ECLI:NL:RBMNE:2026:3041
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wegens vermeend verboden onderscheid zwangerschap bij niet-verlenging arbeidsovereenkomst
De kantonrechter behandelde een zaak waarin verzoeker stelde dat haar arbeidsovereenkomst niet werd verlengd vanwege haar zwangerschap, wat volgens haar verboden onderscheid opleverde. Verzoeker was in mei 2025 in dienst getreden voor zeven maanden en had in november 2025 haar zwangerschap gemeld. Kort daarna werd haar medegedeeld dat het contract niet verlengd zou worden.
Verzoeker voerde aan dat zij altijd goed had gefunctioneerd en dat haar contract anders wel verlengd zou zijn. Verweerder stelde dat er al voor de zwangerschapsmelding twijfels waren over het functioneren van verzoeker, onderbouwd met meerdere functioneringsgesprekken en e-mailcorrespondentie tussen leidinggevenden.
De kantonrechter concludeerde dat het tijdsverloop tussen de zwangerschapsmelding en het besluit onvoldoende was om een vermoeden van verboden onderscheid aan te nemen. De stukken toonden aan dat de beslissing al vóór de zwangerschapsmelding was genomen. Verzoeker had onvoldoende onderbouwd dat de zwangerschap de reden was voor het niet verlengen.
Daarom wees de kantonrechter het verzoek af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot billijke vergoeding wegens vermeend verboden onderscheid zwangerschap bij niet-verlenging arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.