Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
De heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
1 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022. Eiser bepleit in beroep een lagere waarde van € 549.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde € 577.000,-.
- [adres 2] , verkocht op 1 november 2021 voor € 951.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 2 december 2021 voor € 670.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 11 mei 2022 voor € 310.000,-.
Beroepsgronden ten aanzien van de nieuwe taxatiematrix
€ 2.423,58) : 3 = € 2.378,00 te bedragen. Indien het bedrag van het waterverdedigingswerk (€ 21.600,-) uit de grondwaarde wordt gehaald is de WOZ-waarde € 549.000,-.
€ 21.600,- extra gecorrigeerd had moeten worden. [adres 4] is namelijk de enige woning in de taxatiematrix met een waterverdedigingswerk en ook uit openbare gegevens blijkt dat deze woning een waterverdedigingswerk heeft. Eiser heeft dit ook niet betwist. Een correctie betekent echter in dit geval dat de m2-prijs voor de gebruiksoppervlakte van die referentiewoning juist hoger zal zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de waardevaststelling van de woning van eiser. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.