Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2] B.V. HODN [handelsnaam],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan een geluidsopname is gemaakt.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“De kick-off hadden wij met een team van [handelsnaam] ….”met geen woord meer over betrokkenheid van [gedaagde sub 1] . Ook in de door [eiseres] overgelegde mailwisseling tussen [eiseres] en [gedaagde sub 1] (productie 16 bij dagvaarding) is niets te lezen waaruit blijkt dat [gedaagde sub 1] de implementatie coördineerde of daaraan meedeed. Op vragen van de rechter tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [eiseres] gezegd dat er niet door hem overgelegde e-mails zouden zijn waarin je kunt zien dat [gedaagde sub 1] een actieve rol had. [B] zei vervolgens wat er in die e-mails zou staan, maar wat daar volgens hem in staat is hetzelfde als wat in de als productie 16 bij dagvaarding overgelegde e-mails staat, en is geen onderbouwing van de stelling dat [gedaagde sub 1] een actieve rol had bij de implementatie van de software.