ECLI:NL:RBMNE:2026:288
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling na faillissementsaanvraag
Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 5 januari 2026, waarbij ook de schuldhulpverlener aanwezig was.
De rechtbank beoordeelt dat mevrouw verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek, ondanks het ontbreken van een poging tot buitengerechtelijke schuldregeling, omdat aannemelijk is dat een dergelijke regeling niet mogelijk is vanwege een faillissementsaanvraag door VDB-beheer. Vervolgens is vastgesteld dat mevrouw verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich bevinden in een problematische schuldensituatie, te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden, en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden conform artikel 349a van de Faillissementswet. Er is geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, aangezien er geen verzoek daartoe is gedaan en er geen minnelijke regeling is opgestart. De rechtbank benoemt tevens een rechter-commissaris en stelt het salaris van de bewindvoerder vast. Het vonnis is uitgesproken op 6 januari 2026.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met een looptijd van 18 maanden zonder eerdere ingangsdatum.