Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3155

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6734
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling en gebrek aan belang bij Woo-verzoeken

Eiser heeft twee Woo-verzoeken ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden met betrekking tot informatie over de ontwikkeling van de Cattenbroekerplas. Omdat het college niet tijdig op deze verzoeken had beslist, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het eerste Woo-verzoek niet-ontvankelijk is, omdat eiser het college niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld, wat een vereiste is om beroep te kunnen instellen. Voor het tweede Woo-verzoek is het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard, omdat het college inmiddels een besluit heeft genomen en eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen.

De rechtbank verwijst het beroep tegen het besluit van 12 december 2025 naar het college om als bezwaarschrift te worden behandeld, aangezien eiser het niet eens is met dit besluit. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed, omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het tweede verzoek niet ten onrechte is ingesteld.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op twee Woo-verzoeken is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het genomen besluit is verwezen naar het college als bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6734
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats] , eiser
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn twee Woo-verzoeken van 4 september 2025 om informatie ten aanzien van (de ontwikkeling van) de Cattenbroekerplas in Woerden.
1.1.
Eiser heeft op 25 november 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken.
1.2.
Het college heeft op 12 december 2025 een primair besluit genomen op één van de Woo-verzoeken van eiser. Eiser heeft hier op 23 december 2025 op gereageerd. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Het college is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Blijkens de behandeling ter zitting is niet (meer) in geschil dat eiser twee afzonderlijke Woo-verzoeken heeft ingediend. Het college heeft beide Woo-verzoeken een kenmerk gegeven. Een Woo-verzoek met kenmerk [nummer] en een Woo-verzoek met kenmerk [nummer] .
Woo-verzoek met kenmerk [nummer]
3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [1]
4. Eiser heeft geen schriftelijke ingebrekestelling ten aanzien van dit specifieke verzoek aan het college gestuurd. Een ingebrekestelling is vereist om een bestuursorgaan nog twee weken de kans te geven te beslissen. Als een ingebrekestelling niet is verstuurd, kan geen beroep worden ingesteld vanwege het in gebreke zijn om tijdig een besluit op het verzoek te nemen.
5. Het beroep van eiser voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek met kenmerk [nummer] , is daarom niet-ontvankelijk. Aan bespreking van de door het college gestelde termijn die nog nodig zou zijn om op dit verzoek te beslissen, komt de rechtbank daarom niet toe.
Woo-verzoek met kenmerk [nummer]
6. Nadat eiser beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op dit Woo-verzoek, heeft het college op 12 december 2025 alsnog daarop beslist. Gesteld noch gebleken is dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek. De rechtbank zal daarom het beroep op het niet-tijdig beslissen op dit Woo-verzoek ook niet-ontvankelijk verklaren.
7. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit besluit geheel aan het beroep tegemoet komt.
8. Uit de stukken en het besprokene op zitting blijkt dat eiser het niet eens is met het besluit van het college. Van een volledige tegemoetkoming is daarom geen sprake. Eiser en het college hebben hun verschil in standpunten echter nog niet besproken en daarnaast beschikt de rechtbank niet over de gedingstukken van de Woo-procedure. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, het beroep voor zover het gericht is tegen het besluit van 12 december 2025 naar het college te verwijzen om als bezwaarschrift te behandelen. Het college beschikt al over de gronden van eiser van 23 december 2025, daarom zal de rechtbank die niet nogmaals naar het college sturen.
Proceskosten en griffierecht
9. Omdat eiser het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het Woo-verzoek met kenmerk [nummer] niet ten onrechte heeft ingesteld, moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser proceskosten heeft gemaakt die vergoed moeten worden.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op Woo-verzoek met kenmerk [nummer] is niet-ontvankelijk, omdat eiser het college niet in gebreke heeft gesteld. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek met kenmerk [nummer] is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Wel verwijst de rechtbank het beroep tegen het besluit van 12 december 2025 ter behandeling als bezwaar naar het college.
11. Het college moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
12. Eiser is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek [nummer] niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek [nummer] niet-ontvankelijk;
-verwijst het beroep tegen het besluit van 12 december 2025 ter behandeling als bezwaar naar het college;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026 door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht