Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2983

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
12176437 \ MV EXPL 26-46 D/51246
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens huurachterstand van acht maanden

In deze kort geding procedure vordert [eiseres] B.V. ontruiming van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd vanwege een huurachterstand van acht maanden. De huurachterstand bedraagt € 11.069,60 tot en met april 2026. [gedaagde] erkent de achterstand maar wil in de woning blijven en de schuld in termijnen aflossen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij ontruiming omdat de achterstand verder oploopt en zij de woning wil verhuren aan een betalingsplichtige huurder. De rechter weegt de belangen van partijen af en concludeert dat het waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering tot ontruiming zal toewijzen.

De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de toepasselijke algemene voorwaarden niet zijn overgelegd, waardoor de rechter deze vorderingen niet kan toetsen. [gedaagde] heeft onvoldoende perspectief geboden om de achterstand in te lopen en heeft geen gebruik gemaakt van schuldhulpverlening.

De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 28 dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de lopende huur tot aan de daadwerkelijke ontruiming en de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat [eiseres] direct kan overgaan tot uitvoering.

Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen 28 dagen en betaling van de huurachterstand en lopende huur, terwijl rente en incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12176437 \ MV EXPL 26-46 D/51246
Vonnis in kort geding van 20 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 april 2026 met 6 producties;
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling van 6 mei 2026 was namens [eiseres] [gemachtigde] aanwezig. Ook [gedaagde] was aanwezig, samen met zijn collega de heer [A.] . Omdat [gedaagde] zelf geen Nederlands spreekt, heeft de heer [A.] voor [gedaagde] vertaald. De griffier heeft van de zitting aantekeningen gemaakt.
1.3
[gemachtigde] heeft tijdens de zitting namens [eiseres] de eis verminderd (waarover meer in rechtsoverweging 3.8).

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt sinds 1 september 2025 van [eiseres] de woning aan het adres [adres] in [plaats] tegen een huurprijs van € 1.158,70 per maand (inclusief voorschot op de servicekosten). De huur moet vooruit worden betaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Daarom vordert [eiseres] ontruiming van de woning. Zij eist ook betaling van de huurachterstand met rente en kosten. Volgens [gedaagde] klopt het dat er een huurachterstand is. Hij wil graag in de woning blijven wonen. De voorzieningenrechter wijst de ontruiming en de huurachterstand toe. De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

3.De beoordeling

[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
3.1
In dit kort geding moet de voorzieningenrechter allereerst beoordelen of [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van [eiseres] niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Bij de beoordeling moet de voorzieningenrechter de belangen van beide partijen afwegen.
3.2
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. Er is een huurachterstand. Volgens [eiseres] loopt die achterstand (en daarmee haar schade) verder op als [gedaagde] in de woning blijft wonen. [eiseres] heeft er belang bij dat de woning wordt ontruimd, zodat zij de woning zo snel mogelijk kan verhuren aan een kandidaat die wel aan zijn of haar betalingsverplichting voldoet.
3.3
De voorzieningenrechter zal in dit kort geding ook over de overige vorderingen beslissen. Het is namelijk om proceseconomische redenen beter dat de voorzieningenrechter ook direct een beslissing neemt over de huurachterstand, de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Daarbij weegt ook mee dat [gedaagde] erkent dat er een huurachterstand is.
Wat toetst de voorzieningenrechter in dit kort geding?
3.4
De voorzieningenrechter moet in dit kort geding beoordelen of het in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vorderingen van [eiseres] in een bodemprocedure zal toewijzen. In dit vonnis in kort geding wordt alleen een voorlopig oordeel gegeven. Bij de beoordeling van de vordering tot ontruiming moet de voorzieningenrechter terughoudend zijn, omdat een ontruiming een ingrijpend karakter en vaak onomkeerbare gevolgen heeft.
[gedaagde] moet € 11.069,60 aan huurachterstand betalen
3.5
[eiseres] noemt in de dagvaarding een huurachterstand van € 11.069,60 (inclusief voorschotten op de servicekosten). Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand april 2026. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] gezegd dat hij op 27 april 2026 € 800,- heeft overgemaakt naar [eiseres] . Volgens [eiseres] heeft zij geen betaling van [gedaagde] ontvangen. [gedaagde] had zijn standpunt over de betaling verder moeten onderbouwen, bijvoorbeeld door een betalingsbewijs in te dienen. Dat heeft hij niet gedaan. Daarom gaat het verweer niet op. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de huurachterstand € 11.069,60 is. [gedaagde] moet dit bedrag aan [eiseres] betalen.
[gedaagde] hoeft de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen
3.6
Uit de schriftelijke huurovereenkomst blijkt dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. [eiseres] heeft die voorwaarden niet bij de dagvaarding gevoegd. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of in de toepasselijke algemene voorwaarden een of meerdere contractuele regelingen zijn opgenomen over de verschillende onderdelen van de vordering, en zo ja, of die regelingen oneerlijk zijn. Bij gebreke van de algemene voorwaarden kan de voorzieningenrechter haar ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren en daar zullen consequenties aan worden verbonden. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat er over de gevorderde hoofdsom (de huurachterstand) een contractuele regeling is bedongen. Daarom zal de consequentie worden beperkt tot de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten. Die vorderingen zullen bij wijze van sanctie worden afgewezen, ook al zijn de vorderingen in deze procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
3.7
Er is een huurachterstand van acht maanden. Deze achterstand is zo groot dat van [eiseres] niet kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst laat voortduren. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat de huurachterstand is ontstaan doordat hij de afgelopen maanden geen vast inkomen had. Hij had eerst een stabiele baan, maar door problemen op het werk moest hij een andere baan zoeken. Volgens [gedaagde] werkt hij sinds kort als zzp’er in de bouw en verdient hij wekelijks € 1.200,-. Hij wil in de woning blijven wonen, de huurachterstand in delen aflossen en de lopende huurtermijnen betalen. Deze financiële omstandigheden kunnen [gedaagde] niet helpen. [gedaagde] heeft namelijk onvoldoende perspectief gegeven voor een oplossing om de huurachterstand in te lopen en de lopende huur te betalen. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat [gedaagde] sinds het uitbrengen van de dagvaarding geen betaling aan [eiseres] heeft gedaan (tenminste: van een betaling is niets gebleken). Ook heeft [gedaagde] ondanks zijn financiële problemen geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden tot schuldhulpverlening, ook niet nadat [eiseres] de huurachterstand bij de gemeente heeft gemeld en zij [gedaagde] op het bestaan van schuldhulpverleningsinstanties heeft gewezen. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat een bodemrechter de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal ontbinden en [gedaagde] zal veroordelen om de woning te ontruimen. Daarom zal de gevorderde ontruiming in dit kort geding worden toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde] de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten.
3.8
In de dagvaarding is een ontruimingstermijn van veertien dagen gevorderd. Tijdens de zitting heeft [gemachtigde] namens [eiseres] de termijn gewijzigd naar 28 dagen. De voorzieningenrechter sluit aan bij deze laatste ontruimingstermijn. [gedaagde] krijgt dus 28 dagen om de woning te ontruimen. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan hem door de deurwaarder is bezorgd.
3.9
Tijdens de zitting heeft [gemachtigde] aangegeven dat [eiseres] bereid is af te zien van de tenuitvoerlegging van de ontruiming als er een duurzame oplossing voor de huurachterstand komt en als de lopende huur op korte termijn stabiel wordt betaald.
[gedaagde] moet de lopende huur betalen
3.1
[gedaagde] moet de maandelijkse huurprijs aan [eiseres] betalen vanaf 1 mei 2026 tot en met de dag waarop de daadwerkelijke ontruiming plaatsvindt.
3.11
[eiseres] vordert ook de wettelijke rente over de toekomstige huurtermijnen. Die rente is nog niet opeisbaar. De voorzieningenrechter wijst deze vordering daarom af.
[gedaagde] moet de proceskosten met rente betalen
3.12
[gedaagde] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,46
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.406,46
3.13
De voorzieningenrechter wijst de wettelijke rente over de proceskosten toe zoals vermeld in de beslissing.
De voorzieningenrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad
3.14
[eiseres] vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat [eiseres] het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van [eiseres] om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval de belangen van [eiseres] zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . De belangen die de voorzieningenrechter daarbij heeft meegewogen staan genoemd in rechtsoverweging 3.7. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen 28 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] in [plaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren en niet aan [eiseres] , en om het gehuurde ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiseres] :
I. € 11.069,60 aan achterstallige huur en voorschotten op de servicekosten tot en met de maand april 2026;
II. € 1.158,70 aan huur en voorschot op de servicekosten per maand vanaf 1 mei 2026 tot aan de dag waarop daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.406,46 te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald;
4.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.