Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Stichting [derde belanghebbende], uit [plaats] (de (ex)-werkgever).
Samenvatting
Voorgeschiedenis en besluitvorming
Eiseres heeft zich in november 2021 opnieuw ziekgemeld. Omdat zij binnen 5 jaar opnieuw arbeidsongeschikt werd vanwege dezelfde ziekte oorzaak als waarvoor zij eerder een WIA-uitkering ontving en omdat de WIA-uitkering niet eerder kan ingaan dan 52 weken voordat de WIA-uitkering is aangevraagd, is aan eiseres per 12 september 2022 een WIA-uitkering toegekend in de vorm van een loongerelateerde WGA [1] -uitkering. Eiseres werd volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt bevonden. Dit staat in het besluit van 17 januari 2024
(primair besluit 1). Het Uwv heeft met een afzonderlijk besluit van 17 januari 2024
(primair besluit 2)de mate van arbeidsongeschiktheid per datum spreekuur bij de primaire verzekeringsarts (10 november 2023) vastgesteld op 49,01%.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast voor beide beoordelingsdata, maar de beperkingen niet duurzaam geoordeeld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft per 12 september 2022 nog steeds geen passende functies kunnen duiden. Het Uwv heeft met de beslissing op bezwaar van 6 juni 2025 (
bestreden besluit 1) het bezwaar van eiseres dat ziet op het beoordelingsmoment 12 september 2022 ongegrond verklaard.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vanwege de aangepaste FML de eerder per 10 november 2023 geduide voorbeeldfuncties verworpen en het maatmaninkomen opnieuw vastgesteld, omdat het maatmanloon niet conform het schattingsbesluit is geïndexeerd. Omdat er onvoldoende geschikte voorbeeldfuncties overbleven, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) opnieuw geraadpleegd en nieuwe passende functies gevonden. Hiermee kon eiseres in staat geacht worden om op het beoordelingsmoment 10 november 2023 53,74% minder te verdienen dan het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Het Uwv heeft eiseres op 6 juni 2025 laten weten dat zij voornemens is om te beslissen dat de mate van arbeidsongeschiktheid per 10 november 2023 wordt vastgesteld op 53,74%. Eiseres heeft via haar gemachtigde op dit voornemen gereageerd. Met het besluit van 29 november 2025 (
bestreden besluit 2) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 53,74%.
Beoordeling door de rechtbank
.Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
- zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
- bevatten geen tegenstrijdigheden;
- zijn voldoende begrijpelijk.