Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. L.E. van Zijl;
- de advocaat van de verdachte: mr. T.S.S. Overes (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [benadeelde] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
- een maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging);
- de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) in de zin van artikel 38z het Wetboek van Stafrecht.
- een rapport betreffende een Pro Justitia triple geïntegreerd onderzoek van 31 maart 2026;
- een rapport van de reclassering van 23 april 2026.
de aard van het feit. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde brandstichtingen onder de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden niet kunnen worden aangemerkt als een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De verdachte heeft weliswaar meerdere malen brand gesticht, maar hierdoor is geen gevaar voor personen ontstaan.
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
,omdat vast is komen te staan dat de kosten van de behandeling van de benadeelde partij op die datum zijn betaald.
,omdat vast is komen te staan dat de kosten van de behandeling van de benadeelde partij op die datum zijn betaald.
,omdat vast is komen te staan dat de kosten van de behandeling van de benadeelde partij op die datum zijn betaald.
,omdat vast is komen te staan dat de kosten van de behandeling van de benadeelde partij op die datum zijn betaald.
)wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de volgende data tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald:
- voor een bedrag van € 500,- vanaf 23 februari 2025;
- voor een bedrag van € 787,50 vanaf 1 oktober 2023;
- voor een bedrag van € 2564,- vanaf 18 mei 2025;
- voor een bedrag van € 4950,- vanaf 1 mei 2025;
- voor een bedrag van € 715,- vanaf 21 mei 2025.
8.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 36b, 36d, 36f, 37a, 37b, 38z, 45, 57, 157 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 2.1 van de Wet dieren.
9.De beslissing
een gevangenisstrafvan
18 maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking(als bedoeld in artikel 38z Sr);