Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3124

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/333
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet WOZArt. 26 AWRArt. 30 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging WOZ-waarde 2024 en verlaging aanslag onroerendezaakbelasting

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2024, vastgesteld op €1.306.000. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in bezwaar, maar erkende in het verweerschrift dat de waarde te hoog was en verzocht de rechtbank de waarde te verlagen naar €1.107.000.

De rechtbank behandelde het beroep op zitting waarbij ook een taxateur aanwezig was. Partijen waren het eens dat de WOZ-waarde voor 2024 het enige geschilpunt was. Eiser verzocht tevens om beoordeling van WOZ-waarden van voorgaande jaren, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet meer voor bezwaar en beroep vatbaar zijn vanwege het gesloten stelsel van rechtsbescherming en de ambtshalve toetsing volgens artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit Wet WOZ.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de WOZ-waarde 2024 betreft, vernietigde de bestreden uitspraak op bezwaar en stelde de waarde vast op €1.107.000. Tevens werd bepaald dat de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig worden verminderd en dat het griffierecht van €53 aan eiser wordt vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat eiser zelf procedeerde en geen kosten had opgevoerd.

De uitspraak is gedaan door rechter A. Rademaker en griffier C. Deve op 20 mei 2026 te Utrecht. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de WOZ-waarde 2024 en stelt deze vast op €1.107.000, vermindert de aanslag en vergoedt het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 25/333

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], de heffingsambtenaar
(gemachtigde: P.E. Boersma)

Inleiding

In de beschikking van 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] , (de woning) voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op € 1.306.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van
26 november 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. In het verweerschrift concludeert de heffingsambtenaar dat de vastgestelde waarde van € 1.306.000,- in beroep geen stand kan houden. De heffingsambtenaar verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren en de waarde te verlagen naar € 1.107.000,-.
Eiser heeft met zijn brief van 14 mei 2025 gereageerd op het verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de heffingsambtenaar en de taxateur [taxateur] .

Beoordeling door de rechtbank

6. Partijen zijn het erover eens dat de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2024 niet meer in geschil is.
WOZ-waarden 2020 t/m 2023
7. Eiser stelt zich op het standpunt dat ook de WOZ-waarden voor de belastingjaren 2020 tot en met 2023 niet deugdelijk zijn onderbouwd. Eiser verzoekt de rechtbank om ook deze WOZ-waarden inhoudelijk te beoordelen.
8. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat in het geval de WOZ-waarde van voorliggende jaren onherroepelijk vaststaat, de WOZ-waarde ambtshalve wordt getoetst aan artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit Wet WOZ (het Uitvoeringsbesluit). De WOZ-waarde wordt alleen aangepast als er sprake is van een waarde die tenminste 20% te hoog is vastgesteld. In dit geval blijkt volgens de heffingsambtenaar dat de WOZ-waarde van de woning de afgelopen vijf jaar niet 20% te hoog is vastgesteld. Aan het verzoek van eiser om de WOZ-waarden te corrigeren, kan zodoende niet tegemoet worden gekomen.
9. Artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit bepaalt het volgende: indien de economische waarde onherroepelijk is komen vast te staan maar binnen vijf jaren na het nemen van de beschikking ter zake blijkt dat die waarde tot een te hoog bedrag is vastgesteld, vermindert de heffingsambtenaar, ingeval de waarde had behoren te worden vastgesteld op een bedrag dat ten minste 20%, met een minimum van € 5000,- lager is dan de te hoog vastgestelde waarde, zo spoedig mogelijk bij beschikking de te hoog vastgestelde waarde.
10. Uit de toelichting bij het Uitvoeringsbesluit [1] blijkt dat de beschikkingen op basis van artikel 2 van Pro dat Uitvoeringsbesluit niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. Het betreft hier namelijk een ambtshalve herziening ten gunste van een belanghebbende die de hem toekomende termijn voor het aanwenden van rechtsmiddelen ongebruikt heeft laten verstrijken, zodat de beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.
11. Deze toelichting bij het Uitvoeringsbesluit stemt overeen met de tekst van het Uitvoeringsbesluit en met het wettelijk systeem. In artikel 30 van Pro de Wet WOZ zijn de regels van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) inzake bezwaar en beroep van toepassing verklaard voor de Wet WOZ. In artikel 26 van Pro de AWR is bepaald dat beroep bij de belastingrechter openstaat in bepaalde, in artikel 26, eerste lid, van de AWR omschreven gevallen, het zogenoemde gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een op grond van artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit ambtshalve genomen beschikking hoort niet tot die gevallen.
12. Kortom, een weigering om ambtshalve de WOZ-waarden over voorgaande jaren aan te passen, is geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. Dat betekent dat ook de onder 7 genoemde beroepsgronden, gericht tegen de weigering om de beschikkingen over voorgaande jaren te verminderen, niet kunnen worden besproken.
Proceskosten en griffierecht
13. Gelet op het bovenstaande is het beroep gegrond voor zover het gaat om de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2024. Dit betekent dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht moet vergoeden. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat eiser zelf procedeert en verder niet heeft gesteld dat hij kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan de [adres] in [plaats] voor het belastingjaar 2024;
  • stelt de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] vast op € 1.107.000,- en bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van
mr.C. Deve, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Staatsblad. 1997, 30, p. 3.