Eiseres heeft een verzoek ingediend voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2008, 2010 en 2011. Dienst Toeslagen stelde een compensatiebedrag vast van €4.485,-, aangevuld tot €30.000,-, en handhaafde dit bij besluit van november 2025. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 21 mei 2026, waarbij partijen afwezig waren. Eiseres stelde dat zij onterecht geen schikkingsvoorstel van €5.000,- had ontvangen, terwijl anderen dit wel kregen. Dienst Toeslagen legde uit dat het schikkingsvoorstel alleen aan een specifieke doelgroep werd aangeboden, waartoe eiseres niet behoorde vanwege de datum van haar bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat Dienst Toeslagen niet verplicht was een schikkingsvoorstel te doen en dat de compensatieberekening duidelijk was toegelicht, met name de toepassing van de O/GS-tegemoetkoming van 30% over het teruggevorderde bedrag in 2010. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.