Uitspraak
1.De procedure
- een verzoekschrift met producties 1 tot en met 6,
- een verweerschrift met een tegenverzoek met producties 1 tot en met 3,
- het bericht van 23 april 2026 van [verzoeker] met aanvullende productie,
- de spreekaantekeningen van partijen.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Of van [verzoeker] of van [E] . Dat durf ik even niet meer uit mijn hoofd te zeggen”. En even later: “
Ik denk die twee. Een van die twee denk ik”. Ook blijkt uit de transcriptie dat [C] over zijn eigen invoerwerk verklaart dat hij een fout heeft gemaakt. Hij zegt: “
Kijk, dat Excel, dat dat een stukje fout is gegaan, dat is mijn schuld geweest, want ik had het gewoon niet goed gedaan. Eerlijk is eerlijk”. Er kan dus niet worden vastgesteld dat sprake is van fraude op verzoek van [verzoeker] .
[verzoeker] zag waar [C] mee bezig was en zei tegen hem dat hij dit beter aan [D] kon overlaten omdat zij inmiddels al verantwoordelijk hiervoor was”. Zelfs al zou [verzoeker] de opdracht hebben gegeven aan [C] om de verlofadministratie bij te werken – wat dus niet is komen vast te staan – dan is nog niet gebleken dat [verzoeker] daarbij ook de instructie heeft gegeven om zijn eigen verlofsaldo te manipuleren. [verweerder] doet die aanname, omdat alleen het verlofsaldo van [verzoeker] zou zijn gewijzigd, maar een aanname is naar het oordeel van de kantonrechter geen basis voor een ingrijpend middel als een ontslag op staande voet.
- stelselmatig en doelbewust de verlofregistratie heeft gemanipuleerd ten eigen bate, met een nettoverschil van 102 uur in zijn voordeel;
- een 17-jarige leerling, die onder zijn directe gezag stond, heeft ingezet voor het plegen van fraude;
- verlofkaarten heeft laten verdwijnen, waardoor bewijsmateriaal is vernietigd;
- een vervalste verlofkaart heeft overgelegd met een handtekening die niet van de directeur afkomstig is;
- elke medewerking aan het door [verweerder] ingestelde onderzoek heeft geweigerd.
- in het verzoek: € 1.762,00 (€ 753,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing,
- in het tegenverzoek: € 865,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde).