ECLI:NL:RBMNE:2026:3259

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
12017795 \ MC EXPL 25-6847
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling resterend bedrag en rente na uitgevoerde werkzaamheden

Eiseres, een besloten vennootschap, heeft in opdracht van gedaagde werkzaamheden verricht van februari tot oktober 2022. Na het versturen van een factuur van €2.109,94 betaalde gedaagde dit bedrag, maar bleef een restant van €492,50 onbetaald. Eiseres vordert dit restantbedrag plus wettelijke rente en incassokosten.

Gedaagde stelt dat hij het factuurbedrag 'tegen finale kwijting' heeft betaald, maar kan deze afspraak niet onderbouwen. De kantonrechter oordeelt dat de vordering van eiseres terecht is en wijst deze toe. Tevens wordt de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 toegewezen, tot een maximum van €500.

De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd, begroot op €473,28, inclusief griffierecht en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 3 juni 2026 uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €492,50 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12017795 \ MC EXPL 25-6847
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Soer Incasso- en Juridisch Adviesburo,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1

3.De beoordeling

3.1
[gedaagde] voert aan dat hij met de betaling van het factuurbedrag van
€ 2.109,94 aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, omdat hij het factuurbedrag volgens afspraak met de directeur van [eiseres] ‘tegen finale kwijting’ zou hebben betaald. [eiseres] zou daarom niets meer van hem te vorderen hebben. [eiseres] betwist dat die afspraak is gemaakt. Omdat [eiseres] de afspraak betwist, had [gedaagde] het bestaan van die afspraak moeten onderbouwen, maar dat heeft hij niet gedaan. Dat die afspraak zou zijn gemaakt blijkt daardoor nergens uit. Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt juist dat [eiseres] [gedaagde] blijft aanspreken op betaling van het restant bedrag van € 492,50. Omdat [gedaagde] zijn stelling niet nader heeft onderbouwd, komt de kantonrechter niet toe aan het bewijsaanbod van [gedaagde] . De vordering van [eiseres] tot betaling van dit bedrag zal daarom worden toegewezen.
3.2
3.3
3.4
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
473,28
Tekst
Tekst

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 492,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 voor zover dit een bedrag van
€ 500,00 niet te boven gaat;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
41264