ECLI:NL:RBMNE:2026:309
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag en vaststelling begeleide omgangsregeling vader-kind
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige zoon. Na advies van de Raad voor de Kinderbescherming en een eerdere beschikking in oktober 2024, werd het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen vanwege het ontbreken van minimale communicatie en samenwerking tussen de ouders. De Raad constateerde dat de ouders niet in staat zijn om samen belangrijke beslissingen te nemen en dat gezamenlijke gezagsuitoefening de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor het kind zou kunnen schaden.
Daarnaast stelde de rechtbank een omgangsregeling vast waarbij de vader om de week op woensdag van 11.00 tot 13.00 uur onder begeleiding van het netwerk omgang heeft met het kind. Deze regeling is gebaseerd op de onstabiele omgang tot nu toe, waarbij de vader meerdere keren zonder voorafgaande melding niet is verschenen. De rechtbank acht regelmatige omgang belangrijk voor de ontwikkeling van het kind, maar kiest voor een haalbare regeling die rust en voorspelbaarheid biedt.
De moeder stemde in met zowel het advies van de Raad als de omgangsregeling. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook geldt tijdens een eventueel hoger beroep. De beslissing is genomen door kinderrechter E.G. de Jong en griffier S.C. Scherpenhuijsen en op 14 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en omgangsregeling onder begeleiding vastgesteld.