Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3085

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
11961423 \ LC EXPL 25-2364
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 FwArt. 29 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie verleend wegens niet-overname procedure curator failliet gedaagde

In deze civiele zaak tussen [partij 1] en [partij 2] B.V. is het geding in conventie geschorst vanwege het faillissement van [partij 2]. De procedure in reconventie kon daardoor niet worden voortgezet zonder tussenkomst van de curator.

[partij 1] heeft de kantonrechter verzocht om ontslag van instantie omdat de curator van [partij 2] heeft aangegeven de procedure niet te zullen overnemen. Dit verzoek is niet betwist door de curator en er zijn geen bezwaren tegen het verlenen van ontslag van instantie.

De kantonrechter heeft daarom het ontslag van instantie aan [partij 1] verleend, waardoor het geding in reconventie eindigt. Tevens is [partij 2] veroordeeld in de proceskosten van [partij 1], vastgesteld op € 288,50, te voldoen binnen veertien dagen, met verbeurte van kosten van betekening bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Ontslag van instantie wordt verleend wegens niet-overname procedure door curator en gedaagde wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11961423 \ LC EXPL 25-2364
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[partij 1],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie en verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigde: mr. A.J.K. de Graaf,
tegen
[partij 2] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie en eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 2] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 maart 2026,
- de akte van [partij 1] .
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1
In het tussenvonnis van 11 maart 2026 is het geding in conventie op grond van artikel 29 van Pro de Faillissementswet (Fw) geschorst vanwege het faillissement van [partij 2] . Het faillissement heeft ook voor de beoordeling van de vordering in reconventie consequenties. Op de voet van artikel 27 Fw Pro kan [partij 1] de kantonrechter om schorsing van het geding in reconventie verzoeken, om haar in de gelegenheid te stellen de curator in het faillissement van [partij 2] op te roepen tot overname van het geding in reconventie. Als de curator aan die oproeping geen gevolg geeft en niet in de procedure verschijnt, dan heeft [partij 1] het recht om ontslag van instantie te vragen. [partij 1] kan er ook voor kiezen om de procedure (buiten de curator om) voort te zetten. [partij 1] is in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten.
2.2
[partij 1] meldt dat de curator van [partij 2] de procedure niet zal overnemen. [partij 1] heeft het e-mailbericht van 7 april 2026 overgelegd, waarin de curator aangeeft dat zij de procedure niet zal overnemen. [partij 1] verzoekt om ontslag van instantie op grond van artikel 27 lid 2 Fw Pro.
2.3
De curator heeft zich in het bericht van 7 april 2026 niet tegen het verzoek om ontslag van instantie verzet. Verder is niet gebleken dat het verlenen van ontslag van instantie in strijd is met de goede procesorde of dat het verzoek om een andere reden moet worden afgewezen. Het ontslag van instantie zal daarom aan [partij 1] worden verleend.
2.4
[partij 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [partij 1] vastgesteld op € 288,50 (0,5 punt x tarief € 577,00) aan salaris gemachtigde.
2.5
Door het ontslag van instantie komt aan het geding in reconventie een einde.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1
verleent [partij 1] het door haar gevorderde ontslag van instantie,
3.2
veroordeelt [partij 2] in de proceskosten van [partij 1] , tot op heden begroot op € 288,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en bij haar afwezigheid in het openbaar uitgesproken door B.G.W.P. Heijne op 27 mei 2026.