Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kalsbeek;
- de advocaten van de verdachte: mrs. D.M. Moes en D.R. Backers (hierna: de advocaten);
- de benadeelde partijen: [slachtoffer 1] en [benadeelde 1] (bijgestaan door mevrouw [A] van Slachtofferhulp Nederland) en [politiebeambte] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
verdachteis verhoord bij de politie en heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingenvan 1 juli 2025 blijkt dat verbalisanten onder meer, zakelijk weergegeven, hebben verklaard:
verdachteheeft tijdens de inhoudelijke behandeling
ter terechtzittingonder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 1 juli 2025, genummerd 250701-566-750, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] , pagina 12 tot en met 14;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2025, genummerd PL0900-2025219006-12, inhoudende een aanvulling op de getuigenverklaring van [getuige] , pagina 32;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 juli 2025, genummerd PL0900-2025219006-23, inhoudende een bekennende verklaring van verdachte, pagina’s 92 en 93.
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 1 juli 2025, genummerd PL0900-2025219212-2, inhoudende de verklaring van aangeefster [benadeelde 1] , pagina 68 tot en met 75;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2025, genummerd PL0900-2025219006-11, pagina 34;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal betreffende het uitlezen van camerabeelden, genummerd PL0900-2025219006-20 en gesloten op 2 juli 2025, pagina’s 50, 53 en 54.
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 1 juli 2025, genummerd 250701-566-750, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] , pagina 13 tot en met 22;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2025, genummerd 250701-566-426, pagina 10;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal betreffende het uitlezen van camerabeelden, genummerd PL0900-2025219006-20 en gesloten op 2 juli 2025, pagina 50 tot en met 52;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 juli 2025, genummerd PL0900-2025219006-23, inhoudende een bekennende verklaring van verdachte, pagina 94.
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf en maatregel
- Het gaat om een misdrijf waarop minimaal 4 jaar gevangenisstraf staat, of een misdrijf dat is genoemd in 3 lid 1 onder 2˚ Sr;
- Bij de verdachte was ten tijde van het delict sprake van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist het opleggen van de maatregel.
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
10.Toegepaste wetsartikelen
11.De beslissing
gevangenisstraf van 85 (vijfentachtig) dagen;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij
de volgende voorwaarden;
dadelijk uitvoerbaaris;
- wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe tot een bedrag van € 2.573,00;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 2.573,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. Bepaalt dat bij niet betaling geen gijzeling zal worden toegepast;
- wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe tot een bedrag van € 1.312,85;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 1.312,85 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. Bepaalt dat bij niet betaling geen gijzeling zal worden toegepast;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;