Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure in de hoofdzaak
2.De procedure in de vrijwaringszaak
- de conclusie van antwoord met 8 producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
3.De beoordeling
4.De kern van de zaak
5.De beoordeling
‘Het pand zit in de afrondingsfase en zal binnenkort opgeleverd worden en het vinden van huurders is in gang gezet. Graag verneem ik de premie bij volledig gebruik, vermoedelijke ingang 01-06-2024 . Indien pand is opgeleverd maar nog geen verhuur is dan een brand/storm dekking optioneel met leegstand clausule max 1 jaar.’
specialisvan de algemene bepalingen over dwaling (artikel 6:228 BW Pro) zodat de artikelen 7:928 en 7:930 BW hier van toepassing zijn. In dit geval is de verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen op basis van een aanvraagformulier. Artikel 7:928 lid 6 BW Pro bepaalt– voor zover van belang – dat indien een verzekering is gesloten op de grondslag van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst, deze zich er niet op kan beroepen dat feiten waarnaar niet was gevraagd niet zijn medegedeeld, of een in algemene termen vervatte vraag onvolledig is beantwoord, tenzij is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. ASR heeft [eisers] geen opzet verweten. Ook heeft zij [eisers] . niet verweten het vragenformulier onjuist te hebben ingevuld. Zij verwijt [eisers] . dat hij na toezending aan ASR van het aanvraagformulier niet heeft medegedeeld dat de vermoedelijke opleveringsdatum van 1 juni 204 niet gehaald zou worden c.q. niet was gehaald. Het gaat hier dus in de eerste plaats om de mededelingsplicht in ‘de tussenperiode’: de fase na invulling van het aanvraagformulier op 13 mei 2024 tot de acceptatie door ASR (1e offerte van 28 mei en 2e offerte van 3 juni 2024). Daarnaast verwijt ASR [eisers] . dat hij na ontvangst van de offerte (en de gelijkluidende polis) niet aan ASR heeft medegedeeld dat deze onjuistheden bevatte.
onjuistheden opmerkt en/of vaststelt dat een omstandigheid afwijkt van de werkelijk situatie.De omstandigheid dat op het aanvraagformulier als ingangsdatum 1 juni 2024 is ingevuld en deze ingangsdatum ook in de offerte is vermeld, kan niet als een onjuistheid worden aangemerkt of een ‘omstandigheid die afwijkt van de werkelijke situatie’. In de offerte is immers niet opgenomen dat de datum van oplevering van het gebouw 1 juni 2024 is, en evenmin is opgenomen dat de ingangsdatum 1 juni 2024 is, onder de voorwaarde dat het gebouw alsdan is opgeleverd.
- via een bestaande garantieregeling of leveringsovereenkomst;
- via een wet, een regeling of een voorziening;
- via een andere verzekering van uzelf (bijvoorbeeld via uw werkgever) of van een ander (bijvoorbeeld van een fabrikant, dealer, aannemer of reparateur).’
Alle niet door de verzekering gedekte schade aan het Registergoed, voor zover ontstaan vóór Oplevering aan Koper, alsmede in de polis vermelde eigen risico bedragen zijn voor rekening van Ontwikkelaar.”