Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3183

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
16/371304-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wetboek van StrafrechtArt. 14a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersveiligheidsschending door langdurig excessief hard rijden met botsing

Op 9 november 2024 reed de verdachte op de Rijksweg A27 nabij Vianen met een snelheid tussen 166 en 227 km/u, aanzienlijk hoger dan de toegestane 100 km/u. Door deze excessieve snelheid en onvoldoende aandacht voor het verkeer kon hij niet tijdig remmen en botste hij tegen een bedrijfsvoertuig, waardoor dit voertuig ging slingeren en tegen de vangrail tot stilstand kwam. De verdachte liep zelf letsel op en zijn auto vloog in brand.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte de verkeersregels opzettelijk en in ernstige mate had geschonden. De verdediging voerde aan dat de verdachte mogelijk flauwgevallen was, maar dit werd verworpen omdat het rijgedrag en stuurmanoeuvres bewijzen dat hij bij bewustzijn was. De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte langdurig en excessief te hard had gereden, met gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

De officier van justitie eiste een taakstraf van 200 uur en een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 1 jaar. De rechtbank legde een taakstraf van 140 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn spijtbetuiging.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en benadrukte dat het rijgedrag zeer onverantwoord was en onaanvaardbare risico’s voor andere weggebruikers met zich meebracht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 11 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 140 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar wegens ernstige verkeersovertreding met gevaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/371304-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 11 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1989] in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 28 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwhuis;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M. Landsman (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: dhr. [slachtoffer] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op 9 november 2024 te Utrecht en/of Vianen, gemeente Vijfheerenlanden, als bestuurder van een voertuig (een personenauto van het merk BMW) op de Rijksweg A27, de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden door
- te rijden met een snelheid van 227 kilometer per uur, althans een snelheid van (hoger dan) 166 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de toegestane snelheid van 100 kilometer per uur en/of
- onvoldoende aandacht te hebben voor de voor hem rijdende auto en het verkeer en/of
- zijn motorrijtuig niet tijdig af te remmen en tot stilstand te brengen, waardoor
- hij tegen een bedrijfsvoertuig van het merk Opel is gebotst waardoor deze is gaan spinnen en dat voertuig tot stilstand kwam tegen de vangrail, door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Het ongeval
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen op de zitting is besproken het volgende vast.
Op 9 november 2024 heeft er in Vianen, gemeente Vijfheerenlanden, een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een door de verdachte bestuurde auto en een ander voertuig. De verdachte reed met een te hoge snelheid over de Rijksweg A27 en botste met de voorzijde van zijn voertuig tegen de achterkant van een bedrijfsvoertuig (een bestelbus met opbouw), bestuurd door [slachtoffer] . De auto van de verdachte is vanaf dat punt ongeveer 207 meter verderop tot stilstand gekomen, waarna er brand in de auto is ontstaan en deze is uitgebrand. Het bedrijfsvoertuig is ongeveer 286 meter verderop in tegengestelde richting tegen de vangrail tot stilstand gekomen. De foto’s behorende bij het forensisch onderzoek laten zien dat ook het bedrijfsvoertuig fors beschadigd was. Uit medische gegevens blijkt dat de verdachte door dit ongeval enig letsel heeft opgelopen. De bestuurder van het bedrijfsvoertuig, [slachtoffer] , heeft geen letsel opgelopen. Enkele minuten later heeft op dezelfde plek een dodelijk ongeval plaatsgevonden waarbij mensen betrokken waren die naar het brandende autowrak keken.
Juridisch kader en toepassing op de zaak
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) heeft overtreden, doordat hij te hard zou hebben gereden en daarbij onvoldoende aandacht zou hebben gehad voor het verkeer dat voor hem reed. Hierdoor heeft hij niet tijdig kunnen remmen of stoppen, waardoor hij tegen het bedrijfsvoertuig is gebotst. De rechtbank moet beoordelen of de verdachte met dit rijgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a.
het schenden van de verkeersregels
Uit de bewijsmiddelen in het dossier volgt dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte op 9 november 2024 de verkeersregels heeft geschonden door veel te hard te rijden op de Rijksweg A27. Zijn snelheid lag op het moment van de botsing vermoedelijk tussen de 166 en 227 kilometer per uur. Dat verdachte veel te hard reed wordt door de verdediging ook niet betwist.
het in ernstige mate schenden van de verkeersregels
De verdediging heeft aangevoerd dat de vastgestelde verkeersovertreding mogelijk excessief was omdat verdachte veel te hard heeft gereden, maar dat van langdurig te hard rijden geen sprake is geweest. Volgens de verdediging is er daarom geen sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het Forensisch Onderzoek Verkeer en de verklaring van getuige [getuige 1] , is het aannemelijk dat de verdachte over een traject van 2.119 meter gemiddeld minimaal 129 km/u heeft gereden. Dit betreft een minimale ondergrens van de door verdachte gereden snelheid. Bij de beoordeling of dit een excessief en langdurige snelheidsovertreding was, betrekt de rechtbank de verklaringen van de getuige [getuige 1] en het proces-verbaal snelheid & impact analyse. De getuige [getuige 1] verklaart dat het voertuig van de verdachte ‘extreem’ hard reed en geeft daarbij een indicatie van 200 km/u. Getuige [getuige 1] werd met hele hoge snelheid door de verdachte gepasseerd terwijl hij op dat moment zelf met een snelheid van ongeveer 110 km/u op de weg reed. Deze getuige verklaarde hierover dat hij vanuit het niets een hard zoemend geluid hoorde en door luchtdrukverplaatsing werd zijn auto, een Saab station, ongeveer 10 a 20 cm naar rechts gedrukt. Hij moest zijn rijrichting corrigeren om niet op de rechter rijbaan uit te komen.
Bij deze beoordeling betrekt de rechtbank ook dat bij de door de politie gemaakte berekening van de snelheid ook de seconden tot de eerste 112-melding zijn meegenomen. Dit heeft enige tijd in beslag genomen, zo geeft de politie ook bij haar berekening aan, omdat de getuige die als eerste contact had met de 112 centrale, hoogstwaarschijnlijk eerst het verkeersongeval heeft waargenomen, vervolgens bedacht heeft om 112 te bellen en daarna pas daadwerkelijk heeft gehandeld. Het voertuig van de verdachte stond op dit moment stil, waardoor de berekende gemiddelde snelheid lager is uitgevallen. Op basis van de pleegplaatsen zoals verklaard door getuige [getuige 1] (de brug bij het Amsterdams Rijnkanaal ter hoogte van Houten, ongeveer 5 km vóór de plaats van de aanrijding) en de ANPR-hit van de politie (ter hoogte van Vianen, ruim 2 km vóór de plaats van de aanrijding), kan worden aangetoond dat de verdachte gedurende dit langere stuk op de weg excessief te hard over de weg heeft gereden.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat er sprake is geweest van een excessieve snelheidsovertreding, gedurende een langere periode waardoor de verdachte niet in staat is gebleken om zijn voertuig tijdig af te remmen. Immers is hij op het voertuig van een andere bestuurder gebotst. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels
Het opzet van de verdachte moet zowel gericht zijn geweest op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden daarvan. Bij het antwoord op de vraag of er sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval worden bekeken. De gedragingen moeten gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm op de opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels gericht zijn geweest.
De verdediging heeft betoogd dat er geen sprake is geweest van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. De verdachte heeft niet opzettelijk te hard gereden. Hij is beroepschauffeur en kwam uit de sauna. De verdachte was niet onder invloed van alcohol of drugs en is tijdens het rijden mogelijk flauwgevallen of overvallen door de slaap.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het dossier biedt geen enkele aanwijzing om aan te nemen dat de verdachte tijdens het autorijden op enig moment buiten bewustzijn is geweest. De verdachte zat vanaf het vertrek bij de sauna gedurende een langere tijd in de auto en heeft allerlei (bewuste) verkeershandelingen moeten verrichten om op de plek te komen waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Getuige [getuige 1] beschrijft dat de auto 5 kilometer vóór het ongeval al (veel) te hard reed. Getuige [getuige 2] beschrijft dat de auto van de verdachte vlak voor het ongeval van baan wisselde, wat ook een aanwijzing is dat de bestuurder op dat moment bij bewustzijn was. Hij heeft hier immers stuurmanoeuvres voor moeten verrichten. Door te hard rijden en niet tijdig remmen is de verdachte uiteindelijk tegen het voertuig van het slachtoffer gebotst. Het enkele feit dat de verdachte zich die gebeurtenis niet meer weet te herinneren, is onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte niet bij bewustzijn was tijdens de rit op de Rijksweg A27. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en is van oordeel dat het langere tijd met een veel te hoge snelheid rijden niet anders dan opzettelijk kan worden gedaan. Uit de aard en het samenstel van de hiervoor beschreven gedragingen van de verdachte en de omstandigheden waaronder hij deze gedragingen heeft verricht, kan worden afgeleid dat de verdachte ook opzet had op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen
Er was door het rijgedrag van de verdachte gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten. Hij heeft met hoge snelheid een levensgevaarlijke botsing veroorzaakt. De verdachte heeft daarbij zelf letsel opgelopen. De bestuurder van het bedrijfsvoertuig had ook gewond kunnen raken of erger, door de botsing zelf, maar ook omdat hij daardoor de macht over het stuur verloor. Het is in zijn algemeenheid voorzienbaar dat gevaarlijke situaties ontstaan wanneer de maximumsnelheid op een (snel)weg aanzienlijk wordt overschreden. Daarbij neemt voor de bestuurder hierdoor het vermogen om te anticiperen en (tijdig) te reageren op de gedragingen van andere weggebruikers af en neemt de tijd die nodig is om voor eventuele anderen te remmen toe, met eveneens als gevolg dat (zeer) gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
Conclusie
Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 9 november 2024 te Vianen, gemeente
Vijfheerenlanden als bestuurder van een voertuig (een personenauto van het merk
BMW), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A27, zich opzettelijk zodanig heeft
gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- aldaar te rijden met een snelheid van hoger dan 166 kilometer per uur, en
- daarbij onvoldoende aandacht te hebben voor het voor hem
rijdende verkeer en
- zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was om zijn motorrijtuig tijdig
af te remmen tot een op dat moment voor het verkeer noodzakelijke snelheid en
tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en
waarover deze vrij was,
- (vervolgens tegen een bedrijfsvoertuig van het merk Opel type Movano te botsen
waardoor voornoemd bedrijfsvoertuig is gaan slingeren en spinnen en
waardoor de bestuurder van het bedrijfsvoertuig de macht over het stuur verloor
en dat bedrijfsvoertuig (vervolgens) tot stilstand kwam tegen de vangrail,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een taakstraf van 200 uur te vervangen door 100 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
  • een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht rekening te houden met het feit dat de verdachte een
first offenderis, hij zelf fors lichamelijk letsel heeft opgelopen, zijn auto is uitgebrand en hij een periode niet heeft kunnen werken. De advocaat heeft verzocht een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid in voorwaardelijke zin op te leggen, nu de verdachte voor zijn inkomen en woning afhankelijk is van zijn rijbewijs. Ten slotte heeft de advocaat naar voren gebracht dat een taakstraf de voorkeur heeft boven een gevangenisstraf, waarvan een zo groot mogelijk strafdeel in voorwaardelijke zin dient te worden opgelegd.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf van 140 uren op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft als bestuurder van een auto de verkeersregels opzettelijk in ernstige mate geschonden. Hij heeft op de Rijksweg A27 in Vianen voor een langere periode met een veel hogere snelheid dan de maximumsnelheid gereden. De verdachte heeft daarbij onvoldoende aandacht gehad voor het voor hem rijdende verkeer en was niet in staat om zijn auto tijdig af te remmen waardoor hij tegen een bedrijfsvoertuig is gebotst en deze is gaan slingeren en spinnen. De bestuurder van de bedrijfsauto, [slachtoffer] , verloor vervolgens de macht over zijn stuur en kwam tot stilstand tegen de vangrail. De auto van de verdachte zelf kwam aan de andere kant van de weg tegen de vangrail tot stilstand en vloog in de brand.
De verdachte heeft met zijn rijgedrag zeer onverantwoord gedrag vertoond en onaanvaardbare risico’s genomen. Hij heeft daarbij geen oog gehad voor de veiligheid van andere weggebruikers. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Het onverantwoorde rijgedrag van de verdachte had veel ernstiger kunnen aflopen voor de bestuurder van het bedrijfsvoertuig en betrokkene zelf, en had nog meer schade kunnen veroorzaken dan nu het geval is geweest. Na het eerste ongeval waarbij de verdachte betrokken was, heeft er op dezelfde plek een tweede ongeval plaatsgevonden met dodelijke afloop. Dat ongeval is geen onderdeel van deze procedure, maar het brandende autowrak van de verdachte leidde wel andere bestuurders af en leverde daarmee gevaar op.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennis genomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie over hem van 14 april 2026 (hierna: het strafblad). Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.
De verdachte heeft op zitting verteld dat hij werkzaam is als vrachtwagenchauffeur en dat hij voor zijn huisvesting afhankelijk is van zijn werkgever. De verdachte betaalt alimentatie voor zijn twee kinderen. Als hij zijn rijbewijs kwijtraakt zal hij geen inkomen hebben, zijn woning verliezen en niet aan zijn alimentatieverplichting kunnen voldoen.
Strafkader
Voor het in ernstige mate schenden van de verkeersregels zoals bedoeld in artikel 5a WVW ontbreekt een oriëntatiepunt voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank heeft daarom gekeken naar straffen die in andere, vergelijkbare zaken worden opgelegd. Hieruit volgt dat voor dit feit uiteenlopende taak- en/of gevangenisstraffen worden opgelegd, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat in dit geval een geheel onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet echter aanleiding voor een lagere taakstraf dan door de officier van justitie is geëist. De reden hiervoor is dat de rechtbank rekening houdt met de houding van de verdachte op de zitting en het feit dat het een oudere zaak betreft. De verdachte heeft op de zitting zijn spijt betuigd. Dit is op de rechtbank oprecht overgekomen en heeft bovendien ook het slachtoffer [slachtoffer] bereikt, die op de zitting aanwezig was.
De rechtbank zal daarnaast aan de verdachte geheel voorwaardelijk een rijontzegging opleggen. De rechtbank weegt hierbij mee dat de verdachte voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur de beschikking moet hebben over een geldig rijbewijs. Verder heeft de verdachte met deze voorwaardelijke straf een forse stok achter de deur om niet opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijk rijontzegging een langere proeftijd verbinden dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank van oordeel is dat dit recht doet aan de ernst van het gepleegde feit.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 70 dagen hechtenis;
  • ontzegtde verdachte ter zake van het bewezen verklaarde
    de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;
  • bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt daarbij een
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Garvelink, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. L.L. Veendrick, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Steege als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 november 2024 te Utrecht en/of Vianen, gemeente
Vijfheerenlanden als bestuurder van een voertuig (een personenauto van het merk
BMW), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A27, zich opzettelijk zodanig heeft
gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- aldaar te rijden met een snelheid van 227 kilometer per uur, in elk geval een
snelheid van (hoger dan) 166 kilometer per uur, in elk geval met een hogere
snelheid dan de aldaar op die weg en dat tijdstip toegestane snelheid van 100
kilometer per uur en/of
- ( daarbij/daardoor) onvoldoende aandacht te hebben voor de/het voor hem
rijdende auto en/of verkeer en/of de verkeerssituatie en/of
- zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was om zijn motorrijtuig tijdig
af te remmen tot een op dat moment voor het verkeer noodzakelijke snelheid en/of
tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en
waarover deze vrij was,
- ( vervolgens) tegen een bedrijfsvoertuig van het merk Opel type Movano te botsen
waardoor voornoemd bedrijfsvoertuig is gaan slingeren en/of spinnen en/of
waardoor de bestuurder van het bedrijfsvoertuig de macht over het stuur verloor
en/of dat bedrijfsvoertuig (vervolgens) tot stilstand kwam tegen de vangrail,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
-
een proces-verbaal aanrijding overtreding, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 29 juni 2025, zakelijk weergegeven: [2]
Vermoedelijke toedracht
BE 1: BMW vvk [kenteken] bestuurd door [verdachte]
BE 2: Opel vvk [kenteken] bestuurd door [slachtoffer]
Verkeerssituatie:
De Rijksweg A27 57.7 bestaat ter plaatse uit 2 rijbanen. De rijbaan waar het ongeval gebeurd is betreft de A27 links. Deze bestaat uit 4 rijstroken welke overgaan in 2 rijstroken naar Gorinchem/Breda en 2 rijstroken naar ’s-Hertogenbosch. Dit was aangegeven middels een rood kruis boven de rijstrook. De spitsstrook wordt bij de toe-rit een gewone rijstrook. Ter plaatse geldt een maximale snelheid van 100 kilometer per uur.
-
een proces-verbaal FO Verkeer, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] op 9 juli 2025, zakelijk weergegeven: [3]
Op 9 november 2024 had op de Rijksweg A27 gelegen buiten de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Vianen in de gemeente Vijfheerenlanden een verkeersongeval plaatsgevonden. Bij dit verkeersongeval waren een Opel, een BMW, een Volkswagen Golf en een Volkswagen T-ROC betrokken.
Op rijstrook twee is de BMW met de voorzijde tegen de achterzijde van de Opel gebotst. Vanaf het botspunt is de BMW ongeveer 207 meter verder aan de rechterzijde van de rijbaan tot stilstand gekomen. Op enig moment is er brand ontstaan in de BMW.
De Opel is vanaf het botspunt ongeveer 286 meter verder aan de linkerzijde tegen de geleiderail aan tot stilstand gekomen. Beide voertuigen hebben op enig moment de geleiderail geraakt.
Uit de berekening naar de gereden snelheid van de BMW op basis van de ANPR-data en het tijdstip van de eerste melding bij de 112 centrale bleek dat de BMW voorafgaand aan het verkeersongeval over een traject van ongeveer 2119 meter tenminste met een gemiddelde snelheid van ongeveer 129km/u had gereden waarbij in werkelijkheid de gereden snelheid hoger gelegen zal hebben. De gereden snelheid van de BMW zal in werkelijkheid hoger hebben gelegen omdat het tijdstip waarop het verkeersongeval had plaatsgevonden voor het tijdstip van de eerste melding bij de 112 centrale gelegen zal hebben. Dit zal geresulteerd hebben in een kortere tijd over het gereden traject waardoor de gemiddelde gereden snelheid hoger zal zijn geweest.
-
een proces-verbaal van snelheid & impact analyse, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] op 27 augustus 2025, zakelijk weergegeven: [4]

8.Beantwoording onderzoeksvraag

Er is gekozen om de snelheden van de BMW en de Opel te berekenen met behulp van de wet van behoud van impuls. Omdat er in deze casus sprake is van veel parameters met een grote mate van onzekerheid, is gekozen om de Monte Carlo analysemethode toe te passen.
De laagst berekende waarde betrof 46,2 m/s.
De hoogst berekende waarde betrof 63,1 m/s.
Er is geen nauwkeurigheid te bepalen van deze spreiding.
Hieruit volgt dat de snelheid van de BMW op het moment van de botsing met de Opel vermoedelijk had gelegen tussen de 166 en 227 km/u.
-
een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 9 november 2024, zakelijk weergegeven: [5]
Ik werd op 9 november 2024 ter hoogte van oprit Vianen op de snelweg A27 van achter aangereden. Ik reed 100 kilometer per uur op de cruise control. Ik voelde opeens een klap tegen de achterkant van mijn voertuig waarna ik de macht over het stuur verloor en mijn voertuig begon te draaien.Ik knalde tegen de vangrail aan op rijstrook 1.
-
een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 23 november 2024, zakelijk weergegeven: [6]
Ik reed op 9 november 2024 op de A27 met een snelheid van 105 a 106 kilometer per uur. Ineens werd ingehaald door een zwarte auto, ik zag dat er witte kentekenplaten op deze auto zaten.Ik denk dat deze auto wel tussen de 180 en 200 kilometer per uur reed.Ik zag dat er voor mij een wit vrachtwagentje reed. ik zag dat er een klein autootje deze vrachtwagen ging inhalen aan de linkerzijde.
De auto die mij inhaalde reed zo hard dat ik nog dacht dat deze auto het nooit ging redden, hij kon het nooit redden met remmen. Ik zag dat de zwarte auto naar rechts ging, tot op dat moment zag ik geen remlichten branden.Ik zag de kleine vrachtwagen slingeren over verschillende rijstroken en vervolgens achterstevoren tot stilstand komen aan de linker zijde van de weg.Ik zag de andere, de zwarte auto met witte platen, aan de rechterzijde, dwars op de vluchtstrook, tot stilstand komen.
-
een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 december 2024, zakelijk weergegeven: [7]
Op 9 november 2024 reed ik op de A27 vanuit Houten, ter hoogte van de brug over het Amsterdam Rijnkanaal. Ik reed met een snelheid van ongeveer 110 km per uur op de middelste rijbaan van de drie rijstroken. Vanuit het niets hoorde ik een hard zoemend geluid en door luchtdrukverplaatsing werd mijn auto, een Saab station, ongeveer 10 a 20 cm naar rechts gedrukt en moest ik mijn rijrichting corrigeren om niet op de rechter rijbaan uit te komen.Ik zag dat een voertuig kleur zwart, met witte kentekenplaten en zwarte letters mij zojuist links zeer snel was gepasseerd.De snelheid van dit voertuig was extreem hard en zoals ik slechts kon gissen moet dat ongeveer in de buurt van 200 km per uur zijn geweest.Na ongeveer 5 kilometer zag ik op de snelweg veel remlichten van voertuigen en enkele hadden de alarmlichten van hun voertuig ingeschakeld.Aangekomen ter hoogte waar de A27 zich splitst in 2 banen richting Breda en 2 banen richting 's-Hertogenbosch (A2) stond er op de uiterst rechtse rijbaan een zwart voertuig dwars op de weg en deels op de vluchtstrook.

Voetnoten

2.Pagina 5 e.v.
3.Pagina 13 e.v.
4.Pagina 179 e.v.
5.Pagina 135 e.v.
6.Pagina 143 e.v.
7.Pagina 146 e.v.