Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2978

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
12090315 \ UC EXPL 26-1056
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 2 lid 3 WIBONArt. 6:170 BWArt. 233 lid 1 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor schade aan drinkwaterleiding door onzorgvuldige grondroerende werkzaamheden

Op 4 juli 2023 hebben werknemers van [gedaagde] tijdens grondroerende werkzaamheden schade veroorzaakt aan een drinkwaterleiding van Oasen. Oasen vordert vergoeding van de schade, ter hoogte van € 8.544,13, exclusief btw, plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te voldoen aan de onderzoeksplicht zoals voorgeschreven in de Wet Informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse Netten (WIBON) en de Richtlijn zorgvuldig grondroeren. De drinkwaterleiding lag binnen het graafgebied, terwijl [gedaagde] op basis van KLIC-tekeningen meende dat dit niet het geval was. Hierdoor is schade ontstaan die [gedaagde] moet vergoeden.

Oasen heeft de schade onderbouwd met facturen voor materiaalkosten, uitvoeringskosten en schadebehandelingskosten. [gedaagde] betwist het schadebedrag en stelt dat Oasen is verrijkt door een nieuwe leiding, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. De kantonrechter wijst de vordering van Oasen toe, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van schade en buitengerechtelijke incassokosten.

Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat Oasen het vonnis kan ten uitvoer leggen ook bij hoger beroep.

Uitkomst: [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 8.544,13 schadevergoeding, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten aan Oasen wegens onzorgvuldig handelen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12090315 \ UC EXPL 26-1056 BJvd/61199
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
OASEN N.V.,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Oasen,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [A] , directeur.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10,
- het antwoord van [gedaagde] op de rolzitting, met twee bijlagen,
- de akte van Oasen met aanvullende producties 11 tot en met 30,
- de volmacht waaruit blijkt dat mevrouw [B] namens Oasen optreedt in deze zaak.
1.2
Op 14 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Oasen is verschenen mevrouw [B] ( [functie] bij Oasen) met haar gemachtigde de heer J.A. Drost van Flanderijn. Namens [gedaagde] is verschenen de heer [A] , directeur van [gedaagde] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
1.3
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Werknemers van [gedaagde] hebben op 4 juli 2023 tijdens het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden schade aan een drinkwaterleiding van Oasen veroorzaakt. Oasen vordert in deze procedure vergoeding van de schade die daarbij is ontstaan, ter hoogte van € 8.544,13. [gedaagde] vindt het bedrag te hoog en stelt bovendien dat Oasen verrijkt is door het plaatsen van een nieuwe drinkwaterleiding. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het schadebedrag aan Oasen moet betalen, plus de wettelijke rente daarover.

3.De beoordeling

Het beoordelingskader
3.1
De grondslag van de vordering van Oasen is onrechtmatige daad. [1] Een onrechtmatige daad is een handeling (of juist het nalaten daarvan) die in strijd is met de wet of met wat volgens de samenleving zorgvuldig is, en waardoor iemand anders schade lijdt. Partijen hebben discussie over de vraag of [gedaagde] bij het uitvoeren van de grondwerkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij de beoordeling daarvan wordt het volgende vooropgesteld.
3.2
In de Wet Informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse Netten (WIBON) is bepaald dat de grondroerder [2] graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze moet uitvoeren. Om het werk zorgvuldig te kunnen uitvoeren moet de grondroerder in ieder geval ervoor zorgen dat voor het starten van de werkzaamheden een graafmelding is gedaan, onderzoek is verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie en dat op de graaflocatie de van de Dienst ontvangen gebiedsinformatie aanwezig is. [3] In de Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase (hierna: de Richtlijn) is verder uitgelegd hoe het graafproces zorgvuldig kan worden gedaan. De grondroerder heeft een onderzoeksplicht naar de werkelijke ligging van kabels en leidingen binnen het graafgebied. De onderzoeksplicht houdt onder andere in dat informatie over de ligging van kabels en leidingen moet worden opgevraagd door een KLIC [4] -melding te doen of de aanwezige KLIC-gegevens op te vragen bij de opdrachtgever.
3.3
Vervolgens moet de informatie over de leidingen en kabels worden beoordeeld en eventueel moet contact worden opgenomen met de netbeheerder van de leidingen of kabels. Aan de hand van alle informatie moet een risico-inventarisatie worden gemaakt. De werkelijke ligging van kabels en leidingen kan afwijken van de informatie uit het KLIC. Daarom moet de werkelijke ligging van kabels en leidingen worden bepaald door het graven van proefsleuven of het gebruik van kabel- en leidingdetectieapparatuur.
[gedaagde] heeft schade veroorzaakt aan de waterleiding van Oasen
3.4
Vaststaat dat werknemers van [gedaagde] op 4 juli 2023 grondroerende werkzaamheden hebben uitgevoerd om een damwand en beschoeiing te plaatsen in de buurt van de [straat] [nummer] in [plaats 2] en dat hierbij schade is ontstaan aan een drinkwaterleiding van Oasen. Oasen stelt dat de schade is te wijten aan onzorgvuldig handelen van de medewerkers van [gedaagde] . Volgens Oasen heeft [gedaagde] onvoldoende maatregelen getroffen om schade aan de drinkwaterleiding te voorkomen.
[gedaagde] heeft onzorgvuldig gehandeld en is aansprakelijk voor de schade van Oasen
3.5
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onzorgvuldig heeft gehandeld bij het (laten) uitvoeren van de grondroerende werkzaamheden. Volgens [gedaagde] lag de drinkwaterleiding van Oasen op basis van de KLIC-tekening buiten zijn graafgebied, maar in werkelijkheid bleek de leiding zeker één meter binnen het graafgebied te liggen. Uit de Richtlijn blijkt dat kabels en leidingen tot anderhalve meter rondom het graafgebied moeten worden gelokaliseerd. [gedaagde] heeft door dit niet te doen, in strijd met de Richtlijn gehandeld. Op grond van de wet is [gedaagde] bovendien aansprakelijk voor schade door een fout van een medewerker die in opdracht van hem heeft gehandeld. [5] [gedaagde] is dus aansprakelijk voor de schade die Oasen heeft geleden.
[gedaagde] moet de schade die hij heeft veroorzaakt vergoeden
3.6
[gedaagde] moet de schade die Oasen heeft geleden vergoeden. Oasen heeft uitgelegd dat er op 4 juli 2023, na het ontstaan van de schade een tijdelijke noodleiding moest worden aangelegd vanaf de buren naar de woning aan de [straat] [nummer] . Op 11 juli 2023 is de aansluiting van de aansluitleiding op de hoofdleiding opgezocht en is een noodleiding vanaf de hoofdleiding aangelegd naar de woning aan nummer [nummer] , omdat de waterdruk vanaf de noodleiding die via de buren liep onvoldoende waterdruk had. Op 26 september 2023 is de definitieve nieuwe drinkwaterleiding aangelegd. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden moesten ook verkeersmaatregelen worden getroffen, zodat de monteurs veilig konden werken. Oasen stelt dat haar schade € 8.544,13 is, exclusief btw. De kostenposten van de schade van Oasen bestaan uit:
  • ‘Materiaalkosten’ € 4.517,80
  • Uitvoeringskosten € 3.401,33
  • Schadebehandelingskosten € 625,00.
3.7
Oasen heeft onderbouwd dat wat zij materiaalkosten noemt bestaat uit:
  • € 780,00 voor het aanbrengen van een boogzinker;
  • € 810,10 voor het treffen van verkeersmaatregelen;
  • € 1.403,95 voor het treffen van verkeersmaatregelen;
  • € 651,44 voor werkzaamheden en materialen op 26 augustus;
  • € 780,28 voor werkzaamheden en materialen op 11 juli;
  • € 92,03 aan een stuk noodleiding en bevestigingsmateriaal;
3.8
[gedaagde] vindt de factuur van het schadebedrag van Oasen te hoog. Volgens [gedaagde] was het niet nodig om verkeersmaatregelen te treffen, omdat de weg al afgesloten was. Ook vindt hij de materiaalkosten te hoog. Volgens [gedaagde] is een schadebedrag van € 3.012,00 reëel. [gedaagde] stelt dat Oasen nu bovendien een betere leiding heeft dan voorheen en dat het daarom niet eerlijk is dat hij alles moet betalen. De post met schadebehandelingskosten is forfaitair, maar [gedaagde] heeft daarover gezegd dat hij begrijpt dat deze kosten in rekening moeten worden gebracht.
[gedaagde] moet € 8.544,13 aan Oasen betalen
3.9
[gedaagde] moet het bedrag van € 8.544,13 aan Oasen betalen. Oasen heeft voldoende onderbouwd met facturen dat deze kosten gemaakt zijn en [gedaagde] heeft dit niet (voldoende) onderbouwd betwist. Dat de weg afgesloten was en er daarom geen verkeersmaatregelen nodig waren heeft Oasen weerlegd, door te stellen dat de wegafsluiting op 10 juli 2023 is verwijderd. Dit komt ook overeen met de onderliggende facturen voor de verkeersmaatregelen. Er zijn namelijk alleen facturen voor het treffen van verkeersmaatregelen voor de werkzaamheden van 11 juli en 26 september 2023. Dat [gedaagde] de schade mogelijk zelf op een goedkopere of andere manier had kunnen oplossen, zoals hij zegt, betekent bovendien niet dat Oasen de schade niet heeft geleden. Van elke post zijn onderliggende facturen overgelegd en Oasen heeft uitgelegd dat het meer werk is geweest om de schade te herstellen dan [gedaagde] stelt.
3.1
Van enig voordeel van Oasen aan de situatie omdat zij een hele nieuwe leiding zou hebben is ook niet gebleken. Daarvoor heeft [gedaagde] te weinig gesteld en Oasen heeft dit betwist. Volgens Oasen is alleen een gedeelte van de leiding vervangen en is de ligging van de leiding ook niet beter ten opzichte van de ligging vóór de schadeveroorzakende gebeurtenis. Als de leiding niet beschadigd was door [gedaagde] , kon deze volgens Oasen nog zo’n vijftig tot tachtig jaar mee. Dat heeft [gedaagde] niet weersproken.
3.11
[gedaagde] moet ook de wettelijke rente over het schadebedrag betalen, omdat hij in verzuim is met de betaling hiervan. De wettelijke rente gaat in vanaf de datum dat de schade is veroorzaakt, op 4 juli 2023.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.12
Oasen vordert € 802,21 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De gevorderde vergoeding is in overeenstemming met het tarief in het Besluit en is daarom redelijk. Het gevorderde bedrag wordt toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten en de wettelijke rente daarover betalen
3.13
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Oasen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.551,65
3.14
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
3.15
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals is gevorderd door Oasen. Er is niet gebleken van feiten en/of omstandigheden die deze vordering in de weg staan. Op grond de wet wordt die vordering toegewezen. [6] Dit betekent dat [gedaagde] moet voldoen aan de veroordelingen en dat Oasen het vonnis ten uitvoer kan leggen, ook als hiertegen hoger beroep wordt ingesteld.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Oasen van een schadevergoeding van € 8.544,13, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 4 juli 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan Oasen te betalen een bedrag van € 802,21 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.551,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Een grondroerder is degene onder wiens verantwoordelijkheid graafwerkzaamheden worden verricht.
3.Artikel 2 lid 3 WIBON Pro.
4.Kabels en Leidingen Informatie Centrum.
5.Artikel 6:170 BW Pro.
6.Artikel 233 lid 1 Rv Pro.