Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. E.C.A. Bakker;
- de advocaat van [verdachte] : mr. J. Gunning (hierna: de advocaat);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. J.A.J. Brahm;
- de jeugdbeschermer van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE);
- de moeder, oma en tante van [verdachte] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.
5.Straf
- een jeugddetentie van 231 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met daarbij de door SAVE geadviseerde bijzondere voorwaarden;
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie als [verdachte] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1 subsidiair en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
jeugddetentie van 81 dagen;
werkstraf, van 80 uren;
nietzal worden
ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.141,11, bestaande uit een vergoeding van € 141,11 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;