ECLI:NL:RBMNE:2026:316
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunningen nieuw dierzorgcentrum Hilversum
Vergunninghouder wil een nieuw dierzorgcentrum bouwen op een perceel in Hilversum, waarvoor twee omgevingsvergunningen zijn verleend: één voor bouwen en werken, en één voor technische bouwactiviteiten, het kappen van 21 vergunningplichtige bomen en de aanleg van een nieuwe uitweg. Verzoeker, eigenaar van het naastgelegen perceel, maakte bezwaar tegen beide vergunningen en vroeg voorlopige voorzieningen omdat de sloop al was gestart.
De voorzieningenrechter beoordeelde of de bezwaren van verzoeker een redelijke kans van slagen hebben en of de belangenafweging een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De kennisgevingen en motivering van de vergunningen waren volgens de rechter niet onduidelijk, onjuist of misleidend. De vergunningen voldeden aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan en het college had geen beleidsruimte om privaatrechtelijke belemmeringen mee te wegen.
Verzoekers argumenten over onduidelijkheid van adressen, onvoldoende motivering van de ruimtelijke onderbouwing en onzorgvuldige voorbereiding werden verworpen. Ook de motivering voor het kappen van de bomen was voldoende, mede omdat een herplantplicht is opgelegd. De voorzieningenrechter zag geen evidente fouten en schatte de kans van slagen van het bezwaar gering in.
De belangen van het college en vergunninghouder om de vergunningen in stand te laten, waaronder het belang van het bouwproject en de niet-onomkeerbaarheid van de bouw, wogen zwaarder dan de belangen van verzoeker. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de omgevingsvergunningen voor het dierzorgcentrum worden afgewezen.