Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3097

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
11877745 \ UC EXPL 25-7188
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:21 BWArt. 6:119 BWArt. 237 lid 1 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering koper wegens niet aanbieden auto ter herstel en nakoming betalingsafspraak

Koper heeft een tweedehandsauto gekocht van verkoper en stelt dat de auto non-conform was bij aflevering, waarna hij twee reparaties heeft laten uitvoeren. Koper vordert vergoeding van de reparatiekosten, maar verkoper betwist dit en stelt dat partijen een vergoeding van €1.500,- zijn overeengekomen in plaats van herstel, welke vergoeding later alsnog is betaald.

De kantonrechter gaat ervan uit dat sprake is van consumentenkoop en non-conformiteit, maar wijst de vorderingen af omdat koper de auto niet eerst ter herstel aan verkoper heeft aangeboden, zoals vereist volgens artikel 7:21 BW Pro. De eerste noodreparatie is niet onderbouwd en de tweede reparatie is door verkoper kosteloos aangeboden, waarna partijen een vergoeding overeenkwamen die verkoper alsnog heeft voldaan.

Koper heeft nagelaten een ingebrekestelling te sturen voor de betaling en kan daarom geen aanspraak maken op extra kosten. Ook de vordering voor buitengerechtelijke kosten en rente wordt afgewezen. Koper wordt veroordeeld in de proceskosten, die hij aan verkoper moet betalen.

Uitkomst: De vorderingen van koper worden afgewezen omdat hij de auto niet ter herstel aan verkoper heeft aangeboden en verkoper de afgesproken vergoeding alsnog heeft betaald.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11877745 \ UC EXPL 25-7188
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
Wonende in [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: J. Westra, werkzaam bij Tuinkeur B.V.,
tegen

1.[gedaagde sub 1] V.O.F.,2. [gedaagde sub 2] , als vennoot van gedaagde sub 1,

3.
[gedaagde sub 3], als vennoot van gedaagde sub 1,
4.
[gedaagde sub 4], ALS VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
allen gevestigd in of wonende in [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen en in vrouwelijk enkelvoud te noemen: [achternaam] ,
gemachtigde: mr. P.A. Dijkstra,

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 4 september 2025 met producties,
  • de conclusie van antwoord met producties,
  • de aantekeningen die de griffier van de mondelinge behandeling van 4 maart 2026 heeft gemaakt;
  • de producties die [achternaam] tijdens de mondelinge behandeling met goedvinden van de gemachtigde van [eiser] heeft overgelegd.
1.2
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft een auto gekocht van [achternaam] . Volgens [eiser] zijn er gebreken aan de auto. Hierom is de auto twee keer gerepareerd door de eigen garage van [eiser] (hierna: [onderneming 1] ). [eiser] vordert in deze procedure betaling van de reparatiekosten voor een totaalbedrag van € 4.598,00 inclusief btw, vermeerderd met rente en kosten. Volgens [achternaam] hebben partijen afgesproken dat [achternaam] aan [eiser] een bedrag van € 1.500,00 zou betalen in plaats van herstel van de auto, omdat [eiser] het herstel door [achternaam] niet wilde afwachten. [achternaam] heeft per abuis dat bedrag niet overgemaakt. [achternaam] heeft gedurende de procedure dat bedrag met rente betaald en verzoekt daarom tot afwijzing van de vordering. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.

3.De beoordeling

3.1
Tussen partijen is in geschil of [eiser] bij de koop van de auto kon worden aangemerkt als consument (consumentenkoop) en of er sprake is van een gebrek aan de auto die er op het moment van de levering van de gekochte auto al was (non-conformiteit van de auto). De kantonrechter neemt, zonder over te gaan tot vaststelling van deze feiten, als uitgangspunt bij de beoordeling dat er sprake is van een consumentenkoop en nonconformiteit van de auto ten tijde van de aflevering. De kantonrechter mag voorbijgaan aan de vaststelling van deze feiten, omdat ook als deze feiten vast zouden komen te staan, de vorderingen van [eiser] niet kunnen worden toegewezen. Dit wordt hierna uitgelegd.
[eiser] heeft de auto voor de noodreparatie niet voor herstel aangeboden
3.2
[eiser] heeft, om zijn vakantieadres te kunnen bereiken met de auto, een noodreparatie laten uitvoeren door [onderneming 1] voor € 726,00 inclusief btw. [achternaam] betwist deze vordering bij gebrek aan wetenschap van de reparatie, factuur en betaling. De kantonrechter wijst deze vordering af vanwege de hierna vermelde redenen.
3.3
Ten eerste is door [eiser] op geen enkele manier onderbouwd dat er een reparatie is uitgevoerd door [onderneming 1] of dat hiervoor een betaling is gedaan door [eiser] . Dit leidt op zichzelf al tot afwijzing van deze vordering.
3.4
Daarnaast staat in artikel 7:21 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) dat een koper bij non-conformiteit herstel kan eisen. [eiser] heeft dat niet gedaan. [eiser] heeft de auto na de aankoop bij [achternaam] (op 6 juli 2024) in diezelfde maand bij [onderneming 1] voor een vakantiecheck aangeboden. Daar heeft volgens [eiser] een noodreparatie plaatsgevonden aan een lager. [eiser] heeft [achternaam] eerst ná de vermeende noodreparatie via een Whatsappbericht op de hoogte gesteld dat er iets met de auto zou zijn en dat dit zou zijn hersteld door [onderneming 1] . Het lag op de weg van [eiser] om de auto
eerstvoor herstel aan te bieden bij [achternaam] , temeer omdat hij de auto daar diezelfde maand nog had gekocht. Als hij dat had gedaan, had [achternaam] de auto moeten herstellen. Als [achternaam] dat dan vervolgens niet had gedaan, dan was [achternaam] in verzuim en kon [eiser] [onderneming 1] vervolgens inschakelen voor de reparatie en de kosten daarvan op [achternaam] verhalen. Door het handelen van [eiser] heeft [achternaam] niet de mogelijkheid gehad om de auto te herstellen. [eiser] kan daarom geen aanspraak maken op vergoeding van de kosten die hij stelt te hebben gemaakt bij [onderneming 1] . Om die reden wordt de vordering van [eiser] van € 726,00 afgewezen.
[achternaam] heeft voor de tweede reparatie aan zijn herstelverplichting voldaan
3.5
Tijdens de vakantie van [eiser] is de auto stil komen te staan en weggesleept. [onderneming 1] heeft de auto uitgelezen, waarvan een storingsrapportage is opgemaakt. [eiser] is vervolgens naar [achternaam] gegaan met het verzoek om de gebreken aan de auto te herstellen. [achternaam] heeft de auto vervolgens onderzocht en heeft problemen aan de versnellingsbak van de auto geconstateerd. [achternaam] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de geconstateerde problemen niet betekenen dat dit al aan de orde was ten tijde van de levering van de gekochte auto, maar dat [achternaam] uit coulance aanbood om de reparatie kosteloos op zich te nemen. [achternaam] had op korte termijn geen tijd voor dit herstel en omdat [eiser] haast had bood zij [eiser] € 1.500,00 aan om de auto elders te laten repareren. Volgens [eiser] bleek na reparatie door [onderneming 1] , dat de kosten € 3.872,00 inclusief btw bedroegen en daarom vordert hij betaling van dat bedrag. [achternaam] betwist deze vordering, allereerst bij gebrek aan wetenschap van de reparatie, factuur en betaling. Daarnaast hebben partijen volgens [achternaam] een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting gesloten voor het bedrag van € 1.500,00. Omdat dit bedrag per abuis voorafgaand aan deze procedure nog niet was overgemaakt, is dit bedrag is tijdens de procedure, vermeerderd met rente, alsnog aan [eiser] betaald. De kantonrechter wijst deze vordering ook af vanwege de hierna vermelde redenen.
3.6
[eiser] heeft voor de vermeende gebreken om herstel van de auto verzocht bij [achternaam] . Vervolgens heeft [achternaam] na onderzoek van de auto kosteloos herstel van de auto aangeboden binnen een redelijke termijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [achternaam] verklaard dat [eiser] anderhalve week moest wachten en dat de reparatie een dag of twee zou duren. Dit betekent dat herstel van de auto ongeveer binnen twee weken had plaatsgevonden. [eiser] heeft dit niet weersproken. Onduidelijk is gebleven waarom [eiser] geen twee weken kon wachten en uit het dossier blijkt ook niet dat dit niet van hem gevergd kon worden onder deze omstandigheden.
3.7
Gezien de haast aan de zijde van [eiser] heeft [achternaam] in plaats van herstel door haarzelf een bedrag van € 1.500,00 aangeboden aan [eiser] voor herstel door een derde. Volgens [achternaam] waren dit de netto kosten voor [achternaam] als zij de herstelwerkzaamheden zou verrichten. Dit aanbod heeft [eiser] geaccepteerd. Dit blijkt onder andere uit het WhatsApp berichten van 3 oktober 2025 en 6 november 2025, waarin [eiser] aan [achternaam] zijn rekeningnummer stuurt ter betaling van dit bedrag. [eiser] wist op dat moment ook al dat de kosten voor herstel door [onderneming 1] € 3.200,00 exclusief btw bedroegen. [onderneming 1] heeft namelijk in een e-mail op 9 september 2024 dat aan [eiser] (via zijn eenmanszaak ‘ [onderneming 2] ’) laten weten.
3.8
[eiser] heeft ervoor gekozen om het herstel zelf te laten uitvoeren door [onderneming 1] en de kosten die [achternaam] daarmee bespaart (€ 1.500,00) vergoed te krijgen. Dit betekent dat [achternaam] door die vervangende afspraak aan haar herstelverplichting heeft voldaan. [eiser] kan daarom geen aanspraak maken op vergoeding van de (extra) kosten die hij stelt te hebben gemaakt bij [onderneming 1] . Om die reden wordt de vordering van [eiser] van € 3.872,00 afgewezen.
Er is geen termijn voor betaling van € 1.500,00 overeengekomen
3.9
[achternaam] heeft het bedrag van € 1.500,00 door een administratieve fout pas tijdens deze procedure betaald. Partijen hebben geen termijn afgesproken voor de betaling van het afgesproken bedrag van € 1.500,00. [eiser] heeft op 6 november 2024 via WhatsApp gevraagd om betaling, maar hij heeft [achternaam] nooit een ingebrekestelling gestuurd om alsnog binnen een bepaalde termijn nakoming van de afspraak te bewerkstelligen. Dit betekent dat [achternaam] niet in verzuim is gekomen. Door betaling van het bedrag, inclusief rente vanaf 3 oktober 2024, heeft [achternaam] alsnog voldaan aan de door partijen gemaakte afspraak.
3.1
Dit laat onverlet dat het niet betalen van het afgesproken bedrag onduidelijkheid heeft opgeleverd. Hiervoor heeft [achternaam] tijdens de mondelinge behandeling excuus gemaakt.
De buitengerechtelijke kosten en rente worden afgewezen
3.11
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijk incassokosten voor een bedrag van € 707,61 en wettelijke rente over de hoofdsom voor een bedrag van € 129,56 en vanaf 22 mei 2025 tot volledige betaling over de hoofdsom. Omdat de hoofdsom wordt afgewezen, worden ook deze vorderingen afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten vergoeden
3.12
[eiser] is grotendeels [1] in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. [2] Dit betekent dat [eiser] zijn eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [achternaam] aan haar moet betalen. De proceskosten van [achternaam] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
3.13
De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing bepaald.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.14
De proceskostenveroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard [3] , omdat [achternaam] dat niet heeft gevraagd.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2
veroordeelt [eiser] in de kosten; hij moet de proceskosten van [achternaam] van € 864,00 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met i) de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro na die veertien dagen tot de dag van volledige betaling en ii) de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026. [4]

Voetnoten

1.Meer dan de helft van wat [eiser] heeft gevorderd, mist feitelijke en juridische grondslag.
2.Zie artikel 237 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
3.Als bedoeld in artikel 233 Rv Pro.
4.64510