met de vader niet tegenhoudt, maar [minderjarige] niet kan en wil dwingen. Zij blijft de vader informeren en zegt open te staan voor contactherstel als [minderjarige] daar zelf aan toe is.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter wijst het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling te verlengen af. Hierna legt zij uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
5.2.
De kinderrechter vindt dat niet meer wordt voldaan aan de vereisten van een
ondertoezichtstelling, zoals opgenomen in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.3.
In de beschikking van 21 juli 2025 is door de kinderrechter aangegeven dat de ondertoezichtstelling verlengd moest worden, omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog steeds aanwezig was, de gestelde doelen niet waren behaald en er volgens de kinderrechter zonder de ondertoezichtstelling een reëel risico bestond dat er binnen een aanvaardbare termijn geen duidelijkheid of mogelijkheid tot contact met de vader zou komen. Gespecialiseerde hulpverlening was noodzakelijk om te onderzoeken waar [minderjarige] ’s weerstand tegen zijn vader vandaan komt en om hem te helpen hierover op een rustige en gezonde manier te leren spreken, terwijl vrijwillige hulp daarvoor onvoldoende werd geacht.
5.4.
De GI stelt dat de ingezette hulpverlening nog te kort en te moeizaam van de grond is gekomen om al te kunnen concluderen dat voortzetting van de ondertoezichtstelling geen meerwaarde heeft. Volgens de GI is er nog geen objectieve verklaring gevonden voor de sterke en niet-ambivalente afwijzing van de vader door [minderjarige] , wat zij zorgelijk acht en niet passend bij een normale loyaliteitsontwikkeling. De GI vermoedt dat [minderjarige] klem zit in een loyaliteitsconflict en mogelijk sprake is van (onbewuste) beïnvloeding door de moeder, die volgens de GI afhoudend is, onvoldoende regie neemt en de weerstand van [minderjarige] volgt. De GI wil de ondertoezichtstelling verlengen om in een dwingend kader verder onderzoek te kunnen doen naar complexe scheidingsproblematiek, mogelijke ouderonthechting en loyaliteitsconflicten via een nieuw onderzoekstraject bij Jeugdhulp Friesland, waarbij beide ouders betrokken moeten worden. De GI ziet dit als een laatste poging om tot contactherstel te kunnen komen.
5.5.
De kinderrechter heeft vervolgens kennisgenomen van het verslag van de behandelend therapeut bij [organisatie] , de standpunten van de ouders en de mening van [minderjarige] . [minderjarige] heeft gedurende het gesprek met de kinderrechter duidelijk gemaakt dat hij op dit moment geen contact met zijn vader wenst en dat hij behoefte heeft aan rust en ruimte. Hij geeft aan dat hij de gesprekken met zijn therapeut [B] als steunend ervaart en dat hij deze voort wil zetten, maar in een vrijwillig kader.
5.6.
Uit het verslag van [organisatie] blijkt dat [minderjarige] het verplichte kader van de ondertoezichtstelling en de daaraan gekoppelde therapie als belastend en stressvol ervaart. Het gedwongen karakter van de interventies leidt volgens de therapeut tot gevoelens van niet-gehoord-zijn en het niet respecteren van grenzen, hetgeen een negatieve invloed heeft op zijn emotionele veiligheid en ontwikkeling. Hoewel de ondertoezichtstelling oorspronkelijk is opgelegd met het doel emotionele veiligheid te waarborgen en contactherstel met de vader te bevorderen, blijkt uit de observaties dat het middel momenteel meer schade veroorzaakt dan dat het beoogde doel dient.
5.7.
De kinderrechter volgt het advies van de behandelend therapeut en besluit dat de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. In de vorige beschikking is de opdracht aan de GI gegeven om gespecialiseerde hulpverlening in te schakelen om te beoordelen wat mogelijk is voor [minderjarige] in het contact met zijn vader. Dit is gedaan en deze hulpverlening geeft aan dat de ondertoezichtstelling meer kwaad doet dan goed. De kinderrechter overweegt verder dat [minderjarige] een voldoende ontwikkelingsniveau heeft om zijn wensen omtrent contact met zijn vader kenbaar te maken en dat deze wensen serieus moeten worden genomen. Het verlengen van de ondertoezichtstelling zou [minderjarige] opnieuw verplichten tot een kader dat hij als belastend ervaart en waarin hij geen regie heeft over zijn eigen deelname. Voortzetting van dit kader acht de kinderrechter schadelijk voor zijn emotionele ontwikkeling. De kinderrechter vindt het daarbij heel goed dat [minderjarige] bereid is zijn traject bij [organisatie] in een vrijwillig kader voort te zetten.
5.8.
De kinderrechter begrijpt daarbij de zorgen van de vader over het contactverlies en de impact daarvan op de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Tegelijkertijd vreest de rechtbank ook dat het dwingende kader meer schade gaat aanrichten dan helpend gaat zijn. Het is aan beide ouders, maar met name de moeder, om [minderjarige] te blijven ondersteunen en stimuleren waar daar enige ruimte voor is en hem de mogelijkheid te bieden vrijwillig contact met zijn vader te onderhouden wanneer hij daartoe bereid is. Dit kan onder meer plaatsvinden door het sturen van korte berichtjes of kaartjes aan de vader bij bepaalde gebeurtenissen, en in de informatieoverdracht naast feitelijke gegevens ook emotionele signalen van [minderjarige] te vermelden aan de vader. De vader kan blijven informeren naar [minderjarige] .. Op deze manier wordt de relatie niet afgedwongen en hoopt de kinderrechter dat [minderjarige] zelf de behoefte gaat voelen om contact op te gaan nemen met zijn vader.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Kindbrief
5.10.
De kinderrechter vindt het belangrijk dat ouders en de GI te laten weten dat aan [minderjarige] , gelijk met de beschikking, een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
“Beste [minderjarige] ,
Wij hebben elkaar op 21 januari 2026 in de ochtend gesproken op de rechtbank. Ik had jou weer voor een gesprek uitgenodigd omdat ik moet beslissen over de eventuele verlenging van de ondertoezichtstelling. Tijdens ons gesprek heb jij mij verteld dat je nog steeds wil dat de ondertoezichtstelling stopt.
Op 21 januari 2026 in de middag was de zitting op de rechtbank. Op de zitting waren weer jouw ouders en jouw jeugdbeschermer, mevrouw [A] van Samen Veilig aanwezig. Ik heb goed naar iedereen geluisterd en toen een beslissing genomen.
Ik heb besloten dat de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. Dat betekent dat de verplichtingen die bij de ondertoezichtstelling horen, zoals bepaalde afspraken met instanties, nu stoppen. Ik heb deze beslissing genomen omdat ik goed naar jou heb geluisterd en ook het verslag van jouw therapeut bij [organisatie] heb gelezen.
Uit het gesprek en het verslag blijkt dat je de verplichte afspraken als belastend en stressvol ervaart. Je geeft zelf aan dat je graag verder wilt met de gesprekken met je therapeut ( [B] ), maar dan op een vrijwillige manier. Het is voor mij belangrijk dat jouw grenzen en wensen hierbij worden gerespecteerd, zodat jij je veilig en gesteund voelt.
Zoals wij ook bespraken is het meestal goed voor een kind om contact te hebben met beide ouders. Zo leer je jezelf vaak ook beter kennen. Ik hoop dan ook dat als je de ruimte voelt om contact op te nemen met je vader, je dit ook zal doen. Dat gun ik jou.
Jouw moeder heeft aangegeven je te blijven steunen en stimuleren. Je vader heeft aangegeven dat hij voor jou rust wil en jouw wensen wil respecteren. Verder heeft hij laten weten dat zijn deur altijd voor jou openstaat. Er blijft dus ruimte voor contact, maar alleen als jij dat zelf wilt en er klaar voor bent.
Ik wens je veel succes en sterkte met de keuzes die je nu maakt en hoop dat je met de gesprekken met [B] verder kunt groeien en je je goed blijft voelen.
Hierna volgt de beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 door mr. L.A. Witten, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Lammertink als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.