ECLI:NL:RBMNE:2026:3110
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren zonder betaling
Eiseres maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 76,70 opgelegd wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 19 april 2024. Zij stelde dat zij slechts kort had stilgestaan om de autosleutels aan haar partner te overhandigen, die vervolgens met de auto vertrok, en dat er sprake was van een bestuurderswissel zonder dat zij het kenteken kon aanmelden.
De heffingsambtenaar handhaafde de naheffingsaanslag en stelde dat er geen aanwijzingen waren voor onmiddellijk in- of uitstappen, zoals vereist volgens artikel 225, tweede lid van de Gemeentewet. De rechtbank oordeelde dat uit de foto's bleek dat de auto geparkeerd stond met gesloten deuren en zonder personen in de nabijheid, waardoor sprake was van parkeren.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor de uitzondering van onmiddellijk in- of uitstappen bij eiseres lag, die dit niet aannemelijk kon maken. Ook het korte tijdsbestek maakte geen verschil, aangezien ook kort stilstaan als parkeren wordt aangemerkt. De verwijzing naar een andere uitspraak was niet relevant omdat de situatie anders was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en wees een proceskostenveroordeling af. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.