ECLI:NL:RBMNE:2026:3153
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele zaak
Verzoeker heeft op 26 mei 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, waarin op 13 mei 2026 een einduitspraak is gedaan. Verzoeker stelde dat de uitspraak was gebaseerd op onjuiste feiten en dat zijn verweren door de rechter waren genegeerd.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het middel van wraking bedoeld is om te voorkomen dat een rechter die mogelijk vooringenomen is, nog langer bij de behandeling van een zaak betrokken blijft. Dit doel vervalt zodra de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak dan is beëindigd.
Daarom voorziet de wet niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter die de einduitspraak heeft gedaan. De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en zag af van een mondelinge behandeling. Tevens wees de wrakingskamer verzoeker op de mogelijkheid van hoger beroep tegen het vonnis van 13 mei 2026 en verwees naar de relevante informatie op de website van de rechtspraak.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat de rechter al een einduitspraak heeft gedaan.