De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De medische verklaring waarop het verzoek is gebaseerd, voldeed niet aan de wettelijke vereisten omdat betrokkene niet in fysieke aanwezigheid was onderzocht, maar via een digitale Teamsverbinding vanwege uitzonderlijke weersomstandigheden.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad moet een psychiater het onderzoek in beginsel fysiek verrichten, tenzij dit onmogelijk of onverantwoord is. De rechtbank constateerde dat hoewel het onderzoek op 10 januari 2026 digitaal plaatsvond vanwege sneeuwval, er daarna geen poging is gedaan om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken, terwijl dit mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek niet aan de wettelijke eisen voldoet en gaf de onafhankelijke psychiater opdracht om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken en een nieuwe medische verklaring op te stellen. De beslissing over de zorgmachtiging werd aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling.