ECLI:NL:RBMNE:2026:3255

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
12186905 UV EXPL 26-92 LvdH/1470
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming huurwoning wegens beëindiging huur- en begeleidingsovereenkomst

In deze kort gedingprocedure vordert Stichting Cazas Wonen de ontruiming van een huurwoning die door [gedaagde] wordt bewoond. De huurovereenkomst was gekoppeld aan een verplichte woonbegeleidingsovereenkomst, die door Cazas Wonen en de zorginstelling is beëindigd vanwege het niet naleven van verplichtingen door [gedaagde].

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden, waaronder het weigeren van woonbegeleiding, het veroorzaken van overlast en het bedreigen van begeleiders. Ondanks meerdere waarschuwingen en een vaststellingsovereenkomst bleef [gedaagde] in gebreke. De huurovereenkomst is daarom terecht opgezegd.

Er is sprake van een spoedeisend belang omdat Cazas Wonen niet kan wachten op een bodemprocedure. De kantonrechter acht het zeer waarschijnlijk dat in een bodemprocedure de opzegging wordt bevestigd en dat ontruiming zal worden toegewezen. Daarom wordt de ontruiming binnen veertien dagen bevolen, met een termijn om opvang bij een zorginstelling te regelen.

De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen wegens beëindiging van huur- en begeleidingsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 12186905 UV EXPL 26-92 LvdH/1470
Kort geding vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de stichting
Stichting Cazas Wonen,
gevestigd in Woerden,
verder ook te noemen Cazas Wonen,
eisende partij,
gemachtigde: mr. I.M.M. Versloot,
tegen:
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J. de Haan.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- een dagvaarding met producties 1 tot en met 36;
- een productie namens [gedaagde] ;
- de aanvullende producties 37 tot en met 41 van Cazas Wonen.
1.2
De mondelinge behandeling (zitting) heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij is namens Cazas Wonen mevrouw [A] (sociaal beheerder bij Cazas Wonen) verschenen. Zij werd bijgestaan door de gemachtigde. Namens [gedaagde] was zijn gemachtigde aanwezig. [gedaagde] was er zelf niet.
Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en hebben op elkaar kunnen reageren. Ook hebben zij de vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft bepaald dat er vandaag uitspraak wordt gedaan.

2.De kern van de zaak

In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] zijn woning moet verlaten. Cazas Wonen vindt van wel, omdat [gedaagde] zijn verplichtingen uit de (tijdelijke) huurovereenkomst en de daaraan gekoppelde woonbegeleidingsovereenkomst niet is nagekomen. [gedaagde] is gevraagd de woning vrijwillig te verlaten voor 20 april 2026, maar heeft dat niet gedaan. [gedaagde] woont daarom zonder recht of titel in de woning, volgens Cazas Wonen.
De kantonrechter wijst de vordering van Cazas Wonen om [gedaagde] te veroordelen om de woning te ontruimen toe. Dat legt de kantonrechter hierna uit.

3.De beoordeling

3.1
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing van deze vorderingen in kort geding moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Als uitgangspunt geldt verder dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
3.2
Een spoedeisend belang is aanwezig als van Cazas Wonen niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. Uit de stukken in het dossier komt bij de kantonrechter een beeld naar voren van een dreigende houding door [gedaagde] richting medewerkers van Cazas Wonen, de door Cazas Wonen ingeschakelde aannemers en zijn begeleider. Verder blijkt ook dat [gedaagde] elke vorm van hulpverlening weigert. Ook na het opzeggen van de huurovereenkomst door Cazas Wonen heeft [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedragen. Niet te verwachten is dat [gedaagde] zelf de woning zal verlaten en ter beschikking aan Cazas Wonen zal stellen, terwijl de huurovereenkomst en de daaraan gekoppelde woonbegeleidingsovereenkomst inmiddels wel is beëindigd. Cazas Wonen heeft daarom belang bij een vonnis waarmee zij op korte termijn een ontruiming kan bewerkstelligen.
3.3
[gedaagde] woont sinds 5 februari 2025 in de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Voor de huur van deze woning hebben Cazas Wonen en [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten voor de duur van twee jaar.
3.4
Voor het ingaan van deze huurovereenkomst woonde [gedaagde] in een maatschappelijke opvanglocatie, namelijk de begeleid wonen zorginstelling van [instelling] in Utrecht. Om [gedaagde] zelfstandig te kunnen laten wonen, is de huurovereenkomst met Cazas Wonen gesloten onder de voorwaarde dat [gedaagde] woonbegeleiding (van [instelling] ) zou accepteren. De huur voor de duur van twee jaar, samen met de verplichte begeleiding, was een soort proefperiode waarin [gedaagde] kon laten zien dat hij zelfstandig kan wonen. Naast de huurovereenkomst tussen Cazas Wonen en [gedaagde] is er ook een woonbegeleidingsovereenkomst. In die woonbegeleidingsovereenkomst staat onder andere het volgende:
“1.1. De verhuurder verhuurt middels een tijdelijke huurovereenkomst aan de huurder de woning aan [adres] te [woonplaats] , indien en voor zover de huurder zich houdt aan de volgende voorwaarden:
  • de huurder accepteert verplichte (woon)begeleiding en zorg vanaf de start van het huurovereenkomst voor zolang als nodig, naar het oordeel van betrokken partijen, niet zijnde huurder;
  • de huurder voldoet aan de betalingsverplichting ten aanzien van de huur;
  • de huurder zal de woning aan [adres] te [woonplaats] , als een goed huurder bewonen hetgeen betekent, dat de verhuurder de woning uitsluitend aan huurder verhuurt onder de uitdrukkelijk voorwaarde dat huurder zich onthoudt van gedragingen die op enigerlei wijze overlast en/of hinder aan omwonenden kunnen veroorzaken;
  • inwoning wordt alleen toegestaan met schriftelijke goedkeuring van de verhuurder. Als er voorwaarden zijn afgesproken dan zullen deze in een door alle partijen getekende bijlage bij deze begeleidingsovereenkomst apart benoemd worden.”
3.5
Al kort na het ingaan van de huurovereenkomst, ervaart Cazas Wonen problemen met [gedaagde] . Een maand na ingang van de huurovereenkomst, ontvangt [gedaagde] een schriftelijke officiële waarschuwing [1] omdat hij zich verbaal agressief heeft geuit met racistische uitlatingen naar medewerkers van Cazas Wonen. Verder weigert [gedaagde] medewerkers van Cazas Wonen toe te laten tot de woning om werkzaamheden uit te voeren. Ook laat [gedaagde] zijn woonbegeleiders niet toe in de woning, waardoor de (verplichte) begeleiding niet kan plaatsvinden. Op 7 juli 2025 wordt [gedaagde] hierover aangeschreven [2] en vraagt Cazas Wonen aan [gedaagde] de huur vrijwillig op te zeggen. In de brief staat onder meer het volgende:
Niet nagekomen verplichtingen
Wij zien dat u zich opnieuw niet aan de afspraken houdt:
  • U heeft uw begeleiders van [instelling] en behandelaren van [instelling] op meerdere momenten opnieuw geen toegang verleend tot uw woning, waaronder bij de geplande afspraken op 22-05 ( [instelling] ), 02-06 ( [instelling] ), 04-06 ( [instelling] en [instelling] ), 06-06 ( [instelling] ) en 04-07 ( [instelling] )
  • U weigert structureel contact met uw begeleiders van [instelling] en behandelaren van [instelling] .
  • U heeft nog altijd een huurachterstand van twee maanden (april en juli 2025).
  • Wij ontvangen nog steeds klachten over overlast uit uw omgeving.
  • U hebt op 7 maart een officiële waarschuwing ontvangen voor verbale agressie en racistische uitlatingen. Wij hebben op 3 juli een melding ontvangen van onze samenwerkingspartner, het [instelling] dat u op 23 mei een medewerker van hen telefonisch hebt uitgescholden voor ‘vuile kanker hoer’.
  • Omdat u structureel contact weigert met uw begeleiders is de lekkage van uw onderbuurman tot op heden niet opgelost. Dit proces loopt sinds 7 april 2025.
  • U heeft in onze brief van 15 april 2025 gelezen dat u reparatieverzoeken allen via uw begeleider mag doen. Toch belt u nog steeds zelf met ons Klantcontactcentrum en met onze samenwerkingspartner, Feenstra.”
3.6
Cazas Wonen besluit hierop, in overleg met [instelling] en [instelling] , [gedaagde] nog een kans te geven en nogmaals duidelijke afspraken te maken, die vooral zien op het meewerken door [gedaagde] aan de woonbegeleiding. De afspraken worden in vaststellingsovereenkomst [3] opgenomen en gelden als een laatste kans voor [gedaagde] . [gedaagde] heeft deze vaststellingsovereenkomst ondertekend op 31 juli 2025.
3.7
Als op 25 november 2025 blijkt dat [gedaagde] zich niet houdt aan de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst, krijgt [gedaagde] een schriftelijke laatste waarschuwing. [4] Ook van [instelling] krijgt [gedaagde] op 15 december 2025 een officiële waarschuwing [5] , omdat hij niet voldoende meewerkt aan zijn verplichte begeleiding. Nadat [gedaagde] medewerkers van [instelling] mondeling heeft bedreigd op 2 oktober 2025, 9 december 2025 en 13 januari 2026 krijgt [gedaagde] van [instelling] een officiële waarschuwing. [6]
3.8
Per e-mail van 2 februari 2026 [7] schrijft Cazas Wonen aan [gedaagde] dat zij hebben begrepen van [instelling] dat [gedaagde] zijn begeleiders bedreigt en dat het [instelling] niet meer gelukt is contact met hem te krijgen en dat er geen begeleiding meer plaatsvindt. Naar aanleiding van deze e-mail heeft er een telefoongesprek plaatsgevonden tussen Cazas Wonen en [gedaagde] . In dat telefoongesprek heeft [gedaagde] aangegeven dat hij niet langer begeleid wil worden.
3.9
Per brief van 12 maart 2026 beëindigt [instelling] per direct de begeleiding aan [gedaagde] . [8] De redenen hiervoor zijn volgens [instelling] dat [gedaagde] zich niet begeleidbaar opstelt, zorg en begeleiding weigert en zijn begeleiders bedreigt. Vanwege het eindigen van de begeleiding aan [gedaagde] , beëindigt Cazas Wonen de tijdelijke huurovereenkomst met [gedaagde] . Dat doet Cazas Wonen bij brief van 19 maart 2026. [9] In die brief sommeert Cazas Wonen [gedaagde] de woning uiterlijk 20 april 2026 te verlaten. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
3.1
Gelet op wat hiervoor is beschreven acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat Cazas Wonen de woonbegeleidingsovereenkomst in redelijkheid heeft mogen beëindigen en dat daarmee ook de huurovereenkomst tussen Cazas Wonen en [gedaagde] is geëindigd. [gedaagde] houdt dan ook onder recht of titel de woning onder zich, zodat het aannemelijk is dat de bodemrechter een vordering tot ontruiming van de woning zal toewijzen.
3.11
Namens de gemachtigde van De Haan is benadrukt een ruimere ontruimingstermijn op te leggen dan de gevorderde drie dagen, gelet op het feit dat [gedaagde] niet bij zijn ouders kan terugkeren en voorkomen moet worden dat [gedaagde] op straat komt te staan. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van Cazas Wonen aangegeven dat [gedaagde] al preventief is aangemeld bij [instelling] voor een klinische behandelsetting. Zodra de situatie acuut wordt, kan [gedaagde] daar terecht als hij dat zelf ook wil.
Gelet hierop zal de kantonrechter de ontruimingstermijn vaststellen op veertien dagen na de datum van dit vonnis. In die tijd kan de plek voor [gedaagde] bij [instelling] worden geregeld en kan deze tijd benut worden om [gedaagde] er van te overtuigen dat de plek bij [instelling] voor hem nu de aangewezen plek is.
Proceskosten
3.12
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Cazas Wonen worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 139,00
- salaris gemachtigde € 865,00 (1 punt x tarief € 865,00)
- nakosten €
144,00
Totaal € 1.301,02
3.13
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.14
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan [adres] in [woonplaats] te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, tenzij deze zaken van Cazas Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Cazas Wonen;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.301,02 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.3
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.A.T. Werner, kantonrechter, op 3 juni 2026.

Voetnoten

1.Productie 3 bij dagvaarding.
2.Productie 7 bij dagvaarding.
3.Productie 11 bij dagvaarding.
4.Productie 13 bij dagvaarding.
5.Productie 16 bij dagvaarding.
6.Productie 20 bij dagvaarding.
7.Productie 22 bij dagvaarding.
8.Productie 25 bij dagvaarding.
9.Productie 27 bij dagvaarding.