ECLI:NL:RBMNE:2026:3022

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
C/16/610253 / FV RK 26-1000
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met beperkingen na detentie

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1995, op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene lijdt aan een bipolaire 1 stoornis, een stoornis in het gebruik van middelen en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid.

De rechtbank baseert zich op medische verklaringen en het zorgplan en stelt vast dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid van betrokkene. Daarnaast zijn aanvullende maatregelen mogelijk bij decompensatie, zoals bewegingsbeperkingen en toezicht.

Betrokkene zit momenteel in detentie en zal over circa 4,5 maand vrijkomen. De rechtbank wijst het verzoek af om betrokkene direct na detentie gedwongen op te nemen in een instelling en beperkingen op communicatiemiddelen op te leggen, om hem de kans te geven zelfstandig aan herstel te werken. De machtiging geldt tot 4 mei 2027 en kan alleen worden gewijzigd na toetsing door de rechtbank.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorg, maar wijst opname direct na detentie af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/610253 / FV RK 26-1000
Datum uitspraak: 4 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [plaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. R.P. Winkel.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 16 april 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A.] , psycholoog.
De rechter heeft toegang verleend aan de vriendin van betrokkene om de zitting bij te wonen.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden verlenen. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft een bipolaire 1 stoornis, een stoornis in het gebruik van middelen en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 1 april 2026.
3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
3.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
3.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
3.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
3.7.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.
3.8.
Er is sprake van een verstoorde behandelrelatie en een gebrek aan vertrouwen vanuit betrokkene richting de zorg. Betrokkene wil- na zijn detentie- graag bij zijn vriendin gaan wonen. Betrokkene staat niet afwijzend tegenover hulpverlening, maar wil graag de zorg ontvangen vanuit een ambulante setting. Betrokkene wil in geen geval gedwongen worden opgenomen na zijn detentie. Zijn advocaat heeft daarom verzocht om de vorm van verplichte zorg ‘opnemen in een accommodatie’ af te wijzen. Verder heeft de advocaat ook verzocht om ‘aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’ af te wijzen.
3.9.
De psycholoog heeft uitgelegd dat het in het verleden meerdere keren noodzakelijk is geweest om betrokkene op te nemen om zo het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de zitting heeft de psycholoog opgemerkt – tot verbazing van betrokkene – dat er al plannen zijn gemaakt om betrokkene direct na zijn detentie op te nemen in een instelling. Volgens de psycholoog is het van groot belang dat betrokkene clean blijft na zijn detentie en therapieën gaat volgen. Uit de ervaringen van het verleden is gebleken dat dit betrokkene niet is gelukt zonder opnames, waardoor er vanuit de behandelaren onvoldoende vertrouwen is in de voornemens van betrokkene om dit na zijn detentie op eigen kracht en met hulp in het vrijwillig kader te laten slagen.
3.10.
Op dit moment zit betrokkene in detentie en zal over circa 4,5 maand vrijkomen. De rechtbank is het met betrokkene eens dat het op dit moment te voorbarig is om al een gedwongen opname in te plannen direct na zijn detentie. Op die manier krijgt betrokkene geen kans om de komende tijd vanuit detentie zelfstandig te werken aan zijn eigen plannen voor zijn verdere herstel. Om betrokkene die kans te geven en hem het vertrouwen te geven, zal de rechtbank meegaan in het verzoek van de advocaat om de vormen van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ afwijzen. Dit betekent dat betrokkene niet zonder meer na zijn detentie gedwongen kan worden opgenomen; hiervoor is dan een wijziging van de machtiging en dus toetsing door een rechtbank noodzakelijk.
3.11.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank wel toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1995 in [plaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 mei 2027,
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026 door mr. A.M.J. van der Weide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 11 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.