5.3.Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf en maatregelen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft in ongeveer twee jaar tijd vier keer brand gesticht op het terrein van de dagbesteding. Met de brandstichtingen heeft de verdachte niet alleen steeds flinke materiële schade aangericht, maar ook zijn bij één brand meerdere konijnen, kippen en eenden doodgegaan. Daarnaast zijn paarden getroffen, al konden die gelukkig worden gered. Hoewel de verdachte wel leek te beseffen hoe erg het was wat hij deed, heeft hij keer op keer toch weer brand gesticht. De verdachte ging naar eigen zeggen met veel plezier naar de dagbesteding. Dat zal ook zo zijn geweest voor de andere (kwetsbare) deelnemers aan de dagbesteding. Uit de vordering van de benadeelde partij is gebleken dat de brandstichtingen grote impact hebben gehad op de eigenaresse. Uiteindelijk heeft zij, als gevolg van de vele branden, de dagbestedingslocatie zelfs moeten sluiten. De verdachte heeft met zijn handelen dus ook een grote groep mensen getroffen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 4 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Rapportages
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte onder meer en voor zover hier van belang kennisgenomen van:
- een rapport betreffende een Pro Justitia triple geïntegreerd onderzoek van 31 maart 2026;
- een rapport van de reclassering van 23 april 2026.
Uit voornoemd Pro Justitia rapportage volgt dat de psychiater en psycholoog een autisme spectrum stoornis (hierna: ASS) en een licht verstandelijke beperking (gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens) hebben vastgesteld. Mogelijk zou er ook sprake zijn van een psychosegevoeligheid. De psycholoog en de psychiater kunnen geen delictscenario opstellen, waarbij een heldere doorwerking beschreven kan worden. Er zijn verschillende hypothesen uitgewerkt. In elk geval lijkt er geen sprake te zijn geweest van een allesoverheersende psychopathologie. Zij stellen echter wel vast dat de aanwezige pathologie zo alomvattend en persisterend is en zodanig van invloed op zijn dagelijks functioneren dat in ieder geval een doorwerking te verwachten valt. De psychiater en psycholoog adviseren om de feiten, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert dat de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.
De psycholoog en de psychiater stellen verder dat er sprake is van een hoog recidiverisico op gewelddadig gedrag. Deze conclusie is gebaseerd op de verzamelde informatie over de verdachte, het gebruik van risicotaxatie-instrumenten en het klinisch oordeel. De psychiater en psycholoog adviseren een langdurige opname in een setting met een voldoende hoog beveiligingsniveau in de vorm van tbs met dwangverpleging zonder voorgenomen tijdsduur.
De deskundigen hebben overwogen of een behandeling in een ander kader in beeld kan komen. De verdachte is echter onvoldoende in staat zich te conformeren aan opgelegde voorwaarden en heeft ook aangegeven hier niet aan mee te willen werken. Bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, een zorgmachtiging of tbs met voorwaarden worden dan ook niet haalbaar geacht om het recidiverisico te minderen. Bij tbs met dwangverpleging is sprake van het zeer intensieve en langdurige behandelkader, dat nodig is om het recidiverisico op termijn te minderen.
In het reclasseringsrapport staat dat de reclassering – gelet op de geconstateerde psychische problematiek en het hoge recidiverisico – geen mogelijkheden ziet voor een afdoening met een voorwaardelijk kader. De reclassering onderschrijft het rapport van de psycholoog en de psychiater.
Voorwaardelijk verzoek opstellen maatregelenrapport
Gelet op de voornoemde rapporten ziet de rechtbank geen aanleiding om een maatregelenrapport op te laten stellen. Zowel de psycholoog en psychiater, als ook de reclassering zijn er stellig over dat een tbs met voorwaarden niet haalbaar is. Bovendien is ook op zitting niet gebleken dat de verdachte mee zal werken aan eventueel opgelegde voorwaarden.
Straf en maatregel
Gevangenisstraf
Gelet op de aard en ernst van de feiten is naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank let daarbij op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Van belang is verder dat er bij de branden geen gevaar voor personen te duchten is geweest. De rechtbank vindt strafverzwarend dat de verdachte keer op keer de fout in is gegaan in een lange periode van twee jaar, en dat de brandstichtingen steeds tegen hetzelfde slachtoffer gericht waren. De rechtbank wijkt echter af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank zwaarder gewicht toekent aan de verminderde toerekening van de feiten aan verdachte. Ook weegt de rechtbank in de strafmaat mee dat tbs met dwangverpleging wordt opgelegd.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Tbs met dwangverpleging
De officier van justitie heeft tbs met dwangverpleging gevorderd. De rechtbank overweegt dat aan de voorwaarden voor het opleggen van een tbs-maatregel is voldaan, namelijk dat:
- sprake is van een misdrijf waarop minimaal 4 (vier) jaar gevangenisstraf staat;
- is vastgesteld dat bij verdachte ten tijde van het delict sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereist (gevaarscriterium);
- de rechtbank beschikt over adviezen van gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht.
Ter toelichting geldt het volgende.
Gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestvermogens:
De rechtbank volgt de psychiater en psycholoog in de conclusie dat de verdachte lijdt aan ASS en dat sprake is van een licht verstandelijke beperking (gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens). Op grond van deze conclusie is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte ook ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde een gebrekkige stoornis of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, Sr bestond. Voor dit vereiste is voldoende dat een verband bestaande uit gelijktijdigheid kan worden vastgesteld. Dat is hier het geval.
Een misdrijf genoemd in artikel 37a, eerste lid en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht:
De rechtbank stelt vast dat aan dit vereiste is voldaan. De onder 1, 3, 4 primair, 5 en 6 bewezen verklaarde feiten leveren een geweldsdelict op waar naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 (vier) jaar of meer is gesteld. De rechtbank houdt daarnaast ook rekening met het feit dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten.
Gevaarscriterium
De rechtbank heeft overwogen of tbs met dwangverpleging moet worden opgelegd, aangezien dit een zeer verstrekkende maatregel is. De vraag moet worden beantwoord of die maatregel in de situatie van de verdachte passend en geboden is. De rechtbank oordeelt, alles overwegende, dat dit het geval is. De rechtbank volgt daarmee het advies van de psychiater en psycholoog om de verdachte binnen het kader van tbs met dwangverpleging te behandelen. De rechtbank neemt in haar overweging het hoge recidiverisico mee, dat mede is gebaseerd op het klinisch oordeel over de verdachte. Ook wegen de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten mee. Daarnaast weegt voor de rechtbank zwaar dat uit het rapport van psychiater en psycholoog naar voren komt dat oplegging van de tbs met dwangverpleging de enige mogelijkheid lijkt te zijn om verdachte te helpen en het hoge recidiverisico op geweldsincidenten in te perken. De rechtbank weegt daarbij mee dat de verdachte heeft aangegeven niet mee te willen werken aan voorwaarden, omdat hij alles al geleerd zou hebben. Behandeling in een strak kader met een hoog beveiligingsniveau is noodzakelijk om de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen te beschermen.
Alles overziend, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van tbs met dwangverpleging noodzakelijk maakt.
Duur van de maatregel
Op grond van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, mag de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren niet te boven gaan, tenzij de tbs-maatregels is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (hierna: een geweldsmisdrijf). De beslissing over de vraag of de tbs gemaximeerd is, is blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht (Kamerstukken II 1992/93, 22 909, nr. 6, p. 5) gebaseerd op het oordeel over
de aard van het feit. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde brandstichtingen onder de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden niet kunnen worden aangemerkt als een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De verdachte heeft weliswaar meerdere malen brand gesticht, maar hierdoor is geen gevaar voor personen ontstaan.
Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de voorwaarde voor het opleggen van een ongemaximeerde tbs-maatregel. De tbs-maatregel met dwangverpleging kan daarom maximaal vier jaar bedragen. De rechtbank zal dan ook aan de verdachte een gemaximeerde tbs-maatregel met dwangverpleging opleggen.
Oplegging van gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr)
De verdachte heeft onder invloed van zijn stoornis meerdere brandstichtingen gepleegd, en dit zijn geweldsdelicten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de bescherming van de samenleving vereist dat toereikende maatregelen genomen worden om recidive te voorkomen. Aangezien er op dit moment een hoog risico op recidive van gewelddadig gedrag bestaat en voorkomen moet worden dat dit na beëindiging van de tbs met dwangverpleging tot onveiligheid voor de samenleving leidt, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste GVM moet worden opgelegd. Aan de voorwaarden voor oplegging van deze maatregel is voldaan, omdat tbs met dwangverpleging wordt opgelegd, en omdat een GVM kan worden opgelegd ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. Naar het oordeel van de rechtbank is aan deze voorwaarde voldaan, gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten en het in de rapportages geschatte hoge recidiverisico indien verdachte geen adequate behandeling krijgt. De rechtbank acht het van belang dat na het beëindigen van de tbs-maatregel toezicht kan worden gehouden op de verdachte, omdat ASS en een licht verstandelijke beperking blijvend aanwezige stoornissen zijn. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat oplegging van deze maatregel in dit geval aangewezen is. Bij het einde van de opgelegde tbs-maatregel kan beoordeeld worden in hoeverre het recidiverisico nog aanwezig is en of en zo ja, welke voorwaarden moeten worden opgelegd ter bescherming van de veiligheid van anderen. Tegen de tijd dat de opgelegde tbs-maatregel afloopt, zal de officier van justitie een nieuw reclasseringsadvies op moeten laten maken en eventueel een medische verklaring, als behandeling of opname in een zorginstelling nodig wordt geacht.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.