Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 februari 2025, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 8;
- de aanvullende producties 8 tot en met 13 van [handelsnaam] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 3 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de akte van eisvermindering van [handelsnaam] van 3 december 2025;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] ;
- de akte van [handelsnaam] van 18 maart 2026;
- de akte van [gedaagde] van 18 maart 2026;
- de akte van [handelsnaam] van 8 april 2026.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Eind van elke maand zal een factuur worden gestuurd op basis van de tijdsbestedingtabel […]’, maar de rechtbank begrijpt dat die toevoeging is opgenomen omdat [gedaagde] het recht had het maandbedrag te evalueren en naar beneden te laten bijstellen na één , respectievelijk zes maanden looptijd van de overeenkomst. Uit die toevoeging kan namelijk niet zonder meer worden vastgesteld dat, anders dan in de overeenkomst tot uitdrukking is gebracht, niet uitgegaan zou worden van een vast bedrag per maand, maar van werken op basis van uurtarief. Partijen hebben ook uitvoering gegeven aan de abonnementsgedachte. [handelsnaam] heeft namelijk steeds maandbedragen in rekening gebracht, zonder urenspecificatie en [gedaagde] heeft die bedragen steeds betaald zonder te vragen om een urenspecificatie. Die wens om een urenspecificatie te krijgen is pas gaan spelen eind 2023.