ECLI:NL:RBMNE:2026:3101

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
C/16/600627 / HA ZA 25-496
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:37 BWArt. 6:162 BWArt. 5:119 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen onrechtmatige hinder door Railinfratrust bij bestrijding Sachalinse duizendknoop

Eiser is eigenaar van een terrein grenzend aan een spoorbaanvak van Railinfratrust, waar de Sachalinse duizendknoop groeide. Eiser vordert vergoeding van saneringskosten omdat Railinfratrust onvoldoende zou hebben gedaan om verspreiding te voorkomen.

De rechtbank oordeelt dat Railinfratrust adequaat en voortvarend heeft gehandeld na melding van de duizendknoop, met een gekozen afdekmethode die passend was gezien de risico's voor de spoorbaan. Er is geen bewijs dat de duizendknoop op het terrein van eiser afkomstig is van het spoorbaanvak.

De vordering van eiser wordt afgewezen wegens het ontbreken van onrechtmatige hinder. Ook de reconventionele vordering van Railinfratrust tot vergoeding van meerkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens het ontbreken van onrechtmatige hinder en aansprakelijkheid van Railinfratrust.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/600627 / HA ZA 25-496
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.N. Mense,
tegen
RAILINFRATRUST B.V.,
gevestigd in Utrecht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Railinfratrust,
advocaten: mr. M.C.J. Busscher en mr. S. Hering-de Monchy.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties;
- de akte met producties van Railinfratrust;
- de akte met producties van [eiser] .
1.2
De mondelinge behandeling heeft op 2 april 2026 plaatsgevonden. De advocaten van [eiser] en Railinfratrust hebben spreekaantekeningen voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken. Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern

2.1
[eiser] is eigenaar van het terrein aan de [adres 1] te [plaats] , kadestraal bekend als perceel [perceel 1] . Railinfratrust is eigenaar van het aangrenzende spoorbaanvak, kadestraal bekend als perceel [perceel 2] . Dit spoorbaanvak is onderdeel van de spoorverbinding tussen Haarlem en Leiden. Op beide percelen groeit de Sachalinse duizendknoop. Volgens [eiser] heeft Railinfratrust onvoldoende gedaan om verspreiding van de duizendknoop van het spoorbaanvak naar haar terrein te voorkomen. [eiser] houdt Railinfratrust aansprakelijk voor de door haar gemaakte saneringskosten. Railinfratrust stelt zich actief te hebben ingezet om de duizendknoop te bestrijden. De rechtbank oordeelt dat Railinfratrust geen verwijt valt te maken en dat geen sprake is van onrechtmatige hinder. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af. De tegeneis van Railinfratrust om [eiser] te veroordelen tot betaling van de meerkosten die zij heeft moeten maken omdat [eiser] heeft gekozen voor een andere bestrijdingsmethode wordt afgewezen omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

3.3 De beoordeling

in conventie en in reconventie
3.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.
[eiser] is bevoegd de saneringskosten van Railinfratrust te vorderen
3.2.
De rechtbank zal eerst beoordelen of [eiser] kan worden ontvangen in haar vordering tot veroordeling van Railinfratrust tot vergoeding van haar schade bestaande uit de door haar gemaakte saneringskosten.
3.3.
Railinfratrust stelt dat [eiser] niet een partij is die de vordering tot vergoeding van de saneringskosten kan instellen. [eiser] was namelijk op het moment dat zij de saneringswerkzaamheden heeft laten uitvoeren geen eigenaar meer van het volledige perceel [perceel 3] . [eiser] heeft dit perceel namelijk op 12 augustus 2024 gesplist in drie appartementsrechten, [perceel 4] [nummer] , [nummer] en [nummer] . Waarvan [nummer] is ondergesplitst in B-blok met appartementen [nummer] t/m [nummer] en [nummer] is ondergesplitst in C-blok appartementen [nummer] t/m [nummer] . [eiser] is weliswaar eigenaar van appartementsrecht [nummer] (A-blok) wat niet is ondergesplitst, maar dit betreft volgens Railinfratrust slechts een deel van het perceel waar de duizendknoop groeit. Omdat de aanwezigheid van de duizendknoop niet kan worden gekoppeld aan één of meerdere specifieke appartementsrechten zijn volgens Railinfratrust alleen de VvE Bedrijvenpark [adres 1] of alle appartementseigenaren gezamenlijk bevoegd een vordering tot schadevergoeding in te dienen.
3.4.
De rechtbank volgt Railinfratrust niet in haar stelling dat [eiser] niet betaling van de door haar gemaakte saneringskosten als schade kan vorderen van Railinfratrust. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de duizendknoop grotendeels groeide op het zuid-westelijke deel van het perceel [perceel 3] waar nu het A-blok zal worden gebouwd.
De foto/afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid verwijderd
Uit rapport [deskundige] : figuur 2 Groeiplaats met losse buitenste planten met geel gemarkeerd. Losse punten daarbuiten zijn geurmeldingen. [1]
De foto/afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid verwijderd
Gebouw A tekening bouwplaatsinrichting bij vergunningsaanvraag [2]
[eiser] heeft als gerechtigde van appartementsrecht [nummer] en eigenaar van dit stuk geen toestemming van andere appartementseigenaren nodig om saneringswerkzaamheden te laten uitvoeren. [3] Hoe dan ook kan [eiser] , als komt vast te staan dat zij schade heeft geleden door handelen of nalaten van Railinfratrust, vergoeding van haar schade van Railinfratrust vorderen. Als ontwikkelaar van de grond rust de verplichting van bestrijding van de duizendknoop op het gehele perceel op [eiser] . [eiser] zal de grond zonder duizendknoop moeten opleveren. Deze verplichting rust niet op de VvE en raakt ook niet het belang van de hoofdsplitsing van [perceel 1] in zijn totaliteit. Dat betekent dat [eiser] bevoegd is in dat geval een vordering tot vergoeding van de door haar gemaakte saneringskosten in te stellen tegen Railinfratrust.
Is er sprake van het toebrengen van onrechtmatige hinder door Railinfratrust?
3.5.
[eiser] stelt dat zij schade heeft geleden doordat zij saneringskosten heeft moeten maken voor de bestrijding van de duizendknoop op haar terrein. [eiser] houdt Railinfratrust aansprakelijk voor deze kosten. Volgens [eiser] heeft Railinfratrust namelijk onrechtmatige hinder toegebracht aan haar dan wel onrechtmatig gehandeld door de duizendknoop op het spoorbaanvak niet afdoende te bestrijden. En heeft Railinfratrust onvoldoende maatregelen genomen om verspreiding te voorkomen. [4] Daardoor heeft de duizendknoop zich verspreid naar het terrein van [eiser] .
[eiser] maakt Railinfratrust de volgende verwijten:
1) Railinfratrust heeft te lang gewacht met de bestrijding van de duizendknoop op het spoorbaanvak;
2) Railinfratrust heeft met de zogenoemde afdekmethode een verkeerde bestrijdingsmethode gekozen;
3) Railinfratrust heeft geen rekening gehouden met de belangen van [eiser] en haar niet gecompenseerd.
3.6.
Railinfratrust betwist dat zij onrechtmatig tegenover [eiser] heeft gehandeld. Volgens Railinfratrust is niet aangetoond dat de duizendknoop op het terrein van [eiser] afkomstig is van het spoorbaanvak. Bovendien heeft Railinfratrust voortvarend gehandeld na de melding van [eiser] dat er op het spoorbaanvak duizendknoop groeide. Zij heeft een plan van aanpak opgemaakt en is overgegaan tot het bestrijden van de duizendknoop op het spoorbaanvak en het naburige terrein van de VvE garagehouders door middel van de afdekmethode. Railinfratrust heeft [eiser] ook aangeboden om ook op haar terrein de duizendknoop kosteloos te bestrijden met de afdekmethode. Dat heeft [eiser] afgewezen.
3.7.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 5:37 BW Pro de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW Pro onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder mag toebrengen. Of er sprake is van onrechtmatige hinder hangt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid - mede gelet op de daaraan verbonden kosten - en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen. [5]
3.8.
De rechtbank overweegt dat beide partijen onderkennen dat de duizendknoop een schadelijke plant is die, ongemoeid gelaten, tot grote schade kan leiden. Met de mededeling van [eiser] op 12 februari 2024 is Railinfratrust door [eiser] ervan op de hoogte gesteld dat er duizendknoop op het spoorbaanvak groeide met name in de zuid-westhoek waar het terrein van [eiser] aan het spoorbaanvak grenst. Voor de beantwoording van de vraag of [eiser] Railinfratrust terecht aansprakelijk houdt voor de door haar gemaakte saneringskosten moet worden beoordeeld of Railinfratrust adequate maatregelen heeft getroffen tegen de duizendknoop op haar terrein en voldoende heeft gedaan om verspreiding naar het terrein van [eiser] te voorkomen. De rechtbank zal daarom de verwijten van [eiser] afzonderlijk bespreken.
Railinfratrust heeft na melding Duizendknoop op terrein voldoende voortvarend gehandeld.
3.9.
Anders dan [eiser] stelt is de rechtbank niet gebleken dat Railinfratrust na de melding van [eiser] op 12 februari 2024 dat er duizendknoop in de spoorbaan groeit en dat deze begroeiing zich uitgebreid heeft tot op de [adres 1] heeft nagelaten afdoende maatregelen te nemen. De rechtbank acht daarvoor van belang dat vaststaat dat Railinfratrust in april 2024 een ingenieursbureau heeft verzocht een onderzoek uit te voeren naar de beste bestrijdingsmethode. In het voortgangsgesprek van 27 juni 2024 heeft Railinfratrust de andere grondeigenaren waaronder [eiser] geïnformeerd over de voorgestelde SoilWise-bestrijdingsmethode (hierna: afdekmethode). Deze methode gaf volgens Railinfratrust minder risico voor de baanstabiliteit dan de afgraafmethode en zou op kosten van Railinfratrust worden uitgevoerd. Railinfratrust is vervolgens op 8 oktober 2024 gestart met de eerste fase van de bestrijding door de duizendknoop te verwijderen. In maart 2025 heeft de bestrijding, het vermengen van de laag daaronder met een bestrijdingssubstraat en het afdekken van grond plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat Railinfratrust niet onrechtmatig heeft gehandeld door pas in de herfst van 2024 te starten met de bestrijdingswerkzaamheden op de spoorbaan. Railinfratrust heeft immers als eigenaar van het spoorbaanvak de verplichting ervoor te zorgen dat de toe te passen bestrijdingsmethode geen risico’s voor het treinverkeer en de spoorbaan oplevert. Dat er enige tijd overheen gaat voordat duidelijk is hoe de duizendknoop het beste kan worden aangepakt kan Railinfratrust niet worden tegengeworpen. Daarmee kan volgens de rechtbank ook niet worden gezegd dat Railinfratrust niet voortvarend heeft gehandeld.
3.10.
Dat de VvE [adres 2] te [plaats] , eigenaar van het zuidelijk gelegen aangrenzende perceel, kadestraal bekend als [perceel 5] , eerder in 2022 een melding heeft gemaakt bij Railinfratrust maakt dat niet anders. Dat Railinfratrust sinds 2022 op de hoogte was van de groei van duizendknoop op het spoorbaanvak ter hoogte van het perceel van de VvE [adres 2] doet namelijk niet af aan de conclusie dat Railinfratrust naar aanleiding van de melding van [eiser] zich actief heeft ingezet om de duizendknoop te bestrijden.
Railinfratrust mocht voor de afdekmethode kiezen
3.11.
De rechtbank volgt [eiser] niet in haar standpunt dat Railinfratrust onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld door te kiezen voor de afdekmethode zonder daarbij rekening te houden met de belangen van [eiser] .
3.12.
Railinfratrust heeft ter zitting benadrukt dat zij geen andere keuze had dan het toepassen van de afdekmethode. Railinfratrust moet rekening houden met de beschikbaarheid en veilige bereikbaarheid van een spoor. Dit was voor Railinfratrust de enige methode die een grote mate van zekerheid geeft dat de duizendknoop effectief wordt bestreden zonder risico’s voor het spoor en die ook op korte termijn kon worden ingezet. Gelet op de risico’s voor de baaninstabiliteit en de benodigde omgevingsvergunning waarvoor weer een geotechnisch onderzoek nodig zou zijn was de door [eiser] gewenste afgraafmethode voor Railinfrastrust minder geschikt. Volgens Railinfratrust hoefde deze methode de bouwplannen van [eiser] niet in de weg te zitten. [eiser] had in afwachting van de bouwvergunning de afdekmethode kunnen toepassen.
3.13.
De rechtbank stelt allereerst vast dat er niet een meest effectieve bestrijdingsmethode tegen de duizendknoop bestaat. In de factsheet over de Sachalinse duizendknoop, uitgegeven door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, staat over de bestrijdingsmogelijkheden het volgende: [6]
Bestrijding
“Beheer is altijd arbeids- en kostenintensief en vereist een lange adem. Regelmatig maaien leidt niet tot verdwijnen van de plant en vergroot alleen de kans op verdere verspreiding. Chemische bestrijding in combinatie met maaien gedurende minstens driejaar is mogelijk effectief. Het maaisel moet zorgvuldig worden afgevoerd en de maaimachine moet na elke keer maaien zorgvuldig worden schoongemaakt. Injectie van de stengels met glyfosaat is effectief; deze toepassing is sinds maart 2018 toegestaan voor professioneel gebruik in openbaar groen en particuliere tuinen. Op kleine, zandige locaties is 3 meter diep afgraven en zeven van de grond een optie. Waar afgraven en maaien geen opties zijn, is het afdekken een mogelijkheid, mits er geen hoge obstakels staan.”
Hieruit volgt dat de afdekmethode, naast maaien en afgraven, een van de mogelijk methodes is om de duizendknoop te bestrijden. Er is niet een specifieke methode die het meest effectief is of wordt voorgeschreven om de duizendknoop te bestrijden.
3.14.
De rechtbank stelt vast dat Railinfratrust reeds hierom geen verwijt kan worden gemaakt van de keuze voor de afdekmethode. Anders dan [eiser] stelt stond het Railinfratrust vrij om te kiezen voor de bestrijdingsmethode die zij voor haar terrein het meest geschikt achtte. Railinfratrust heeft namelijk als eigenaar van het perceel het
recht om haar eigendom naar eigen inzicht in te richten en te gebruiken. Dat recht wordt begrensd in die zin dat zij anderen, zoals buren, geen onrechtmatige hinder mag toebrengen. Dat Railinfratrust met de toepassing van de afdekmethode op haar terrein onrechtmatige hinder toebrengt aan [eiser] is niet gebleken.
3.15.
De rechtbank is van oordeel dat de enkele verwachting van [eiser] dat de duizendknoop terug zal groeien op het terrein van Railinfratrust en zich dan zal verspreiden naar het terrein van [eiser] onvoldoende is om te kunnen oordelen dat er sprake is van onrechtmatige hinder. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat Railinfratrust heeft benadrukt dat monitoring van mogelijke hergroei onderdeel is van de toegepaste methode. Zonder nadere toelichting van [eiser] – die ontbreekt – valt niet in te zien hoe de enkele kans op hergroei onrechtmatige hinder oplevert.
Railinfratrust is niet verplicht het terrein van [eiser] te saneren
3.16.
Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag of Railinfratrust een verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot de keuze van de voorgestelde methode van saneren, moet eerst vaststaan dat er voor Railinfratrust een verplichting tot sanering van de grond van [eiser] bestaat. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een saneringsverplichting voor Railinfratrust en legt hierna uit waarom.
3.17.
[eiser] stelt dat dat de duizendknoop op haar terrein afkomstig is van het spoorbaanvak. Railinfratrust heeft deze stelling betwist en de rechtbank overweegt dat [eiser] deze stelling in het licht van deze betwisting onvoldoende heeft onderbouwd. Het rapport [deskundige] van 19 september 2024 biedt voor dit standpunt geen steun. [deskundige] heeft namelijk geconcludeerd dat de planten afkomstig zijn van de naastgelegen groeiplaats zonder de plaats daarvan precies aan te geven. [deskundige] heeft in het rapport gewezen op meerdere groeiplaatsen. Waaronder een groeiplaats op het buurtperceel aan de zuidzijde waar ingegroeide planten staan binnen de kadastrale grenzen waar het deels niet verhard is en de wortels vrij spel hebben. [7] [deskundige] heeft ook opgemerkt: ‘er is een ondergronds geraakt deels bovengrondsdeel gevonden waar een kleine plant uit voortkwam’. Ook is er een zeer volwassen groeiplaats achter het hek waargenomen.
Anders dan [eiser] ter zitting heeft betoogd volgt uit het rapport [deskundige] dat het perceel van de VvE [adres 2] niet een volledig verhard terrein betreft en dat ook daar duizendknoop groeit. Het rapport biedt dan ook onvoldoende onderbouwing voor de stelling van [eiser] dat de duizendknoop op zijn terrein van het spoorbaanvak afkomstig is. Bovendien heeft [eiser] de verharding op haar eigen terrein laten verwijderen en werkzaamheden op het terrein uitgevoerd zonder zelf vooraf kenbare voorzorgsmaatregelen tegen besmetting van de grond met duizendknoop te nemen. De rechtbank concludeert daarom dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de duizendknoop van het terrein van Railinfratrust afkomstig is. Dat betekent dat niet vaststaat dat Railinfratrust een saneringsplicht heeft naar [eiser] toe.
Railinfratrust is niet aansprakelijk voor de kosten van [eiser]
3.18.
Het voorgaande voert tot de slotsom dat Railinfratrust niet tegenover [eiser] aansprakelijk is op grond van 5:37 BW. [eiser] heeft onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat er sprake is van hinder toebrengen op een wijze die volgens artikel 6:162 BW Pro onrechtmatig is. Hierop stuit ook de gestelde aansprakelijkheid op grond van 6:162 BW omdat deze op dezelfde feiten en stellingen berust. Een bespreking van het beroep op eigen schuld van [eiser] is daarom niet meer nodig.
[eiser] is niet aansprakelijk voor de meerkosten van Railinfratrust
3.19.
In reconventie vordert Railinfratrust [eiser] te veroordelen tot betaling van € 20.429,54 aan meerkosten te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze kosten heeft Railinfratrust moeten maken omdat [eiser] niet heeft deelgenomen aan de bestrijdingsmethode. Railinfratrust heeft daardoor meerkosten moeten maken voor een extra laag bio-afdekking die aangebracht moest worden Ook heeft Railinfratrust extra kosten moeten maken omdat de werkzaamheden niet vanaf het terrein van [eiser] konden worden uitgevoerd.
3.20.
[eiser] stelt dat zij niet verplicht is haar medewerking aan de gekozen bestrijdingsmethode te verlenen. [eiser] is dan ook niet aansprakelijk voor eventuele meerkosten die Railinfratrust daardoor heeft moeten maken. Ook stelt [eiser] dat zij zich welwillend heeft opgesteld naar aanleiding van de aangekondigde werkzaamheden van Railinfratrust. Railinfratrust heeft [eiser] niet verzocht om medewerking aan de uitvoering van de door haar voorgenomen werkzaamheden. Ook is Railinfratrust niet de toegang tot het terrein van [eiser] ontzegd. [eiser] betwist dan ook onrechtmatig tegenover Railinfratrust te hebben gehandeld.
3.21.
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat Railinfratrust schade heeft geleden als gevolg van het handelen van [eiser] . Railinfratrust heeft niet duidelijk gemaakt op basis waarvan [eiser] gehouden zijn tot betaling van de kosten van het aanbrengen van een extra laag bio-afdekking. Het enkel stellen dat doordat [eiser] niet heeft deelgenomen aan de gekozen bestrijdingsmethode bij het afdekken van de grond geen aanvullende veiligheidsmarge in acht kon worden genomen is niet voldoende.
Railinfratrust heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd.
3.22.
Wat betreft de gevorderde aanvullende kosten die Railinfratrust heeft moeten maken omdat de saneringswerkzaamheden niet vanaf het terrein van [eiser] konden worden verricht kan evenmin worden vastgesteld dat deze kosten zijn gemaakt door het handelen van [eiser] . [eiser] heeft zich ook in een e-mailbericht van 24 september 2024 bereid verklaard medewerking te verlenen aan de uitvoering van werkzaamheden mits daarover afstemming met [eiser] plaatsvindt. [8] Ter zitting heeft Railinfratrust bevestigd dat [eiser] niet om toestemming tot betreden van het terrein is gevraagd. De enkele verwijzing naar het e-mailbericht van 24 september 2024 van [eiser] waarin [eiser] erop wijst dat uitvoering van de door [eiser] geplande werkzaamheden voorrang heeft is niet voldoende. Hieruit mocht Railinfratrust niet begrijpen dat [eiser] haar toegang tot het terrein zou weigeren. [eiser] heeft in hetzelfde bericht namelijk ook laten weten dat bij een goede en tijdige afstemming van de werkzaamheden dat geen probleem hoeft te worden.
De rechtbank wijst de door Railinfratrust gevorderde meerkosten daarom af.
[eiser] moet de proceskosten in conventie betalen
3.23.
[eiser] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Railinfratrust worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.764,00
Railinfratrust moet de proceskosten van [eiser] betalen in reconventie
3.24.
In reconventie wordt Railinfratrust als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [eiser] . Omdat de tegeneis van Railinfratrust grotendeels voortvloeit uit het verweer in conventie wordt de helft van het aantal punten toegekend. Het tarief is afgestemd op de vordering van Railinfratrust.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
836,00
(2 punten × factor 0,5 × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.020,-
3.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en in reconventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank
in conventie
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 5.764,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
4.4
wijst de vorderingen van Railinfratrust af,
4.5
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 4.020,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In conventie en in reconventie
4.7
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door A.L. Poort-Gleusteen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.Productie 9 bij de dagvaarding pagina 7
2.Productie 13 bij de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie
3.Artikel 5:119 BW Pro
4.Artikel 5:37 BW Pro en artikel 6:162 BW Pro
5.Zie HR 3 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0235
6.Productie 2 bij de dagvaarding
7.Rapport [deskundige] van 19 september 2024, productie 9 bij de dagvaarding pagina 6
8.Productie 12 bij de dagvaarding