Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2980

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
11959984 \ UC EXPL 25-8801
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:101 BWArt. 6:119 BWArt. 7:941 lid 4 BWArtikel 7.1 verzekeringsvoorwaarden VP IB 2022-01
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding inboedelschade na gewelddadige beroving deels toegewezen

Eiser was eigenaar van een Rolex horloge en andere kostbaarheden die hij wilde verkopen. Tijdens een afspraak met een vermeende koper via Snapchat werd hij gewelddadig beroofd, waarbij het horloge, een Moncler muts en zijn telefoon werden buitgemaakt. De totale schade bedroeg €17.111,10. Eiser is verzekerd via een inboedelverzekering bij ASR en vordert volledige vergoeding van de schade.

ASR verweert zich met het standpunt dat eiser te laat aangifte heeft gedaan bij de politie en de schade te laat en niet volledig heeft gemeld, waardoor zij in haar belangen zou zijn geschaad. Daarnaast beroept ASR zich op een maximale dekking van €7.500 voor kostbaarheden buitenshuis volgens de polisvoorwaarden.

De kantonrechter oordeelt dat ASR onvoldoende heeft onderbouwd dat zij in haar belangen is geschaad door de late aangifte en melding. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij direct na de beroving contact zocht met de politie, maar dat de aangifte pas na tien dagen kon worden opgenomen. Ook de late melding via de assurantietussenpersoon is niet voldoende om belangen van ASR te schaden. Het niet doorgeven van de naam van een vriend, wiens Snapchataccount betrokken was, heeft het politieonderzoek niet wezenlijk belemmerd.

De rechtbank wijst toe dat ASR op grond van de polisvoorwaarden maximaal €7.500 hoeft te vergoeden voor kostbaarheden buitenshuis, ook bij gewelddadige beroving. Daarnaast moet ASR wettelijke rente betalen vanaf 21 februari 2025, de datum van afwijzing van de vergoedingsaanvraag, en €750 aan buitengerechtelijke incassokosten. ASR wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten van €1.744,04. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: ASR moet €7.500 betalen als maximale dekking plus incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11959984 \ UC EXPL 25-8801
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: K. Gangaram Panday (Legal Start B.V.),
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd in Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ASR,
gemachtigde: mr. J.H. Tuit (ASR Schadeverzekering N.V.).

1.De procedure

1.1
De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding van 24 oktober 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van 7 januari 2026, met producties,
- de akte aanvullende gronden en aanvullende producties van [eiser] van 20 maart 2026.
1.2
Op 2 april 2026 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was [eiser] aanwezig met zijn gemachtigde, de heer K. Gangaram Panday. Namens ASR waren haar gemachtigde mr. J.H. Tuit en de heer [A] aanwezig. Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. Mr. Tuit heeft spreekaantekeningen voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] was eigenaar van een Rolex horloge. Hij heeft uiteengezet dat hij deze wilde verkopen, dat hij via snapchat een afspraak heeft gemaakt met een potentiële koper en dat hij tijdens deze afspraak door de ‘koper’ gewelddadig is beroofd. Hierbij zijn het Rolex horloge en, onder andere, een Moncler muts buitgemaakt en is zijn telefoon beschadigd geraakt, alles ter waarde van € 17.111,10. [eiser] is verzekerde op een inboedelverzekering bij ASR. Hij wil dat ASR hem een vergoeding uitkeert van € 17.111,10. ASR wil dit niet doen. Zij zegt dat [eiser] te laat aangifte heeft gedaan bij de politie en ook niet alle informatie die hij heeft aan de politie heeft doorgegeven. Ook heeft [eiser] de schade te laat bij ASR gemeld. Volgens ASR is zij daardoor geschaad in haar belangen en hoeft zij daarom geen vergoeding uit te keren aan [eiser] . Daarnaast zou zij in dit geval, volgens de polisvoorwaarden, niet meer dan de maximale dekking van € 7.500,00 hoeven uit te keren. De kantonrechter oordeelt dat ASR niet in haar belangen is geschaad en dat zij € 7.500,00 aan [eiser] moet betalen.

3.De beoordeling

3.1
Tussen [eiser] en ASR staat niet ter discussie dat tussen hen een verzekeringsovereenkomst geldt en dat ASR in principe een vergoeding aan [eiser] moet betalen wanneer [eiser] schade lijdt aan zijn inboedel, waaronder ook aan kostbaarheden en ook buitenshuis. Ook de hoogte van de totale schade van [eiser] , € 17.111,00, staat niet ter discussie. ASR voert twee verweren tegen de vordering. Deze verweren bestaan uit een beroep op artikelen uit de verzekeringsvoorwaarden van de polis van [eiser] , op grond waarvan zij (een deel van) de schade niet aan [eiser] zou hoeven vergoeden. Zij stelt ten eerste dat [eiser] ASR heeft geschaad in haar belangen door te laat aangifte te doen en te laat en niet volledig de schade te melden bij ASR. Ten tweede stelt ASR dat zij in dit schadegeval hoe dan ook niet meer dan € 7.500,00 zou hoeven uitkeren.
ASR is niet geschaad in haar belangen doordat [eiser] (te) laat aangifte heeft gedaan en de schade laat heeft gemeld
3.2
ASR stelt ten eerste dat [eiser] haar heeft geschaad in haar belangen en dat ASR daarom niets aan [eiser] hoeft uit te keren. [eiser] heeft volgens ASR te laat aangifte gedaan en ook heeft hij te laat bij ASR gemeld dat hij schade heeft geleden. De kantonrechter volgt ASR niet in dit verweer. Uit de voorwaarden bij de polis van [eiser] blijkt dat [eiser] inderdaad bij diefstal direct aangifte moest doen bij de politie en dat hij de schade aan ASR moet melden zodra hij ervan op de hoogte is. [1] Als [eiser] dit niet doet én daarmee de belangen van ASR zou schaden, kan ASR besluiten de schade niet vergoeden. [2] ASR moet in dat geval wel onderbouwen en uitleggen hoe en waarom haar belangen zijn geschaad. Dat heeft ASR onvoldoende gedaan.
3.3
Wat betreft de aangifte heeft [eiser] uitgelegd dat hij wel degelijk eerder aangifte wilde doen en dat hij direct na de beroving met de politie heeft gebeld. De agent die hij aan de telefoon kreeg heeft toen echter geweigerd zijn aangifte op te nemen, omdat de overval plaatsvond buiten de gemeente van zijn woonplaats. De eerste mogelijkheid om formeel een aangifte te laten opnemen was pas na tien dagen. Toen heeft hij alsnog aangifte gedaan. ASR zegt deze stelling van [eiser] niet te geloven. Volgens haar had [eiser] gelijk een andere politie-eenheid kunnen opbellen. Door de late aangifte kon de politie geen direct onderzoek meer instellen, zodat de kans op het vinden van de daders is verkleind. De kantonrechter begrijpt dat ASR het opmerkelijk vindt dat de aangifte vrij laat is gedaan. Dat de kans op het vinden van de daders is verkleind, heeft ASR echter niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Deze stelling is nu speculatief. Immers, de politie heeft wel onderzoek kunnen doen naar de toedracht en de mogelijke daders, onder meer op het adres in Amstelveen waar [eiser] zegt te zijn beroofd. Het onderzoek loopt nog steeds, aldus [eiser] en dit is door ASR niet weersproken. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet zonder meer duidelijk hoe ASR in haar belangen is geschaad doordat [eiser] tien dagen na de beroving aangifte heeft gedaan.
3.4
Ditzelfde geldt voor de melding van de schade bij ASR. ASR zegt dat [eiser] de schade eerder bij ASR had moeten melden. [eiser] zegt de schade meteen aan zijn assurantietussenpersoon te hebben doorgegeven. Vast staat echter dat deze pas op 13 november 2024 de schade bij ASR heeft gemeld, drieënhalve week na de beroving. Voor zover de tussenpersoon de schade niet direct heeft gemeld, komt dit voor rekening en risico van [eiser] , die hem heeft ingeschakeld. Ook deze late melding is opmerkelijk, maar ASR heeft niet dan wel onvoldoende uitgelegd waarom deze drieënhalve week van doorslaggevend belang zijn geweest voor het wel- of niet slagen van het onderzoek van ASR. Ook hier kan niet worden vastgesteld dat ASR in haar belangen is geschaad.
ASR is niet geschaad in haar belangen doordat [eiser] de naam van zijn vriend niet wil geven
3.5
ASR stelt ook dat [eiser] het onderzoek van haarzelf en de politie heeft gefrustreerd omdat [eiser] heeft geweigerd de naam van de vriend van wie het snapchataccount was aan de politie en ASR te noemen. Nogmaals geldt dat ASR alleen kan weigeren om een schadevergoeding uit te keren wanneer zij in haar belangen is geschaad. Ook hier heeft ASR dit onvoldoende onderbouwd. Volgens ASR heeft [eiser] door het niet doorgeven van de naam het politieonderzoek onmogelijk gemaakt, doordat het snapchataccount van de vriend niet kon worden ingezien om achter de gegevens van de ‘koper’ te komen. De politie heeft echter, zonder de gegevens van de vriend, het snapchataccount van de ‘koper’ kunnen vinden, naast het adres waar de beroving volgens [eiser] heeft plaatsgevonden. ASR heeft niet duidelijk gemaakt op welke andere manier het achterhouden van de naam van de vriend het politieonderzoek en/of haar eigen onderzoek zou hebben geschaad.
3.6
Dat [eiser] de naam niet heeft doorgegeven aan ASR, maakt ook dat ASR, zoals zij heeft opgemerkt, het verhaal van [eiser] niet heeft kunnen verifiëren. Aangezien ASR echter uitdrukkelijk niet het standpunt heeft ingenomen dat sprake is van een verzonnen verhaal of dat [eiser] heeft gefraudeerd (zie 3.7.), is onduidelijk op welke wijze ASR zou worden geschaad in haar belangen doordat het verhaal van [eiser] niet geverifieerd kan worden bij zijn vriend. In beide gevallen zal ASR immers een vergoeding aan [eiser] moeten uitkeren.
ASR moet € 7.500,00 aan [eiser] betalen
3.7
Omdat niet kan worden vastgesteld dat ASR in haar belangen is geschaad door het handelen van [eiser] , moet ASR op basis van de verzekeringsovereenkomst een vergoeding aan [eiser] betalen. Het schaden van de belangen van ASR was namelijk het enige inhoudelijke verweer dat ASR tegen de vordering van [eiser] heeft gevoerd. Hoewel tussen de regels door de indruk wordt gewekt dat ASR mogelijk het verhaal van [eiser] niet gelooft en meent dat hij niet daadwerkelijk is beroofd, is dit
niethet standpunt dat ASR in de procedure heeft ingenomen, ook niet nadat de kantonrechter ASR hier uitdrukkelijk naar heeft gevraagd. En, zoals de gemachtigde van [eiser] terecht heeft aangevoerd, heeft ASR ook geen stappen ondernomen die duiden op dit standpunt. Er is bijvoorbeeld door ASR geen aangifte wegens fraude of oplichting gedaan tegen [eiser] . [eiser] heeft voor zover nodig uitdrukkelijk betwist dat hij fraude heeft gepleegd.
3.8
ASR heeft ook niet het standpunt ingenomen dat [eiser] schade heeft geleden door zijn eigen schuld, nu hij zich in een zeer gevaarlijke situatie heeft begeven en dat zij daarom een lager bedrag aan [eiser] zou hoeven vergoeden. [3] Het enige verweer dat ASR tegen de hoogte van de vordering heeft gevoerd is dat uit de polis volgt dat ASR niet meer dan € 7.500,00 hoeft te vergoeden. Dit verweer van ASR slaagt. Op het polisblad van de inboedelverzekering van [eiser] staat namelijk duidelijk dat voor schade aan kostbaarheden buitenshuis maximaal € 7.500,00 aan vergoeding wordt uitgekeerd. [4] Dat de dekking hoger zou zijn bij gewelddadige beroving en afpersing, zoals [eiser] beweert, volgt niet uit de verzekeringsvoorwaarden. Hier staat opgenomen dat de verzekeringnemer verzekerd is voor schade die buitenshuis ontstaat doordat de verzekeringnemer door geweld en/of onder bedreiging zijn inboedel moet afstaan. [5] Dat betekent echter niet dat ASR álle schade die door geweld en/of bedreiging is ontstaan, moet vergoeden. Zoals ASR heeft uitgelegd, zijn de schadegebeurtenissen die in de verzekeringsvoorwaarden zijn opgenomen enkel bedoeld om uit te leggen in welke gevallen ASR de schade vergoedt, maar wordt de hoogte van de vergoeding beperkt door de maximering op het polisblad. ASR hoeft daarom geen € 17.111,00, maar alleen de maximale dekking van € 7.500,00 aan [eiser] te betalen.
3.9
Omdat ASR te laat heeft betaald, moet zij ook de wettelijke rente over € 7.500,00 betalen. De kantonrechter zal de wettelijke rente toewijzen vanaf 21 februari 2025, de datum waarop ASR de vergoedingsaanvraag van [eiser] heeft afgewezen. De kantonrechter gaat daarmee voorbij aan de stelling van [eiser] dat ASR de rente vanaf een eerder moment verschuldigd zou zijn, omdat de beslissing op de vergoedingsaanvraag te lang op zich heeft laten wachten. De beslissing is drie maanden na de vergoedingsaanvraag van de assurantietussenpersoon van [eiser] genomen. ASR heeft toegelicht dat het nemen van de beslissing enige tijd heeft geduurd, omdat zij onderzoek wilde laten doen naar de hoogte en de toedracht van de schade. Dat zij onderzoek wilde laten doen is begrijpelijk en in dat geval is een periode van drie maanden zeker niet onredelijk lang.
ASR moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.1
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 946,11. Dat zijn kosten die hij heeft gemaakt om te proberen te voorkomen dat hij naar de rechter moest stappen. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom moet ASR daarvoor een vergoeding betalen. Voor die vergoeding gelden vaste tarieven, die afhangen van de hoogte van de vordering. Deze tarieven zijn bepaald in het Besluit. Het bedrag dat [eiser] heeft gevorderd komt niet overeen met het tarief in het Besluit, omdat de kantonrechter een deel van de vordering van [eiser] heeft afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 750,00, overeenkomstig het tarief uit het Besluit bij de toegewezen hoofdsom. Daarnaast wordt de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten toegewezen.
ASR moet de proceskosten betalen
3.11
ASR is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.744,04
De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
3.12
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door [eiser] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt ASR om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt ASR om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 750,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt ASR in de proceskosten van € 1.744,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als ASR niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
62938

Voetnoten

1.Artikel 7.1 verzekeringsvoorwaarden VP IB 2022-01, productie 4 ASR.
2.Artikel 7.2 verzekeringsvoorwaarden VP IB 2022-01, productie 4 ASR. Dit volgt ook uit artikel 7:941 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW).
3.Zoals zou volgen uit 6:101 BW.
4.Productie 2 [eiser] .
5.Artikel 3.1 verzekeringsvoorwaarden VP IB 2022-01, productie 4 ASR.