ECLI:NL:RBMNE:2026:3148
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens niet-toepassing tijdelijke huurovereenkomst voor student
In deze zaak vordert Tivoli Real Estate B.V. ontruiming van een onzelfstandige woonruimte die zij verhuurt aan de huurder. De huurovereenkomst is voor bepaalde tijd gesloten van 1 juni 2025 tot 31 mei 2026. De verhuurder baseert haar vordering op artikel 7:271 BW Pro en artikel 1 sub a van Pro het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst, waarin tijdelijke huurovereenkomsten voor studenten die tijdelijk in een andere gemeente studeren zijn geregeld.
De kantonrechter beoordeelt of de huurder onder deze regeling valt. Uit de feiten blijkt dat de huurder al twee jaar in Utrecht woonde en studeerde en voornemens was om in Utrecht te blijven studeren, onder meer met een Masteropleiding die in september 2026 start. Dit betekent dat hij niet voldoet aan de voorwaarde van tijdelijk elders studeren zoals bedoeld in het Besluit.
De verhuurder stelt dat het voor de huurder duidelijk was dat hij buiten Utrecht moest wonen, maar dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt. De procedure is niet geschikt om bewijs te leveren, dat kan in een bodemprocedure. De kantonrechter concludeert dat het niet aannemelijk is dat de huurovereenkomst onder het Besluit valt en wijst daarom de ontruimingsvordering af. Tivoli wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de huurder niet onder de regeling voor tijdelijke huurovereenkomsten voor studenten valt.