Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte met zijn advocaat, mr. M.D. Jansen, advocaat te Arnhem;
- de officier van justitie, mr. S. Groot.
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak primair
4.Bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf
culpa in causa), volgt uit de bevindingen van de deskundigen ook iets anders. De psychiater schrijft dat er geregeld paranoïde belevingen opflakkeren en dat daarom een kwetsbaarheid voor psychose bij deze verdachte niet uit te sluiten is. Daarom kan niet gezegd worden dat het volledig aan verdachte zelf te wijten is dat hij zich tijdens het feit in die toestand bevond, omdat juist de persoon van verdachte hiervoor kwetsbaar was, althans, die kwetsbaarheid valt niet uit te sluiten en daarbij zou het middelengebruik dan als katalysator van die onderliggende problematiek hebben gewerkt. De rechtbank zal het feit daarom in verminderde mate aan hem toerekenen.
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Toegepaste wetsartikelen
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit dat in de beschuldiging staat, heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gevangenisstraf van 200 dagen;
een gedeelte van 7 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;