Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3268

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
16.347803.25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 246 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting van kwetsbaar 17-jarig buurmeisje met immateriële schadevergoeding

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 15 juni 2026 verdachte veroordeeld voor het plegen van seksuele handelingen, waaronder verkrachting, met een kwetsbaar 17-jarig buurmeisje in de periode van 10 augustus tot 9 september 2025 in Almere. De bewezenverklaring is gebaseerd op de gedetailleerde en consistente verklaringen van het slachtoffer, ondersteund door whatsapp-berichten en andere bewijsmiddelen. Het slachtoffer functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau en verkeert in een kwetsbare positie, waarvan de verdachte op de hoogte was.

De rechtbank heeft de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meegewogen. De verdachte toonde geen schuldbewustzijn en het misbruik stopte pas door ingrijpen van de familie. De straf bestaat uit 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan een contact- en locatieverbod, meldplicht en ambulante behandeling. De rechtbank legde daarnaast een schadevergoedingsmaatregel op en veroordeelde de verdachte tot betaling van €5.000 immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.

De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om het studioverhoor van het slachtoffer te heropenen, oordeelde dat de bewijsvoering overtuigend was en dat de opgelegde straf passend is binnen het strafkader. De verdachte wordt tevens verplicht de wettelijke rente over de schadevergoeding te betalen en bij niet-betaling kan gijzeling worden toegepast.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met voorwaarden en €5.000 schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.347803.25
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [geboortedag 1] 1984 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] ,
gedetineerd in de [detentieadres] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 1 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. G. Alagahgi;
  • de advocaat van de verdachte: mr. N. Wijkman (hierna: de advocaat);
  • de ouders van de benadeelde partij: de heer [aangever] en mevrouw [persoon 1] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. T.C. Cooman.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op meer tijdstippen in de periode van 10 augustus 2025 tot en met 9 september 2025 in Almere, met een kwetsbaar kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) seksuele handelingen heeft gepleegd, waaronder seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] .
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit, (seksuele handelingen met een kwetsbare minderjarige, waaronder seksueel binnendringen), is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Bewijsminimum
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. De bepaling beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling heeft, naar vaste rechtspraak, betrekking op de tenlastelegging als geheel en niet op een onderdeel daarvan.
Bij zaken die zien op seksueel misbruik, zijn vaak slechts twee personen aanwezig geweest en is het om die reden meestal het woord van de aangever/getuige tegen dat van de verdachte. Voor een bewezenverklaring moet de verklaring van aangever dan ook ondersteuning vinden in ander bewijs.
De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot het volgende oordeel.
Betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer] als voldoende betrouwbaar kan worden aangemerkt om tot uitgangspunt te kunnen dienen in deze zaak.
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] meerdere verklaringen heeft afgelegd, eerst aan haar ouders, thuis tegenover de politie en later in het verhoor tegenover de politie. [slachtoffer] heeft gedetailleerd en consistent verklaard over de handelingen die de verdachte bij haar heeft verricht en over de omstandigheden waaronder die handelingen hebben plaatsgevonden. De verklaring van [slachtoffer] bevat ook authentieke details, in haar eigen woorden. [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte tijdens het verstoppertje spelen aan het begin van de zomervakantie van 2025 is begonnen met - in de woorden van [slachtoffer] - haar ‘privé plekken’ aan te raken. Vervolgens heeft [slachtoffer] verklaard dat zij op meerdere momenten in de zomervakantie door de verdachte is aangeraakt aan haar borsten, billen en vagina, wanneer zij bij hem thuis was. Daarbij beschrijft [slachtoffer] dat zij boven op de verdachte en op de bank moest liggen. Ook heeft zij verklaard over het moment dat de verdachte haar vagina heeft aangeraakt en met zijn vingers bij haar is binnengedrongen, en over het specifieke gevoel dat dit haar gaf. Verder heeft [slachtoffer] verklaard hoe zij de verdachte moest aftrekken. [slachtoffer] heeft verklaard dat de seksuele aanrakingen door de verdachte een aantal keer zijn afgekapt, omdat hij buiten geluid hoorde of omdat zijn eigen kinderen binnen kwamen.
De rechtbank oordeelt de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
Waardering van het bewijs
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in de overige onderzoeksbevindingen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en licht dat als volgt toe.
[slachtoffer] heeft verklaard dat zij via whatsapp contact had met de verdachte. Uit het dossier volgt dat het jongere zusje van [slachtoffer] schermopnames heeft gemaakt van whatsapp-berichten tussen [slachtoffer] en een persoon die onder het telefoonnummer [telefoonnummer] opgeslagen staat als ‘ [verdachte] ’. De rechtbank stelt vast dat dit daadwerkelijk het telefoonnummer is van de verdachte. Toen de politie het betreffende nummer belde, werd er namelijk opgenomen door iemand die zich [verdachte] noemde. Hij gaf in dat gesprek aan dat zijn vrouw [persoon 2] meeluisterde. Uit het politiesysteem volgt dat de vrouw van de verdachte [persoon 2] heet en op hetzelfde adres woont.
De rechtbank stelt verder vast dat het de verdachte is geweest die het whatsapp-contact met [slachtoffer] heeft gehad op grond van de inhoud van die gesprekken. [slachtoffer] noemt in één van de gesprekken zijn naam en in een ander gesprek geeft ze aan dat zij het zielig voor [persoon 2] vindt als [slachtoffer] zijn vriendin zou worden.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] ondersteuning vindt in de inhoud van de whatsapp-gesprekken tussen [slachtoffer] en de verdachte. De rechtbank heeft geen reden om aan de weergave van de berichten te twijfelen. In het uitvoerige contact geeft hij aan dat hij haar sexy vindt en niet van haar af kan blijven. Verder bespreekt hij expliciet de aanrakingen aan haar borsten en billen. Bovendien benoemt de verdachte in één van de whatsapp-gesprekken dat [slachtoffer] zijn ‘stijve’ heeft vastgehouden.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] over de seksuele handelingen buiten en in de woning van de verdachte ruimschoots steun vindt in de rest van het dossier, waarbij er tussen de verklaringen van [slachtoffer] en het overige bewijsmateriaal geen sprake is van een te ver verwijderd verband en er overigens ook geen sprake is van contra-indicaties.
Kwetsbaarheid [slachtoffer]
De gezondheidspsycholoog die [slachtoffer] heeft onderzocht beschrijft dat [slachtoffer] functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau en dat er reden is om verder onderzoek te doen naar autisme. De advocaat van de verdachte heeft gesteld dat [slachtoffer] toestemming had moeten geven voor het verstrekken van deze verklaring van de psycholoog en dat de politie geen opdracht kan geven aan een psycholoog om een dergelijk onderzoek in te stellen. De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande niets afdoet aan de betrouwbaarheid en de inhoud van de verklaring van de psycholoog of de bruikbaarheid ervan voor het bewijs.
Verder volgt uit de verklaringen van de vader van [slachtoffer] dat zij zich niet conform haar kalenderleeftijd gedraagt en op speciaal onderwijs zit. Hij geeft aan dat ze een kwetsbaar meisje is dat alles gelooft en alles doet wat mensen zeggen, en dat nader onderzoek zal worden gedaan naar de onderliggende problematiek. Ook de verbalisanten die [slachtoffer] hebben verhoord namen waar dat zij overkwam als een meisje van 12 jaar met een zeer geringe kennis van seksualiteit.
Verder volgt uit het dossier dat de verdachte [slachtoffer] kende. Ze wonen bij elkaar in de buurt en [slachtoffer] speelde regelmatig met de kinderen van de verdachte (van 14, 12 en 6 jaar), dus niet met leeftijdsgenootjes. Daarbij is de verdachte werkzaam als onderwijsassistent, waardoor hij ook om die reden een inschatting heeft kunnen maken van het niveau van functioneren van [slachtoffer] .
De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande de verdachte ervan op de hoogte moet zijn geweest dat [slachtoffer] een kwetsbaar meisje was.
Conclusie
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op meer tijdstippen in de periode van 10 augustus 2025 tot en met 9 september 2025
te Almere, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2008)meerdere seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten- de mond en borsten te kussen van die [slachtoffer] en- meermalen de borsten en de billen en de vagina van die [slachtoffer] te betasten en/of in te knijpen en- zijn, verdachtes, vingers tussen de schaamlippen en in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en te houden en heen en weer te bewegen en- verdachtes, penis te laten aftrekken door die [slachtoffer]
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, teweten een bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een verstandelijke handicap.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest;
  • een 38v-maatregel in de vorm van een contact- en locatieverbod voor de duur van 5 jaren.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt dat, als de rechtbank tot een veroordeling komt, de gevorderde gevangenisstraf aanzienlijk wordt gematigd.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele handelingen, waaronder seksueel binnendringen (verkrachting), met een kwetsbaar 17-jarig buurmeisje. Het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden gedurende de zomervakantie van 2025 en ving aan tijdens een onschuldig spelletje verstoppertje met andere kinderen. De verdachte begon met aanrakingen, maar ging op latere momenten verder in zijn handelingen tot uiteindelijk penetratie van de vagina met zijn vingers. Ook heeft zij de verdachte moeten aftrekken. Uit de whatsapp-contact tussen [slachtoffer] en de verdachte volgt verder dat de verdachte [slachtoffer] ertoe probeerde te brengen verder te gaan in het seksuele contact. Dat het misbruik is gestopt, is niet aan de verdachte te danken maar komt door ingrijpen van de familie van [slachtoffer] . De verdachte heeft gelet op het voorgaande alleen oog gehad voor zijn eigen behoeftebevrediging en is daarbij volledig voorbijgegaan aan het lichamelijke en geestelijke welzijn van [slachtoffer] : een kinderlijk en beïnvloedbaar meisje. Gezien haar leeftijd staat zij aan het begin van haar seksuele ontwikkeling wat, los van haar specifieke beperking, al een kwetsbare fase is.
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak langdurige en ernstige schade wordt toegebracht aan de geestelijke gezondheid en de seksuele ontwikkeling. Daarbij horen kinderen veilig in hun eigen woonomgeving te kunnen leven en spelen. Het is één van de grootste angsten van ouders dat je kind buitenshuis seksueel wordt misbruikt. Het gepleegde feit zorgt daarom ook in het algemeen voor een gevoel van onveiligheid en wantrouwen voor andere ouders en kinderen.
Dat de gedragingen van de verdachte een enorme impact op [slachtoffer] hebben gehad blijkt ook uit de toelichting op de vordering benadeelde partij en uit de slachtofferverklaring van de ouders van [slachtoffer] ter terechtzitting. Benoemd is dat zij een kwetsbaar meisje is dat begeleiding, geduld en bescherming nodig heeft en dat zijmoeite heeft met het inschatten van situaties. De ouders van [slachtoffer] zien dat zij door het handelen van de verdachte last heeft van stress en spanning. Daarbij heeft deze situatie ook impact op het hele gezin. De ouders blijven zich afvragen of zij dit hadden kunnen voorkomen. De verdachte heeft iets beschadigd wat niet zomaar kan worden hersteld.
De verdachte heeft op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Zelfs op zitting heeft de verdachte geen schuldbewustzijn getoond, maar zich beroepen op zijn zwijgrecht. Hij was kennelijk enkel bezig met zijn eigen positie. Deze proceshouding draagt niet bij aan het herstel van het slachtoffer.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:
- een
uittreksel justitiële documentatiebetreffende verdachte van 17 februari 2026. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
- een
adviesvan Reclassering Nederland van 19 maart 2026. Uit het advies volgt dat de reclassering gezien het zwijgen van de verdachte geen zicht heeft op mogelijke criminogene factoren. Gelet op de aard en ernst van de verdenking, alsmede de kwetsbaarheid van het slachtoffer, is een contact- en locatieverbod bij een schuldigverklaring geïndiceerd. De reclassering is echter van mening dat dit niet haalbaar is aangezien het slachtoffer en de verdachte dicht bij elkaar in de buurt wonen. De reclassering adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor verkrachting is een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
De rechtbank weegt daarbij de volgende strafverzwarende omstandigheden mee. [slachtoffer] is een kwetsbaar meisje dat minderjarig was op het moment dat zij seksueel werd misbruikt. Het seksuele misbruik heeft gedurende de gehele zomervakantie van 2025 plaatsgevonden. Onderdeel van het misbruik was penetratie. De rechtbank weegt verder mee dat de verdachte seksueel getinte berichten naar [slachtoffer] stuurde met een sturend karakter, om haar te bewegen steeds verder te gaan. Ook dit benadrukt het misbruik dat hij van haar beïnvloedbaarheid heeft gemaakt en nog wilde maken. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het gegeven dat het handelen van de verdachte enkel is gestopt door het ingrijpen van de ouders van [slachtoffer] en dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.
De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan het voorwaardelijke strafdeel verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden, deze bestaan uit een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een contact- en locatieverbod met [slachtoffer] en haar ouders.
De rechtbank wijkt met de strafoplegging af van de eis van de officier van justitie en het advies van de reclassering. De rechtbank oordeelt dat het van belang is dat de verdachte na het uitzitten van het onvoorwaardelijke deel van zijn gevangenisstraf behandeling zal ondergaan, indien dat op dat moment geïndiceerd is door de reclassering. De rechtbank ziet daar noodzaak toe vanwege de aard en ernst van het bewezenverklaarde. Dat de verdachte tot op heden geen inzicht heeft willen geven in zijn beweegredenen en beleving van het misbruik doet aan die noodzaak niet af. Het is tegen die tijd aan de reclassering om te beoordelen of en op welke manier behandeling haalbaar is.
Verder oordeelt de rechtbank het van belang dat een contact- en locatieverbod aan de verdachte wordt opgelegd om [slachtoffer] en haar gezin rust te geven. De rechtbank is van oordeel dat een contact- en locatieverbod gelet op het op dit moment geldende woonadres van de verdachte ingewikkeld zal zijn voor de verdachte, maar niet onmogelijk. Zo is het hem verboden in de straat waar [slachtoffer] woont te komen.
Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding deze voorwaarden in de vorm van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sv op te leggen. [slachtoffer] en haar ouders kunnen naar het oordeel van de rechtbank voldoende bescherming ontlenen aan het voorwaardelijke strafdeel. Daarbij is ook niet gebleken dat de verdachte, sinds het seksuele misbruik bekend werd, contact heeft proberen te zoeken met [slachtoffer] of haar ouders.
Ten slotte oordeelt de rechtbank het van belang dat de verdachte ook een langlopende waarschuwing in de vorm van een fors voorwaardelijke gevangenisstraf boven het hoofd heeft hangen. Dit voorwaardelijke strafdeel dient ertoe de verdachte gedurende een langere duur in het vizier van justitie te houden en hem zo te weerhouden van het plegen van strafbare feiten en soortgelijke zaken in het bijzonder. De rechtbank legt een kortere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op dan geëist door de officier van justitie, maar de opgelegde bijzondere voorwaarden zullen de nodige inzet van de verdachte vragen. Daarbij kan de verdachte door deze straftoemeting geen aanspraak maken op voorwaardelijke invrijheidsstelling. Uiteindelijk zal de periode dat hij in detentie zit niet korter zijn dan wanneer de eis van de officier van justitie was gevolgd.
Afwijzing voorwaardelijk verzoek
De advocaat heeft ter terechtzitting een voorwaardelijk verzoek gedaan om bij een bewezenverklaring het onderzoek te heropenen, zodat de rechtbank het studioverhoor van [slachtoffer] zelf kan bekijken en een zelfstandig oordeel over de kwetsbaarheid van [slachtoffer] kan vormen. De rechtbank acht zich echter voldoende voorgelicht over de kwetsbaarheid van [slachtoffer] , gelet op de brief van de psycholoog, de verklaring van vader en het aanvullende proces-verbaal van de verbalisanten die [slachtoffer] hebben verhoord. De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat dan ook af.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij(en)
[aangever] heeft zich namens zijn dochter, [slachtoffer] , gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij te matigen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in haar eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in de persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade
.
Voldoende aannemelijk is geworden dat [slachtoffer] als gevolg van het handelen van de verdachte nadeel van immateriële aard heeft ondervonden. Haar nadeel bestaat onder meer uit het verlies van vertrouwen en de nadelige en belastende effecten die de gedragingen van de verdachte hebben gehad op het dagelijkse leven, het functioneren en de seksuele ontwikkeling van [slachtoffer] .
Naast de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, heeft de rechtbank bij de begroting van de immateriële schade acht geslagen op de Rotterdamse schaal, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen.
De rechtbank zoekt aansluiting bij categorie ‘aanranding’ tussen ‘meest ernstig’ (bandbreedte € 5.000,- tot € 6.500,-) en ‘ernstig’ (bandbreedte € 1.000,- tot € 5.000,-).
De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 5.000,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 9 september 2026 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van
€ 5.000,- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en/of maatregel
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvan
36 maanden;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
12 maanden,
nietzal worden
ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;
- als
voorwaardengelden dat verdachte:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008
- [aangever] , geboren op [geboortedag 3] 1970
- [persoon 1] , geboren op [geboortedag 4] 1983
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
* zich niet zal bevinden op de [straat] ,
* zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd bij de reclassering meldt op het adres Zwarte Woud 2 in Utrecht, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
* zich indien de reclassering dit geïndiceerd acht onder behandeling zal stellen van De Waag, dan wel een soortgelijke deskundige of zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij
- wijst de vordering van [slachtoffer] geheel toe tot een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mr. V.A. Groeneveld en mr. S.C. Hagedoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.S. Salet als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 augustus 2025 tot
en met 9 september 2025 te Almere, althans in Nederland,
met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer]
[slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2008)
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- meermalen de mond en/of borsten te kussen van die [slachtoffer] en/of
- meermalen de borsten en/of de billen en/of de vagina, althans het lichaam van die
[slachtoffer] te strelen en/of te betasten en/of in te knijpen en/of
- zijn, verdachtes, vingers tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die
[slachtoffer] te brengen en/of te houden en/of heen en weer te bewegen en/of
- meermalen zijn, verdachtes, penis te laten aftrekken door die [slachtoffer]
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, te
weten een bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een psychische stoornis dan
wel verstandelijk of lichamelijk handicap en/of een situatie van afhankelijkheid of
een staat van lichamelijke of geestelijke onmacht.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
1. [aangever] heeft volgens een
proces-verbaal van aangifteonder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven:
V: Wanneer is het gebeurd?
A: Deze zomer is het begonnen 2025, ongeveer 1.5 maand geleden.
V: Waar is het gebeurd?
A: [plaats] , speelgebied achter ons huis.
V: Tegen wie doet u aangifte?
A: Tegen meneer [verdachte] . Achternaam ken ik niet.
V· Namens wie doet u aangifte?
A: [slachtoffer] , mijn dochter [2]
[slachtoffer] heeft verteld dat [verdachte] aan haar borsten en billen heeft gezeten en met een hand in haar kleding is geweest. Dit heeft ze voorgedaan. Hij zou geprobeerd hebben haar te kussen.
[slachtoffer] is 17 jaar. In haar gedrag is ze 14 a 15 jaar. Ze krijgt speciale zorg en
begeleiding. [slachtoffer] is een kwetsbaar meisje. Ze heeft nog geen officiële diagnose. Ze
zit nu in een traject om een diagnose te krijgen. Er wordt gedacht aan ADHD of
mogelijke vorm van autisme. Verstandelijk is ze geen 17 jaar, maar niet duidelijk wat
wel. Ze voert geen gesprekken die bij haar leeftijd horen. Speelt met kinderen van 12 a 13
jaar oud. Ze gelooft alles. Doet alles wat mensen zeggen. Ze kan zelf geen nee
zeggen. Laat zich snel dingen wijs maken. Wordt veel gepest. [3]
2. [slachtoffer] heeft volgens een
proces-verbaal van verhoor getuigeonder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven:
A: Ik kom zeggen wat er in de zomervakantie is gebeurd. Ik ging buitenspelen en toen kwam hij. Ik ging verstoppen en hij ging met mij mee. Hij begon mij aan te raken bij mijn privé plekken. Ik vond het niet fijn maar durfde niet te zeggen. Het gebeurde niet 1 keer maar meer. Het gebeurde ook bij hem binnen als zijn vrouw en kinderen er niet waren. Hij ging ook daar privé plekken aanraken. Hij had bijna seks met mij maar ik zei dat ik er niet klaar voor was. Hij ging mijn lichaam aanraken terwijl ik het niet prettig vond maar durfde t niet zeggen. ...
Hij ging mij ook appen met vragen: kom naar mijn huis dan gaan we knuffelen en praten maar hij ging ook de rest van mijn lichaam aanraken.
Hij wou dat 't tussen ons bleef maar mijn ouders kwamen erachter. Ik wist niet dat hij seks met mij wou hebben. Hij wou het wel maar hij zei stap voor stap we doen rustig aan want je bent er niet klaar voor. Uiteindelijk is de seks niet gebeurd maar de rest wel. Meerdere keren zelfs. Een keer gingen we knuffelen maar toen ging hij ook mijn privé plekken aanraken. Hij ging niet alleen aanraken hij ging mij ook knijpen op mijn privé plekken. [4]
V: Wanneer is het gebeurd?
A: Zomervakantie. De eerste week van de vakantie.
V: Waar was de eerste keer?
A: Achter ons huis hebben we een plek om te spelen. We gingen achter bij huizen. Hij
ging achter mij aan verstoppen.
V: Hoe vaak is het gebeurd?
A: Ik denk iets van 5 keer. [5]
V: Vertel eens alles over aanraken bij privé plekken?
A:...Bedoel je dan waar? Borsten, bil, en mijn vagina.
V: Wat deed hij dan met die knuffel?
A: Had mij vast maar soms gaat ie met zijn hand naar mijn bil. [6]
V: Wat is de laatste keer dat jij daar was?
A: Ongeveer einde van de vakantie. 25 augustus moest ik weer naar school.
V: Vertel eens wat daar gebeurd is?
A: Pakte hij mij bij mij arm zodat ik op zijn schoot zou zitten. Toen begon hij te knuffelen en aanraken
V: Vertel daar eens alles over?
A: Hij stond te wachten en ging hij zitten en pakte mij bij mij arm zodat ik op zijn schoot zat.
Toen begon hij te knuffelen en aanraken. Hij duwde mij naar achter en duwde mijn shirt omhoog en ging met zijn handen over mijn borsten en gaf een kusje op mijn borsten.
Ik deed mijn shirt naar beneden. Toen ging hij met z'n hand naar mijn vagina. Begon
hij aan te raken.
V: Borsten aanraken was dat op of onder kleding?
A: Onder. Op blote huid. Hij ging met zijn hand onder mijn dingen.
v: Borsten zoenen was dat op of onder de kleding?
A: Ook blote huid.
V: Vagina aanraken, hoe ging dat?
A: Met zijn twee vingers ging hij rond mijn vagina. Allemaal wat er gebeurd is was niet op mijn kleding maar allemaal onder mijn kleding.
V: Welke hand?
A: Deze hand, Weet niet links of rechts.
0: Ik zie dat ze haar rechterhand laat zien.
V: Welke vingers?
A: Wijsvinger en middelvinger.
V: Wat deed hij?
A: Midden van mijn vagina aanraken. Toen voelde ik de kriebels. Toen ging hij even verder. Ik had mijn ogen dicht want ik wilde niet kijken. Ik voelde zijn vingers in het midden van mijn vagina.
V: Wat bedoel je daarmee?
A: Dichtbij waar je plas uitkomt. Dat begon hij aan te raken.
V: Welke beweging maakte hij met zijn vingers?
A: Heen en weer naar beneden en toen weer naar boven. Dat hij onderin ging zitten waar de plas uit komt. Ik voelde zijn vingers erin. Toen voelde ik harde kriebels. [7]
V: Wat deed hij als hij in je vagina was?
A: Rond draaien met zijn vinger.
V: Wat gebeurde er als eerst?
A: Armen om mij heen en dan voelen borsten. Hij wilde dat ik ging liggen op de bank.
Toen begon hij hier en dan naar buik en dan naar vagina.
0: Wees als eerst borst aan.
V: Vanaf waar bank?
A: Ik zat eerst op zijn schoot en vanaf het aanraken ging ik op de bank. Hij begon
zoals altijd eerst borsten dan buik en dan vagina.
V: Begrijp ik goed dat je dan op je rug op de bank ligt?
A: Ja.
V: Hoe was het met je kleding?
A: Normaal toen ik de bank lag deed hij mijn trui omhoog en bh omhoog.
V: Hoe ging t met je broek?
A: Hij maakte de knoop los. Hij deed t niet uit maar trok naar voren zodat hij met
zijn vingers bij mijn vagina kon. [8]
V: Hoe weet je broertje het?
A: Ik hebt gezegd. Paar stukjes. Kus op mond heb ik verteld en knuffelen.
V: Dat kussen heb ik nog niet gehoord?
A: In zijn huis op de bank lag ik kwam hij met zijn mond naar mijn mond en voelde ik
zijn lippen en ging hij mij kusjes geven. Ook daar had ik mijn ogen dicht.
V: Wie is de man?
A: [verdachte] .
V: Heb jij weleens iets bij hem moeten doen?
A: Ja. We waren aan het knuffelen en toen pakte hij mijn hand zodat ik bij zijn
ballen zat. We stonden en zat ik bij zijn ballen. Ik voelde dat 't stijf was. Zijn
piemel. Hij ging mijn hand heen en weer bewegen met zijn piemel. Hij deed mijn hand
heen en weer. Ik deed mijn hand weg en toen deed hij zijn broek ..• nee zijn broek was
niet uit. Hij deed zijn ding over zijn broek zodat ik aan zijn piemel kon zitten. [9]
V: Was dat op zijn blote huid of op zijn onderbroek of anders?
A: Eerste keer over kleding bij zijn ballen en de tweede keer was op zijn blote huid. [10]
3. Uit een
proces-verbaal van bevindingenmet betrekking tot de uitwerking van whatsapp-berichten volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
WA0002:
Ik zag dat dit gesprek plaats vond met iemand die onder de naam [verdachte] was opgeslagen.
NN: Lieve [verdachte] , ik weet niet wat ik allemaal moet zeggen tegen jou want jij maakt mij gek en soms op werk leid je me af maar kan gebeuren. [11]
WA0003
[verdachte] : Nee jij bent lekker.
[verdachte] : Door jou word ik altijd helemaal opgehitst.
[verdachte] : Dat is een blokkade die in je hoofd zit. Maar al ik de volgende keer aan je borsten enz zit dan weet je hoe het voelt. De eerste keer was anders.
[verdachte] : Hahaha tja dat merk je wel als ik zo tegen je praat en bij je ben.
Kan niet van je afblijven ! ! ! [12]
WA0007
[verdachte] : Je billen voelde vandaag ook weer geweldig!!! Zo zacht en perfect. Vind je het fijn als ik je billen voel?
[verdachte] : Je moet zeggen: ik vind het heel fijn als je mijn billen voelt. Want jouw handen zijn perfect voor mij.
[verdachte] : Vind het heerlijk om je vast te houden. En je hele lichaam tegen mijn lichaam.
[verdachte] : Ja dat doe ik rustig aan met je. Je moet mijn lichaam leren kennen en vooral ook jouw eigen lichaam. En ik ook jouw lichaam.
WAO011
[verdachte] : En toen we achter de container zaten en [persoon 3] buutte mij… Wilde ik gewoon jou blijven voelen. Voelde je mn piemel tegen je aan? [13]
WA0017
NN Maar ga je echt wachten? Nou je zei een keer tegen mij als jij 18 bent dan is het niet raar dat jij mij als vriendin hebt maar dat kan je [persoon 2] toch niet aan doen Vind het zielig voor haar dan. [14]
4. Uit
multimedia bestand [nummer]volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
Oke de vraag is...Toen je vorige keer hier was toen liet ik je toch mijn stijve vasthouden
je zei dat je je ogen dicht had Maar ik denk dat je stiekem wel hebt gekeken Klopt dat? Heb je mijn piemel gezien? [15]
5. Uit een
proces-verbaal van bevindingenten aanzien van het telefoonnummer van de verdachte volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 17 december 2025 werd door vader van [slachtoffer] gemeld dat het
telefoonnummer wat bij de naam [verdachte] staat in de telefoon van [slachtoffer] is:
[telefoonnummer] . [16]
6. Uit een
proces-verbaal van bevindingenkoppeling telefoonnummer en naam verdachte volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 10 september 2025 werd door mij telefonisch contact opgenomen met telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik hoorde dat de telefoon opgenomen werd door een persoon die zich [verdachte] noemde. Ik hoorde de man zeggen dat zijn vrouw meeluisterde. Zij stelde zich voor als [persoon 2] .
Bij controle in het politie systeem zag ik dat de vrouw van de verdachte [verdachte] [persoon 2] heet en woonachtig is op het zelfde adres [adres] .
Ik zag in de telefoon de bestanden van de opnamen. Ik zag dat de datum van 08-09-2025bij de opnamen stond. Toen ik de opnamen bekeek zag ik op de telefoon van [slachtoffer] in het gesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer] in het scherm vandaag en gisteren staan.
Vader vertelde dat in de WhatsApp van [slachtoffer] een 24 uur instelling is gedaan. Dit betekende volgens vader dat de berichten ouder dan 24 uur worden verwijderd.
Datum opnamen
Op 8 september 2025 in de avond is de politie gebeld door de ouders van [slachtoffer] .
Op woensdag 26 mei 2026 werd door mij aan de vader [aangever] de vraag gesteld of hij mij kon vertellen of het 8 september 2025 of 9 augustus 2025 de datum is bij de berichten. [17]
Op donderdag 27 mei 2026 ontving ik van vader [aangever] een mail met de tekst:
"Voor zover ik kan inschatten klopt de datum waarschijnlijk en betreft dit 8 september 2025. Zoals ik eerder heb aangegeven, speelde deze situatie al gedurende minstens drie weken in de zomer, en zijn wij hier helaas pas op een later moment van op de hoogte geraakt.
Indien de politie inderdaad op 8 of 9 september bij mij is geweest, dan komen deze data overeen met de berichten die wij nog hebben kunnen terugvinden. Het betreft de enige berichten waar wij nog over beschikken, aangezien de overige berichten door de automatische verwijderingsinstellingen van WhatsApp zijn gewist. [18]
7. Uit een
proces-verbaal van bevindingenten aanzien van de beschrijving van [slachtoffer] tijdens het verhoor volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
Bij binnenkomst zagen wij een klein en tenger meisje. De verdere uiterlijke kenmerken
van [slachtoffer] kwamen op ons over al zijnde een meisje van een jaar of 12, prepubertijd.
Tijdens het verhoor bemerkten dat het, ondanks de gegeven instructies, heel lastig
was voor [slachtoffer] om antwoord te geven op een vraag dan wel te zeggen dat ze het
antwoord niet wist. Dit bleek uit lange stiltes en opmerkelijke oogbewegingen
(bovenin van links naar rechts) als een vraag te moeilijk bleek.
Op de vraag of ze kon uitleggen hoe ze bij de man op schoot zat, bleek het heel
lastig om uit te leggen. Ze kon niet uitleggen hoe haar houding was ten opzichte van
de man. Verder bemerkten wij de zeer geringe kennis over seksualiteit en de ontwikkeling
daarin. [19]
8. Uit een
proces-verbaal van bevindingendeel uitslag onderzoek [slachtoffer] volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 27 mei 2026 werd door mij een mail ontvangen van de vader van [slachtoffer] , de heer [aangever] . Hierbij was een bijlage gevoegd met het verslag van de gezondheidszorgpsycholoog van ’s Heeren Loo.
Ik heb vastgesteld dat erbij [slachtoffer] sprake is van een intelligentie die past bij een licht
verstandelijk beperkt niveau (TIQ 57-67), gemeten met de WAIS-IV-NL. Haarouders
schatten haarzelfredzaamheid in als benedengemiddeld tot gemiddeld. School schat
haarzelfredzaamheid in als passend bij een licht verstandelijk beperkt tot
benedengemiddeld niveau. Haaremotionele ontwikkeling loopt nog wat verder achter.
Daarnaast blijkt uit screening dat er reden is om verder onderzoek te doen naar autisme. [20]

Voetnoten

2.Pagina 26.
3.Pagina 27.
4.Pagina 15.
5.Pagina 16.
6.Pagina 17.
7.Pagina 18.
8.Pagina 19.
9.Pagina 20.
10.Pagina 21.
11.Pagina 35.
12.Pagina 36.
13.Pagina 38.
14.Pagina 40.
15.Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 1 juni 2026 uit multimedia bestand [nummer] .
16.Pagina 41.
17.Een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2026, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , pagina 1 (onderdeel van ‘PV aanvullende stukken’).
18.Een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2026, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , pagina 2 (onderdeel van ‘PV aanvullende stukken’).
19.Pagina 31.
20.Een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2026, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , pagina 4 (onderdeel van ‘PV aanvullende stukken’).