Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3197

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
UTR 24/6623
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling proceskosten na intrekking beroep tegen bezwaarbeslissing

Verzoeker heeft op 23 oktober 2024 beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van 12 september 2024 van het Zilveren Kruis Zorgkantoor. Vervolgens heeft verweerder op 7 januari 2025 de bezwaarbeslissing ingetrokken en aangegeven een herzien besluit te nemen. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar is. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen.

Verweerder bood een lagere vergoeding van € 437,50 aan, met een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank wijst dit af en stelt de proceskosten vast op € 934,-, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor van 1. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 51,- te vergoeden, wat verzoeker rechtstreeks bij verweerder moet claimen.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan verzoeker. De uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door rechter R.J.A. Schaaf.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het Zilveren Kruis Zorgkantoor tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6623

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R.D.Z. Asmus),
en

Zilveren Kruis Zorgkantoor, verweerder,

(gemachtigde: N. le Sage).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 23 oktober 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 12 september 2024.
Op 7 januari 2025 heeft verweerder de beslissing op bezwaar van 12 september 2024 ingetrokken en geeft hij aan een herziende beslissing op bezwaar te nemen.
Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 12 mei 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft aangegeven dat hij een lager bedrag aan proceskosten aan verzoeker wil betalen. Volgens verweerder dient een wegingsfactor van 0,5 toegepast te worden en zijn zij bereid om een proceskostenvergoeding ter hoogte van € 437,50 uit te keren.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank volgt verweerder derhalve niet.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.