Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de opheffing van conservatoir beslag dat gedaagde heeft gelegd op haar bankrekeningen en vorderingen op derden. Gedaagde baseert het beslag op een geldvordering voortvloeiend uit facturen voor ingehuurde werknemers. Eiseres stelt dat een deel van deze facturen ondeugdelijk is omdat uren dubbel zijn gefactureerd.
Tijdens de zitting is gebleken dat voor week 1 van 2026 inderdaad dubbele facturering heeft plaatsgevonden: dezelfde uren van werknemers zijn tweemaal in rekening gebracht. Gedaagde kon dit niet overtuigend weerleggen. Hierdoor is summierlijk gebleken dat de vordering deels ondeugdelijk is. Het beroep van gedaagde op een vervaltermijn voor betwisting van facturen faalt omdat dubbele facturering geen grondslag voor betaling biedt.
Voor het deel van de facturen waarvan betaling is opgeschort, is het beslag gerechtvaardigd omdat deze vorderingen gegrond zijn en de contractuele mogelijkheid tot opschorting ontbreekt. De belangenafweging leidt ertoe dat het beslag voor het gegronde deel gehandhaafd blijft, terwijl het voor het ondeugdelijke deel wordt opgeheven.
De voorzieningenrechter bepaalt dat het beslag wordt opgeheven voor zover het het bedrag van €93.790,39 te boven gaat, dat betrekking heeft op de gegronde vordering inclusief opslag. Proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt deels opgeheven vanwege summierlijk ondeugdelijke vordering door dubbele facturering, terwijl het beslag voor het gegronde deel gehandhaafd blijft.