De zaak betreft een geschil tussen voormalige partners die contractuele medehuurders zijn van een woning en samen een minderjarig kind hebben. Na het beëindigen van hun affectieve relatie in december 2025 verliet de vrouw de woning met het kind en vorderde zij dat de man de woning zou verlaten. De man vorderde in reconventie het exclusieve gebruik van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang is vanwege de zorgverplichtingen voor het minderjarige kind en de huurachterstand. De belangenafweging leidde tot toewijzing van het gebruiksrecht aan de man, omdat hij geen alternatieve woonruimte heeft en daardoor niet voor het kind kan zorgen, terwijl de vrouw bij haar ouders woont. De zorgregeling wordt gefaciliteerd door het verblijf van de man in de woning.
De vordering van de vrouw tot betaling van een voorschot op de huurachterstand werd afgewezen, omdat de man de huurachterstand moet betalen. De procedurekosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is een voorlopige voorziening in kort geding en kan in een bodemprocedure worden herzien.