In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens verzakking van zijn tuin, die volgens hem het gevolg is van onvoldoende geplaatste funderingspalen door gedaagde. Gedaagde heeft in een incident verzocht om een derde partij, de heer A, in vrijwaring op te roepen. Deze derde partij zou volgens gedaagde een waarschuwingsplicht hebben geschonden door niet tijdig te waarschuwen dat de betonconstructie te zwaar was voor de draaipalen.
Eiser heeft geen verweer gevoerd tegen dit incident en laat de beslissing aan de rechtbank over. De rechtbank oordeelt dat de gronden van gedaagde voldoende zijn om de oproeping in vrijwaring toe te staan. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De rechtbank bepaalt dat de mondelinge behandeling in de hoofdzaak pas plaatsvindt nadat de heer A in de vrijwaring heeft geantwoord, en dat beide mondelinge behandelingen gelijktijdig zullen plaatsvinden. Dit vonnis is uitgesproken op 20 mei 2026 door rechter N.A.J. Purcell.