Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2985

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/16/610705 / KL ZA 26-113
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gebieds- en contactverbod en afgifte van bescheiden in kort geding curator

De curator van een onder curatele gestelde persoon vordert in kort geding een gebieds- en contactverbod tegen de gedaagde, alsmede de afgifte van persoonlijke bescheiden. De voorzieningenrechter toetst de vorderingen aan het spoedeisend belang en de mate van aannemelijkheid van onrechtmatig handelen.

De woonplaats van de onder curatele gestelde is sinds enkele maanden een gesloten instelling vanwege een ernstige ziekte, en de gedaagde heeft zich sinds augustus 2025 niet meer in de woning begeven. Er is geen aannemelijke dreiging dat de gedaagde zich alsnog in de toekomst daar zal begeven. Ook is gebleken dat er geen contact via internet of anderszins is gezocht door de gedaagde sinds opname.

De curator heeft onvoldoende feiten gesteld die een gebieds- of contactverbod kunnen rechtvaardigen. Eveneens is onvoldoende onderbouwd dat de gedaagde persoonlijke eigendommen van de onder curatele gestelde in bezit heeft, terwijl een deel van de gevorderde bescheiden toebehoort aan een failliete vennootschap. Daarom worden alle vorderingen afgewezen en wordt de curator veroordeeld tot betaling van een kleine vergoeding aan de gedaagde.

Uitkomst: Alle vorderingen van de curator worden afgewezen wegens gebrek aan aannemelijke feiten en belangen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/610705 / KL ZA 26-113
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 21 mei 2026
in de zaak van
BRACT FINANCIAL CARE B.V.,
in hoedanigheid van curator van [eiseres] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: Bract Financial Care,
advocaat: mr. E. Aslan,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] .
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Lelystad.
De zaak wordt behandeld door mr. D.M. Staal, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. N. Haasjes als griffier.
Aanwezig zijn:
- de heer [naam] , echtgenoot van [eiseres] ,
- de heer mr. E. Aslan voornoemd,
- de heer [gedaagde] .
Partijen hebben aan de hand van overgelegde stukken, waaronder de dagvaarding en producties, op de mondelinge behandeling hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beslissing

De voorzieningenrechter
1.1
wijst de vorderingen van eiseres af,
1.2
veroordeelt eiseres te betalen aan gedaagde € 50,00 aan reis-, en verletkosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.

2.De beoordeling

Bract Financial Care is vertegenwoordigingsbevoegd
2.1
Bract Financial Care (hierna: eiseres) is op 14 oktober 2025 aangesteld als de curator van [eiseres] (hierna: mevrouw [eiseres] ) en is daarmee bevoegd om de onderhavige vorderingen in te stellen.
Toetsingskader in kort geding
2.2
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing is nodig dat eiseres daarbij een spoedeisend belang heeft. Hiervan is sprake als, gelet op de belangen van partijen, op korte termijn een voorziening geboden is en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Bract Financial Care heeft spoedeisend belang bij haar vorderingen
2.3
Eiseres vordert, onder meer, een gebieds- en contactverbod en daarnaast afgifte van persoonlijke spullen van mevrouw [eiseres] . De aard van deze vorderingen brengt mee dat eiseres bij haar vorderingen een spoedeisend belang heeft. Dat zij een spoedeisend belang heeft is overigens niet betwist.
Het gebieds- en contactverbod wordt afgewezen
2.4
Eiseres vordert dat gedaagde wordt verboden zich te bevinden, op te houden en zich te begeven in [plaats 3] , gemeente [gemeente] . Daarnaast vordert eiseres dat het gedaagde wordt verboden via het internet contact op te zoeken met mevrouw [eiseres] .
2.5
Een gebieds- en contactverbod zijn ingrijpende maatregelen die inbreuk maken op het recht van eenieder op de persoonlijke levenssfeer, waaronder het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en het recht om vrijelijk te communiceren. Voor het toewijzen van zulke ingrijpende maatregelen moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden – van (ernstig) onrechtmatig handelen en/of een concrete reële dreiging daarvan – die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Om een gevorderd gebiedsverbod te rechtvaardigen moet onder meer aannemelijk zijn dat gedaagde zich stelselmatig begeeft daar waar het verbod op ziet of dat er een reële dreiging is dat hij dat zal doen. Bij een contactverbod geldt als uitgangspunt dat het onrechtmatig kan zijn als je iemand tegen diens wil blijft benaderen. Het is aan eiseres om feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken die een dergelijk verbod kunnen rechtvaardigen.
2.6
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het woonhuis van mevrouw [eiseres] gelegen is in [plaats 3] . Verder is gebleken dat mevrouw [eiseres] daar sinds september of oktober 2025 niet meer woonachtig is en het niet aannemelijk is dat zij daar in de toekomst nog woonachtig zal zijn. Zij is immers sinds september of oktober 2025 in een gesloten instelling in [plaats 4] opgenomen in verband met een bij haar gediagnosticeerde ziekte van Alzheimer in een vergevorderd stadium. Daarnaast staat vast dat gedaagde zich sinds 4 augustus 2025 niet in of bij de woning van mevrouw [eiseres] heeft begeven. Op de mondelinge behandeling heeft gedaagde naar voren gebracht dat hij niet van plan is zich in de toekomst nog bij de woning van mevrouw [eiseres] te begeven. Gelet op het voorgaande is er geen enkele grond om het gevorderde gebiedsverbod toe te wijzen en daarbij ontbreekt bovendien elk belang.
2.7
Op de mondelinge behandeling is gebleken dat mevrouw [eiseres] sinds zij woonachtig is in de gesloten instelling, geen toegang meer heeft tot het internet en ook geen beschikking heeft over een telefoon. Daarnaast staat vast dat gedaagde, sinds mevrouw [eiseres] daar woonachtig is, via internet geen contact met haar heeft gezocht. Weliswaar heeft de echtgenoot van mevrouw [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat gedaagde een vriend heeft gestuurd naar de instelling en dat mevrouw [eiseres] daardoor ernstig van slag is geraakt, maar gedaagde betwist dat hij dat heeft gedaan. Gedaagde heeft aangevoerd dat hij ook op geen enkele andere wijze contact met mevrouw [eiseres] heeft gezocht sinds zij in de gesloten instelling verblijft. Dat is door eiseres bevestigd. Het voorgaande betekent dat geen feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken die het gevorderde contactverbod kunnen rechtvaardigen.
Het verbod om in te loggen wordt afgewezen
2.8
Eiseres vordert ook een verbod voor gedaagde om in te loggen in de e-mailaccounts en Facebook van eiseres. Daartoe heeft eiseres verschillende mails in het geding gebracht waaruit blijkt dat iemand heeft geprobeerd in te loggen op die accounts. Indien zou blijken dat gedaagde dit en zonder toestemming van mevrouw [eiseres] heeft gedaan, zou dit een onrechtmatige daad kunnen meebrengen. Gedaagde heeft echter gemotiveerd betwist dat hij degene is geweest die de bedoelde inlogpogingen heeft gedaan. Voor zover in augustus 2025 een inlogpoging op DigiD is gedaan door gedaagde, heeft gedaagde gezegd dat dit door hem gedaan zou kunnen zijn, maar dat dit is gedaan op basis van een door mevrouw [eiseres] ten behoeve van hem afgegeven volmacht. Deze volmacht is ook door gedaagde in het geding gebracht. Gelet hierop had het op de weg gelegen van eiseres om haar stellingen nader te onderbouwen. Dat heeft eiseres nagelaten. Daarmee is er geen grond om het gevorderde verbod toe te wijzen.
De vordering tot afgifte van bescheiden wordt afgewezen
2.9
Ten slotte heeft eiseres gevorderd dat gedaagde verschillende bescheiden, namelijk een telefoon, paspoort, laptop, container met administratie, computers en servers, die in eigendom aan mevrouw [eiseres] zouden toebehoren, aan eiseres moet afgeven. Gedaagde heeft gemotiveerd betwist dat hij persoonlijke eigendommen van mevrouw [eiseres] in zijn bezit heeft. Daarop heeft eiseres haar stellingen niet nader onderbouwd. Daar komt bij dat de bescheiden waarvan afgifte wordt gevorderd naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende bepaalbaar zijn. Op grond van het voorgaande moet dat deel van de vordering worden afgewezen. Bovendien betreft een deel van de bescheiden waarvan afgifte wordt gevorderd, te weten de container met inhoud, bescheiden waarvan vaststaat dat deze niet aan mevrouw [eiseres] toebehoren, maar aan een failliete vennootschap. Aan eiseres komt daarom geen recht toe om afgifte van die bescheiden te vorderen. Ook dat deel van de vordering wordt daarom afgewezen.
De nevenvorderingen worden afgewezen
2.1
Gelet op het feit dat alle vorderingen worden afgewezen, treft dit ook de daarmee samenhangende gevorderde dwangsommen en de gevorderde tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door de griffier en ondertekend door de voorzieningenrechter.