Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de voordracht tot inbewaringstelling van de curator van 26 november 2025,
- het bevel tot inbewaringstelling van 3 december 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 januari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de inbewaringstelling van de bestuurder van een failliete besloten vennootschap. De bestuurder was niet verschenen op een inlichtingenverhoor en had niet voldaan aan zijn verplichtingen uit de Faillissementswet, waaronder het aanleveren van informatie aan de curator. De rechtbank constateert dat voortduring van de inbewaringstelling noodzakelijk is om de bestuurder tot nakoming te dwingen.
De bestuurder had vanaf 2023 particuliere schuldeisers benadeeld door aanbetalingen voor bouwwerkzaamheden te accepteren zonder deze uit te voeren. Ondanks eerdere waarschuwingen en een eerder ingetrokken bevel tot inbewaringstelling, bleef hij zijn verplichtingen negeren en probeerde hij het land te verlaten. De rechtbank acht de inbewaringstelling gerechtvaardigd vanwege de ernst van de situatie en de belangen van de schuldeisers.
Tegelijkertijd schorst de rechtbank de verlenging van de inbewaringstelling onder strikte voorwaarden, waaronder het binnen twee weken verstrekken van alle gevraagde informatie en het in bewaring geven van het paspoort. De curator zal de rechtbank uiterlijk 30 januari 2026 informeren over de medewerking van de bestuurder. Indien de bestuurder niet aan de voorwaarden voldoet, wordt de schorsing opgeheven en de inbewaringstelling voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de inbewaringstelling van de bestuurder en schorst deze onder voorwaarden om medewerking af te dwingen.