Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 10,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Werknemer trad op 1 december 2024 in dienst bij Oracle en werd op 29 januari 2025 in de proeftijd ontslagen. Hij stelde dat het ontslag onrechtmatig was vanwege schending van de precontractuele informatieplicht en vorderde materiële en immateriële schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet-ontvankelijk was in het deel van de vordering dat verband hield met het beëindigen van het dienstverband vanwege de vervaltermijn van artikel 7:686a BW. De vordering tot immateriële schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De overige vorderingen, waaronder materiële schadevergoeding wegens gemiste bonus en een verklaring van onrechtmatig handelen, werden inhoudelijk beoordeeld en afgewezen. Er was onvoldoende bewijs dat de functie was komen te vervallen of dat de werkgever haar informatieplicht had geschonden. Ook was niet gebleken dat de werknemer geen kans had gehad zich te bewijzen.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de vordering van Oracle in reconventie werd afgewezen. De proceskosten werden vastgesteld op het reguliere liquidatietarief.
Uitkomst: Werknemer wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en overige vorderingen afgewezen; werknemer veroordeeld in proceskosten.