Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de voordracht tot inbewaringstelling van de curator van 26 november 2025,
- het bevel tot inbewaringstelling van 3 december 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 13 mei 2025 werd de besloten vennootschap failliet verklaard. De bestuurder, tevens bestuurder van de holding, voldeed niet aan zijn verplichtingen uit de Faillissementswet, waaronder het niet verschijnen op een inlichtingenverhoor en het niet aanleveren van gevraagde informatie.
De rechtbank beval op 3 december 2025 de inbewaringstelling van de bestuurder, die op 8 januari 2026 in verzekerde bewaring werd gesteld toen hij probeerde Nederland te verlaten. Ondanks eerdere waarschuwingen en een ingetrokken bevel tot inbewaringstelling bleef hij zijn verplichtingen negeren.
De rechtbank oordeelt dat voortduring van de inbewaringstelling gerechtvaardigd is vanwege de ernst van de situatie en de belangen van de schuldeisers, waaronder particuliere schuldeisers die aanzienlijke aanbetalingen deden zonder dat de werkzaamheden werden afgerond.
Tegelijkertijd wordt de inbewaringstelling geschorst onder strikte voorwaarden: de bestuurder moet binnen twee weken alle gevraagde informatie aan de curator verstrekken en zijn paspoort in bewaring geven. De curator rapporteert uiterlijk 30 januari 2026 over de medewerking van de bestuurder.
Deze maatregel dient om de bestuurder te dwingen zijn verplichtingen na te komen en de afwikkeling van het faillissement te bevorderen.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de bestuurder wordt verlengd en geschorst onder voorwaarden om medewerking aan het faillissement af te dwingen.