Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2915

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
UTR 26/2243
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 4.4 WooArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn Woo-verzoek

Eiseres heeft op 18 december 2025 een verzoek om informatie ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken een beslissing genomen. Eiseres stelde de gemeente op 12 februari 2026 in gebreke, waarna zij binnen twee weken alsnog moest beslissen.

De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat de gemeente geen verweerschrift heeft ingediend om bijzondere omstandigheden aan te tonen. Daarom bepaalt de rechtbank dat de gemeente binnen twee weken na de uitspraak alsnog moet beslissen op het Woo-verzoek.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de gemeente de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiseres toegekend.

De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 20 mei 2026 en is in het openbaar uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom en proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2243

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 17 maart 2026 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 18 december 2025.
Verweerder heeft niet op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Tussen partijen lijkt niet in geschil dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op het Woo-verzoek is verstreken. Eiseres heeft op 18 december 2025 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op het verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 12 februari 2026 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen op het Woo-verzoek, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Nu verweerder geen verweerschrift heeft ingediend, is niet gebleken van een bijzonder geval. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder een langere beslistermijn toe te kennen. De rechtbank draagt verweerder op om uiterlijk binnen twee weken na de verzending van deze uitspraak een beslissing te nemen op het verzoek van eiseres.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.
9. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op het verzoek bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiseres te vergoeden.
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
de griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.