Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2971

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
11886632 \ MC EXPL 25-5130
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:267 lid 7 BWArt. 223 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurrecht aan eiser na beëindiging relatie en ontruiming gedaagde

Partijen huurden gezamenlijk een woning, maar na beëindiging van hun affectieve relatie ontstond onenigheid over wie het huurrecht mocht voortzetten. Zowel eiser als gedaagde vorderden exclusief huurrecht. De kantonrechter oordeelde dat het huurrecht uitsluitend aan eiser toekomt, mede vanwege het feit dat de woning met voorrang aan eiser was toegewezen nadat hij zijn vorige sociale huurwoning had verlaten.

Daarnaast speelde het belang van eiser bij het behoud van een schuur voor zijn eenmanszaak en het belang bij de hond, die volgens de kantonrechter aan eiser toebehoort. De vordering van gedaagde tot toewijzing van de hond werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De kantonrechter wees de voorlopige voorzieningen af omdat de hoofdzaak direct werd behandeld. Gedaagde werd veroordeeld de woning binnen zeven dagen te verlaten, maar de gevorderde dwangsom werd afgewezen omdat eiser al via de deurwaarder ontruiming kan afdwingen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het huurrecht wordt uitsluitend aan eiser toegewezen en gedaagde moet de woning binnen zeven dagen verlaten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11886632 \ MC EXPL 25-5130
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats] ,
eisende partij in conventie en in het incident,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. F.B. Mahabali en mr. J.B.M. Swart,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
verwerende partij in het incident,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. W.F. Wienen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding tevens provisionele eis in incident ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
  • de conclusie van antwoord in het incident;
  • de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van [gedaagde] ;
  • de nadere producties van [gedaagde] ;
  • de conclusie van antwoord in reconventie en nadere producties van [eiser] .
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026.
Beide partijen zijn verschenen met hun gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
Partijen huren samen de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Partijen zijn verdeeld over de vraag wie de woning moet verlaten na de beëindiging van hun affectieve relatie. Zowel [eiser] als [gedaagde] vorderen daarom (respectievelijk in conventie en in reconventie) dat wordt bepaald dat aan hem/haar het huurrecht van de woning wordt toebedeeld met uitsluiting van de ander.
De kantonrechter bepaalt dat het huurrecht uitsluitend door [eiser] wordt voortgezet.

3.De beoordeling

In het incident
3.1
In het incident heeft [eiser] ook gevorderd om voorlopige voorzieningen voor de duur van dit geding te treffen als bedoeld in artikel 223 Rv Pro. Dit zijn provisionele vorderingen die zien op maatregelen die gelden voor de duur van deze zaak. Omdat de kantonrechter direct in de hoofdzaak zal beslissen, heeft [eiser] geen belang meer bij deze vorderingen. Deze worden daarom afgewezen.
3.2
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten van het incident te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
In de hoofdzaak
Toedeling van het huurrecht
3.3
De kantonrechter kan op grond van artikel 6:267 lid 7 BW Pro bepalen dat [eiser] of [gedaagde] de huur met ingang van een te bepalen tijdstip niet langer zal voortzetten. Een dergelijke vordering wordt slechts toegewezen, indien dit naar billijkheid, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, geboden is.
3.4
Partijen zijn, gezien de beëindiging van hun relatie, het erover eens dat het wenselijk is dat slechts één van hen het huurrecht voortzet. Voor de beoordeling in dit kader zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
3.5
Allereerst is van belang dat de woning is verkregen nadat [eiser] zijn vorige sociale huurwoning had ingeleverd, die hij eveneens huurde van [bedrijf] . Weliswaar hebben partijen de huidige woning samen gehuurd, maar doordat [eiser] zijn vorige huurwoning had achtergelaten werd de huidige woning binnen het systeem van [bedrijf] met voorrang beschikbaar gesteld. Dit blijkt ook uit de website van [bedrijf] , waarnaar [eiser] verwijst, waar onder meer staat: “
Huurders hebben bij ons een streepje voor (…). Door sociale huurders voorrang te geven om door te stromen maken we dit mogelijk. We helpen jou de stap naar een grotere huurwoning of koopwoning te zetten. Jij laat een sociale huurwoning achter voor mensen die deze nodig hebben. (…) [1] Dat het ging om een tijdelijke jongerenwoning laat onverlet dat [gedaagde] heeft kunnen meeliften op de voorrang die dankzij [eiser] is verkregen. Dit heeft geleid tot de toewijzing van de huidige woning.
3.6
Verder heeft [eiser] belang bij behoud van de schuur die bij woning hoort als opslagplek ten behoeve van zijn eenmanszaak. In de schuur slaat hij namelijk (gespecialiseerde) gereedschappen en materialen op voor de uitvoering van zijn kluswerkzaamheden. [2] Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] ook erkend dat de schuur vol ligt met (voornamelijk werkgerelateerde) spullen die alleen van [eiser] zijn.
3.7
Ook speelt het belang van de hond van partijen mee. [gedaagde] heeft in reconventie gevorderd dat wordt bepaald dat de hond aan haar toekomt en bij haar blijft. Volgens [eiser] behoort de hond exclusief aan hem toe. Zeker gelet op de gemotiveerde betwisting door [eiser] , lag het op de weg van [gedaagde] om voldoende te stellen en te onderbouwen waarom de hond aan haar toekomt. Dat partijen de hond samen hebben gekocht en samen hebben opgehaald, is onvoldoende. Deze vordering moet daarom worden afgewezen. Bovendien heeft [eiser] op de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat zijn vorige hond (van dezelfde soort) was overleden en dat hij daarom weer dezelfde soort hond wilde. Het lijkt er dus eerder op dat de hond aan [eiser] toebehoort. [eiser] en de hond zelf (vanwege het formaat van de hond en de benodigde bewegingsruimte) hebben in dat geval dan ook om die reden belang bij het behoud van (de tuin) bij de woning. Bij de katten van [gedaagde] speelt dit in mindere mate.
3.8
De overige door partijen aangevoerde argumenten betreffen vergelijkbare belangen (bijvoorbeeld dat beide partijen slechts tijdelijk bij hun ouder(s) kunnen verblijven), leggen geen doorslaggevend gewicht in de schaal (bijvoorbeeld de medische problematiek en de financiële draagkracht aan beide kanten) en/of zijn onvoldoende onderbouwd (bijvoorbeeld de door [gedaagde] gestelde afspraak dat [eiser] zou gaan verhuizen).
3.9
Gelet op al het voorgaande zal worden bepaald dat het huurrecht aan [eiser] wordt toegewezen. Dit betekent dat de reconventionele vorderingen van [gedaagde] in dit verband moeten worden afgewezen.
3.1
[gedaagde] zal ook worden veroordeeld om de woning te verlaten. Daarbij zal de ontruimingstermijn worden bepaald op zeven dagen. De door [eiser] gevorderde dwangsom zal echter worden afgewezen bij gebrek aan belang. De deurwaarder is op grond van de wet bevoegd tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming (zie artikelen 556 lid 1 en 557 in samenhang met artikel 444 Rv Pro). Omdat [eiser] dus al mogelijkheden heeft om de ontruiming af te dwingen, is het niet nodig om daarnaast de gevorderde dwangsom toe te wijzen.
Proceskosten
3.11
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit geldt in conventie en in reconventie.

4.De beslissing

De kantonrechter
In het incident
4.1
wijst de vorderingen in het incident af;
4.2
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
In conventie
4.3
bepaalt dat het huurrecht met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] per vandaag uitsluitend wordt voortgezet door [eiser] ;
4.4
bepaalt dat [gedaagde] de woning
binnen zeven dagen nabetekening van dit vonnis moet verlaten en verlaten moet houden;
4.5
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af;
In reconventie
4.8
wijst de vorderingen in reconventie van [gedaagde] af;
4.9
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
4578

Voetnoten

1.Zie ook het antecedentenformulier en de berichten van [bedrijf] (resp. producties 2 en 11 van [eiser] ).
2.Zie ook de foto’s die als productie 14 door [eiser] zijn overgelegd.