Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie mr. O.J.M. van der Bijl;
- de advocaat van de verdachte mr. M. van Leeuwen (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Gedeeltelijke vrijspraak
Bewijsmiddelen
Bewijsoverwegingen
Bewijsmiddelen
Bewijsoverwegingen
1 mei 2019tot en met 22 december 2020 in Zeist, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting over
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert,
- een gevangenisstraf van 4 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
6.Toegepaste wetsartikelen
- 9, 22c, 22d, 57, 63, 225 artikelen van het Wetboek van Strafrecht;
- 69 van de Algemene wet inzake Rijksbelasting.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;