Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. E.C.A. Bakker;
- de advocaat van de verdachte: mr. S.K.S. Toelsie (hierna: de advocaat);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. J.A.J. Brahm.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
€ 1.141,11 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
gevangenisstraf van 97 dagen;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.141,11, bestaande uit een vergoeding van € 141,11 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;