Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
huurachterstand 1), waarna Stichting Portaal een procedure tegen hem is begonnen. Met het verstekvonnis van 4 augustus 2021 is [gedaagde] veroordeeld om een bedrag van € 706,64 aan achterstallige huur aan Stichting Portaal te betalen. Dit bedrag heeft [gedaagde] vervolgens ook aan Stichting Portaal voldaan.
huurachterstand 2) ontstaan. Stichting Portaal is daarom weer een procedure tegen [gedaagde] begonnen, waarin zij naast betaling van de huurachterstand ook heeft gevorderd de huurovereenkomst te ontbinden en de woning te ontruimen. Met het verstekvonnis van 6 november 2024 zijn deze vorderingen toegewezen.
aanzegging ontruiming 1), waarna [gedaagde] schuldhulpverlener [organisatie] heeft ingeschakeld. Deze heeft namens hem uitstel van ontruiming verzocht. Stichting Portaal ging niet met een dergelijk uitstel akkoord. Als reactie hierop heeft [gedaagde] bij de rechtbank een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b Faillisementswet (moratorium) verzocht. Met een vonnis van 9 december 2024 heeft de rechtbank deze voorlopige voorziening toegekend. Samengevat hield de beslissing van de rechtbank het volgende in:
- de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 6 november 2024 tot ontruiming van de woning wordt voor de duur van de voorziening (6 maanden) geschorst en de huurovereenkomst zoals die tussen partijen bestaat of bestond wordt voor de duur van de voorziening verlengd;
- de voorlopige voorziening geldt alleen zolang aan de lopende verplichtingen (het betalen van de lopende huur) uit de huurovereenkomst wordt voldaan.
huurachterstand 3), waarna Stichting Portaal heeft aangezegd de woning per 4 maart 2025 te ontruimen (
aanzegging ontruiming 2). [gedaagde] heeft als reactie daarop een kort geding aangespannen, met als inzet een ontruimingsverbod voor de woning. Met een vonnis in kort geding van 7 maart 2025 heeft de voorzieningenrechter Stichting Portaal verboden tot ontruiming over te gaan. Volgens de voorzieningenrechter was voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] de huur voor februari 2025 niet heeft betaald, maar was de reden daarvoor dat de werkgever van [gedaagde] hem in de maanden november/december 2024 en januari 2025 ten onrechte te weinig salaris had uitbetaald. [gedaagde] kon daarom geen verwijt worden gemaakt dat hij de huur voor februari 2025 niet (tijdig) had betaald. Verder had [gedaagde] de huur voor februari 2025 inmiddels wel aan Stichting Portaal betaald en had hij zijn huidige salaris op de derdenrekening van zijn gemachtigde gestort, zodat deze de huur voor maart 2025 tijdig kon voldoen. Ook was de verwachting dat budgetbeheer binnen 14 dagen zou worden opgestart. Gelet op al die omstandigheden was de voorzieningenrechter van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om de woning te ontruimen.
huurachterstand 4) laten ontstaan. Omdat [gedaagde] niet meer in contact stond met [organisatie] , heeft [organisatie] op 9 mei 2025 aan Stichting Portaal bericht dat het budgetbeheer is beëindigd.
aanzegging ontruiming 3). Zoals blijkt uit een e-mail van 27 mei 2025, is [gedaagde] daarna overgegaan tot de volledige betaling van zijn huurschuld en heeft hij de aangezegde ontruiming destijds (weer) weten te voorkomen.
huurachterstand 5) laten ontstaan. Dit was reden voor Stichting Portaal om deze procedure te starten.