Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.IB KREDIET B.V.,
2.
CRÉDIT AGRICOLE CONSUMER FINANCE NEDERLAND B.V.,
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
1.De procedure
2.Waar de zaak over gaat
3.De verdere achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
- [gedaagde sub 2] c.s. had geen geheimhoudingsverplichtingen ten opzichte van de bemiddelaars waarvoor zij werkte op freelance basis of via een samenwerkingsovereenkomst.
- [gedaagde sub 2] c.s. stelt dat de door haar gebruikte gegevens deels zijn verkregen doordat mensen zich aanmelden via haar websites zoals [website] .
- Verder beschikt [gedaagde sub 2] c.s. over gegevens uit haar samenwerking met [onderneming 2] B.V., hierna [onderneming 2] . [gedaagde sub 2] c.s. heeft daarbij een verklaring overgelegd van [B] , voormalig directeur en enig aandeelhouder van [onderneming 2] . Die verklaart dat [gedaagde sub 1] van eind 2007 tot 2011 heeft samengewerkt met [onderneming 2] . Zij hebben via ‘cold calling’ gezocht naar mensen die lening hadden bij Dexia gekoppeld aan aandelen en mensen met lening en een Kapitaal Opbouw Plan (KOP). Aan hen werd voorgesteld die leningen over te sluiten naar leningen met betere voorwaarden. Volgens [B] is zo een bestand opgebouwd van meer dan 50.000 potentiële klanten. Die database is gedeeld met [gedaagde sub 1] . Zij waren gelijkwaardige partners. Bij de overname van het klantenportefeuille van [onderneming 2] door een derde is [gedaagde sub 1] ook opgenomen als medegerechtigde op de koopsom. Dit blijkt uit verklaring die bij de overname is getekend door [gedaagde sub 1] en de koper.
- Er is door IB Krediet c.s. geen met [onderneming 2] gesloten overeenkomst ingebracht. IB Krediet c.s. heeft wel overeenkomsten ingebracht die zij heeft gesloten met andere bemiddelaars. Daarin staat een bepaling dat de bemiddelaar de gegevens van klanten van IB Krediet c.s. geheim moet houden. Dat betekent niet zonder meer dat dat ook gold voor [onderneming 2] .
- Ook als wel een geheimhouding zou gelden voor [onderneming 2] ten opzichte van IB Krediet c.s., dan is het de vraag hoe ver die verplichting van [onderneming 2] reikt. Het betekent niet zonder meer dat het [gedaagde sub 2] c.s. verboden is om (potentiële) klanten aan te schrijven als achteraf blijkt dat een door haar geadviseerd product van IB Krediet c.s. een oneerlijk beding heeft waardoor die klant recht heeft op een vergoeding van IB Krediet c.s.. Zeker nu de bemiddelingsovereenkomst tussen [onderneming 2] en IB Krediet c.s. al lang geleden is geëindigd en niet gebleken is dat het gaat om van IB Krediet c.s. zelf afkomstige klantgegevens.