ECLI:NL:RBMNE:2026:3091

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
11943427 \ MC EXPL 25-5944
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 6:265 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning wegens langdurige overlast

De huurovereenkomst tussen Dudok en de huurders, onder bewindvoering, wordt ontbonden wegens herhaalde en langdurige overlast aan omwonenden. De huurders zijn tekortgeschoten in hun verplichting zich als goede huurders te gedragen, wat blijkt uit een uitgebreid dossier met meldingen van geluidsoverlast, vandalisme, agressie, intimidatie, vervuiling, drugsgebruik en brandgevaarlijke situaties.

Ondanks meerdere waarschuwingen, sommaties en een laatste kans van zowel Dudok als de gemeente, is de overlast niet gestopt. De kantonrechter weegt het belang van de verhuurder en andere huurders zwaarder dan het woonbelang van de huurders, ook rekening houdend met hun psychiatrische problematiek en tijdelijke opname in een GGZ-instelling.

De ontruimingstermijn wordt gesteld op drie maanden vanwege de kwetsbare situatie van een huurder. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat directe uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden wegens langdurige overlast.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11943427 \ MC EXPL 25-5944
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
STICHTING DUDOK WONEN,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: Dudok,
gemachtigde: mr. D.L. van Praag,
tegen
[gedaagde] ,handelend onder de naam
[handelsnaam] ,in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het (toekomstige) vermogen van:
  • de heer
  • mevrouw
kantoorhoudende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.E. Beukers.
Partijen worden hierna Dudok en de bewindvoerder genoemd.
De onderbewindgestelden worden afzonderlijk aangeduid als [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] .

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding (met 8 producties);
  • de conclusie van antwoord (zonder producties);
  • de nadere producties (9 tot en met 12) van Dudok.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 april 2026. Namens Dudok zijn verschenen de heer [A] en mevrouw [B] , bijgestaan door mr. D.L. van Praag. De bewindvoerder is verschenen, bijgestaan door mr. M.E. Beukers.
Partijen (Dudok aan de hand van overgelegde aantekeningen) hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1 (
De rechtsvoorganger van) Dudok verhuurt sinds 6 augustus 2002 de woning aan de [adres] te [plaats 1] (hierna: de woning) aan [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zijn tekortgeschoten in hun verplichting om zich als goede huurders te gedragen, ondanks meerdere waarschuwingen en laatste kansen. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zal daarom worden toegewezen.

3.De beoordeling

Ontbinding en ontruiming
3.1
Dudok legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , door het langdurig en herhaaldelijk veroorzaken van overlast voor omwonenden, zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen als huurders.
3.2
Op grond van artikel 7:213 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en de toepasselijke algemene voorwaarden zijn [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als goede huurders te gedragen. Dit betekent niet alleen dat zij voor de zaak zelf goed hebben te zorgen, maar ook dat zij zich zodanig gedragen dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden, onder wie de omwonenden, geen overlast wordt bezorgd. Een dergelijke tekortkoming van de huurder kan op zichzelf tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning leiden.
3.3
Ter onderbouwing heeft Dudok onder meer de volgende stukken overgelegd:
  • een uitgebreid overlastdossier (productie 2) met meldingen over onder meer: geluidsoverlast, vandalisme, agressie, intimidatie, vervuiling, drugsgebruik en het veroorzaken van onveilige, brandgevaarlijke situaties;
  • brieven met sommaties om geen overlast meer te veroorzaken (productie 3);
  • de brief van 31 juli 2025 met de laatste waarschuwing (productie 4);
  • de brief van de gemeente [.] van 16 oktober 2025 met de laatste kans om een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom te voorkomen en het daarbij gevoegde bijlage met een overzicht van meldingen bij de politie (productie 9);
  • nadere (overlast)meldingen van omwonenden vanaf januari 2026 (productie 10).
De kantonrechter stelt op basis van de overgelegde stukken – zeker in onderling verband bezien – vast dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zich structureel en al gedurende een langere periode niet als goede huurders hebben gedragen. Op de mondelinge behandeling heeft de bewindvoerder de overlast ook niet (meer) betwist en verklaard dat zowel [onderbewindgestelde 1] als [onderbewindgestelde 2] heel psychotisch zijn en daarom (wederom) zijn opgenomen in een GGZ-instelling.
3.4
[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zijn dus ernstig tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. Op grond van artikel 6:265 BW Pro rechtvaardigt iedere tekortkoming ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Van die uitzondering is ten aanzien van [onderbewindgestelde 1] geen sprake, omdat hij langdurig zal worden behandeld en ook niet meer zal terugkeren in de woning.
3.5
Ten aanzien van [onderbewindgestelde 2] is evenmin sprake van een uitzonderingsgrond, ook wanneer haar woonbelang en persoonlijke omstandigheden in aanmerking worden genomen. Op dit moment verblijft [onderbewindgestelde 2] tijdelijk op de crisisafdeling en moet voor haar nog een vaste vervolgplek worden gevonden. De kantonrechter begrijpt dat de situatie mede is veroorzaakt door haar psychiatrische problemen en dat ontruiming ingrijpende gevolgen voor haar heeft als er geen vervolgplek voor haar is. Ook is het volgens de bewindvoerder niet uitgesloten dat het in de toekomst na “inregeling met medicatie” beter zal gaan met [onderbewindgestelde 2] . Deze nog onzekere, toekomstige situatie kan haar op dit moment echter niet baten. De kantonrechter moet namelijk ook rekening houden met de zwaarwegende belangen van Dudok en haar andere huurders die daar wonen. Dudok moet immers zoveel mogelijk zorgen voor het rustig huurgenot van haar huurders. Die belangen wegen in dit geval zwaarder dan het belang van [onderbewindgestelde 2] bij woningbehoud, zeker nu het onzeker is of zij kan en mag terugkeren naar de woning. Daarbij weegt ten nadele van [onderbewindgestelde 2] mee het structurele karakter van de overlast gedurende een langere periode en het feit dat deze overlast niet is gestopt, ondanks herhaaldelijke sommaties en laatste waarschuwingen van zowel Dudok als de gemeente. De gevorderde ontbinding en ontruiming zullen daarom worden toegewezen.
Ontruimingstermijn
3.6
Omdat vooralsnog niet uitgesloten is dat [onderbewindgestelde 2] mogelijk op korte termijn weer (tijdelijk) terugkeert in de woning en kwetsbaar is, ziet de kantonrechter wel aanleiding om een langere ontruimingstermijn te bepalen. Dudok heeft hier ook geen bezwaar tegen gemaakt. De kantonrechter zal daarom de ontruimingstermijn bepalen op drie maanden in plaats van de gevraagde zeven dagen na betekening van het vonnis.
Proceskosten
3.7
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dudok worden begroot op:
- dagvaarding
150,00
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten x tarief € 217,00)
- nakosten
108,50 +
(plus eventuele betekeningskosten)
Totaal
827,50
3.8
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.9
Dudok vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Dit betekent dat Dudok het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met het voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, moet worden beoordeeld door een afweging van de belangen van partijen. Zoals hiervoor overwogen is de kantonrechter is van oordeel dat de belangen van Dudok en haar andere huurders en omwonenden zwaarder wegen dan de belangen van (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] in [plaats 1] per vandaag;
4.2
veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] om
binnen drie maandenna betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Dudok zijn, en de sleutels af te geven aan Dudok;
4.3
veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] in de proceskosten van € 827,50, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
4.4
veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald;
4.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
4578