Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 april 2026 met producties 1 tot en met 8;
- het e-mailbericht van 12 mei 2026 van de gemachtigde van [eiser] met aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling van 15 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waar schriftelijk een eiswijziging is gedaan door de gemachtigde van [eiser] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Indien een partij niet in het geding is verschenen, is een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. In laatstgenoemd geval is artikel 120, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
verminderingen dat mag [eiser] altijd doen.
vermeerderingis en deze
niet tijdig bij exploot aan [gedaagde] kenbaar is gemaakt. Die eisvermeerdering is dan ook uitgesloten. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat zij ervan uitgaat dat [gedaagde] na ontvangst van dit vonnis, ook aan haar verplichting tot afgifte van de eindafrekening zal voldoen.
4.De beslissing
- € 263,87 netto aan achterstallig loon over de maand december 2025;
- € 11.550,00 bruto aan achterstallig loon over de maanden januari tot en met maart 2026, met aftrek van een bedrag van € 1.500,00 netto;
- € 3.388,88 bruto aan achterstallige vakantietoeslag over de periode van mei 2025 tot en met maart 2026;
- € 959,39 bruto aan de tegenwaarde in geld van opgebouwde maar niet genoten vakantieuren;
- € 115,92 netto aan reiskostenvergoeding over de maand januari 2026;